1. Fiscale partnerbegrip uitgebreid
Bent u ongehuwd samenwonend? En staat u samen met een minderjarig kind van een van u beiden op hetzelfde adres in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven?
U wordt dan per 1 januari 2012 als fiscale partner aangemerkt. De reden voor deze wijziging is dat ongehuwd samenwonende partners meer voordelen genieten dan ouders die wel als partner worden aangemerkt. Het voordeel zit in de kind-gerelateerde faciliteiten, met name bij kinderen tot 18 jaar. Denk hierbij aan de inkomensafhankelijke combinatiekorting en toeslagen zoals het kindgebonden budget.

Alleen nog in 2011 heeft u mogelijk als ongehuwd samenwonenden met minderjarige kinderen in het gezin uit een andere relatie, de ‘samengestelde gezinnen’, een onbedoeld financieel voordeel ten opzichte van andere gezinnen met kinderen. Indien u kunt aantonen dat u op zakelijke basis een deel van de woning huurt van de ander, wordt u niet als fiscale partner aangemerkt!
2. Betaal uw lijfrentepremie 2011 uiterlijk 31 december!
Wilt u nog in 2011 gebruikmaken van de aftrek voor lijfrentepremie, dan dient u deze ook in 2011 te betalen. U heeft niet meer de mogelijkheid om de eventueel voor 1 april 2012 betaalde lijfrentepremie alsnog in 2011 als aftrekpost te claimen.

Controleer uw lijfrentepolis op de vervaldatum van uw jaarpremie. Wijzig - indien nodig - de premievervaldatum!

3. Schaf vóór 1 juli 2012 zuinige leaseauto aan
Per 1 juli 2012 wordt de bijtelling voor zuinige auto’s gewijzigd. De aan de bijtelling gekoppelde CO2-waarden worden verder aangescherpt. Kort samengevat zijn er twee mogelijke situaties:
| 1 |
 |
U schaft vóór 1 juli 2012 een zuinige auto aan.
In dit geval blijft u profiteren van de lage bijtelling van 14% of 20% indien de auto vóór 1 juli voor het eerst op naam is gesteld en onafgebroken vóór en vanaf 1 juli 2012 ter beschikking staat. Zolang de auto maar niet van eigenaar verandert dan wel aan dezelfde persoon ter beschikking blijft staan, blijft de lage bijtelling van toepassing. |
| 2 |
U schaft na 1 juli 2012 een zuinige auto aan.
In deze situatie kunt u gedurende 60 maanden profiteren van de lage bijtelling. Na de periode van 60 maanden geldt voor u het bijtellingspercentage volgens de criteria die op dat moment zullen gelden. |
 |

Bent u van plan een zuinige auto van de zaak aan te schaffen? JAN© adviseert u dit te doen vóór 1 juli 2012. Het krijgen van een auto op kenteken kan enige tijd duren. Zorg dus dat uw auto vóór 1 juli 2012 op kenteken staat.
De regeling is overigens complex van aard en bevat diverse bijzondere bepalingen die in uw specifieke geval wel of niet van toepassing kunnen zijn!

4. Overdrachtsbelasting verlaagd
Met ingang van 15 juni 2011 kunt u profiteren van het verlaagde tarief van de overdrachtsbelasting bij het kopen van een woning. De overdrachtsbelasting voor woningen is tot 1 juli 2012 verlaagd van 6% naar 2%.
5. Nieuwe renteregeling vanaf 2013
Er komt een nieuwe renteregeling voor het heffen en vergoeden van rente bij belastingaanslagen. Heffingsrente heet dan belastingrente.
Het tijdvak waarover belastingrente wordt berekend, vangt straks aan op de eerste dag van de zevende maand (meestal 1 juli) na afloop van het belastingjaar. Nu wordt nog standaardheffingsrente gerekend vanaf 1 januari na afloop van het belastingjaar. De nieuwe renteregeling gaat gelden voor aanslagen inkomstenbelasting 2012 en aanslagen vennootschapsbelasting voor boekjaren die aanvangen op 1 januari 2012 of later.
Belastingrente zal onder de nieuwe regeling alleen worden vergoed als de belastingdienst na indiening van een verzoek of aangifte meer dan dertien weken doet over het opleggen van een aanslag. De rente gaat in vanaf het moment dat de belastingaanslag opgelegd had moeten zijn tot zes weken na de dagtekening van de aanslag. Voor belastingaanslagen met een uit te betalen bedrag die overeenkomstig een verzoek van de belanghebbende worden vastgesteld, geldt een afdoeningstermijn van acht weken.

6. Vraag zakelijke rente voor lening aan uw kind
Het kan interessant zijn om uw kind geld te lenen voor de aankoop van een eigen woning of voor een onderneming. Voor de ouder vormt de lening een bezitting in box 3 waarover 1,2% belasting verschuldigd is (30% van 4%), maar voor het kind is de lening voor een eigen woning of de onderneming een schuld in box 1 waarvan de rente in aftrek kan komen op het box 1-inkomen. De belastingdienst gaat ervan uit dat de ouder 4% rendement haalt over de lening aan het kind (rendementspercentage box 3). Als de ouder een hoger percentage dan 4% in rekening brengt aan het kind, heeft dit bij de ouder geen gevolgen voor de belastingheffing. Bij het kind is het hogere percentage in box 1 tegen het progressieve tarief aftrekbaar. De ouder kan de hogere rente door middel van schenkingen eventueel weer aan het kind terugschenken. Zorg er wel voor dat het kind de rente daadwerkelijk betaalt, anders heeft het kind geen recht op de renteaftrek. In geval van een lening met een rentepercentage beneden de 6%, is over het verschil tussen de (niet-bedongen) rente en 6%-rente in beginsel jaarlijks schenkbelasting verschuldigd.

De afgesproken rente tussen ouder en kind dient wel zakelijk (6%) te zijn. Het verschil tussen 6% en de (niet) bedongen rente vormt een belastbare schenking. Voorzover de jaarlijkse vrijstelling wordt overschreden kan daardoor schenkbelasting zijn verschuldigd.
7. Verbeter uw liquiditeitspositie met voorlopige achterwaartse verliesverrekening
Verwacht u een inkomstenbelastingteruggaaf, bijvoorbeeld als gevolg van een verlies uit onderneming, negatief inkomen uit werk en woning (box 1) en/of negatief voordeel uit aanmerkelijk belang (box 2)? Dan kunt u de belastingdienst verzoeken om een voorlopige achterwaartse verliesverrekening.
Let wel: voor het jaar waarnaar het verlies of negatief inkomen wordt teruggewenteld, moet de definitieve aanslag al zijn opgelegd. Bij de vaststelling van deze voorlopige belastingteruggaaf wordt 80% van het vermoedelijke verlies in aanmerking genomen.

Met dit verzoek kunt u al 80% van het vermoedelijke verlies te gelde maken. Zodoende verbetert uw liquiditeitspositie. Voorwaarde is dat de aangifte over het verliesjaar is ingediend.

Is uw onderneming een B.V.? Dan kunt u ook een beroep doen op deze regeling. 80% van het vermoedelijke verlies van uw B.V. over 2011 kunt u alvast verrekenen met winst uit een voorgaand jaar.
8. Optimaliseer de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
Hoe hoger uw investeringsbedrag in bedrijfsmiddelen, des te lager het bedrag van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Het kan voor u dan ook gunstiger zijn bedrijfsinvesteringen over meerdere kalenderjaren te spreiden. U kunt zodoende per kalenderjaar profiteren van een zo hoog mogelijke aftrek. Ook voorkomt u dat de investeringsaftrek verloren gaat door overschrijding van het maximum-investeringsbedrag van € 301.800 in 2011.

Het investeringsbedrag dient minimaal € 2.200 te bedragen. De aftrek voor 2011 bedraagt maximaal € 15.211 bij een totale investering van maximaal € 100.600. Is het totale investeringsbedrag in 2011 hoger dan € 100.600? Dan wordt de aftrek verminderd met 7,56% over het meerdere. Bij een investeringsbedrag van € 301.800 of meer, rest dan geen KIA meer.
|
|
9. Profiteer van nieuwe Research & Development-aftrek in 2012
Naast de bestaande R&D-faciliteiten, te weten de WBSO en de innovatiebox, komt een derde stimuleringsmaatregel voor innovatieve ondernemers: de RDA (Research & Development-aftrek). De RDA is een nieuw fiscaal instrument waarmee de overheid bedrijven in 2012 wil stimuleren om te innoveren. Met de RDA-subsidieregeling kan 40% van de kosten voor R&D, die geen betrekking hebben op loonkosten, afgetrokken worden van de fiscale winst. Exploitatiekosten van R&D (bijvoorbeeld materialen) en R&D-investeringen (bijvoorbeeld laboratoriuminrichting) komen in aanmerking. Er is ook aftrek mogelijk voor activiteiten die door kennisinstellingen (universiteiten en andere kennisinstituten) worden uitgevoerd. Voorwaarde is onder andere dat bedrijven het onderzoek hebben ingekocht via een publiek-privaat samenwerkingsverband. Van deze kosten kan 50% in mindering worden gebracht op de te betalen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting.

Stel, indien mogelijk, kosten voor R&D uit tot 2012. Deze kosten kunnen dan een extra aftrek van 40% opleveren.
10. Uw administratie over 2004 mag weg
U moet uw administratie zeven jaar bewaren. Aan het eind van dit jaar kunt u de administratie over 2004 en eventueel voorgaande jaren wegdoen.

Voor onroerende zaken geldt voor de btw een herzieningstermijn van tien jaar. U moet de administratie van onroerende zaken dus langer bewaren dan de zevenjaarstermijn. U heeft deze gegevens misschien nog eens nodig.
11. Ga over op e-factureren
Met ingang van 12 februari 2009 mag u uw facturen elektronisch verzenden. Er geldt slechts één voorwaarde en dat is dat de afnemer moet accepteren dat de factuur alleen elektronisch wordt verstuurd. Op de elektronische factuur moeten dezelfde gegevens staan als op de papieren factuur.
12. Kredietgarantieregelingen: maak er gebruik van
Sinds de crisis is het voor veel bedrijven lastig om aan krediet te komen. Om de kredietverlening te vergemakkelijken en het risico voor banken te beperken, heeft de overheid twee regelingen ingevoerd: de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO-regeling) en het Besluit Borgstelling MKB-kredieten (BMKB-regeling). Die zouden eigenlijk per 1 januari 2012 komen te vervallen, maar de overheid heeft extra ondersteuning voor kredietverlening toegezegd. De regeling wordt verlengd en het budget voor de kredietgarantieregeling wordt verhoogd van € 765 miljoen naar € 1 miljard.
Over de regelingen
De GO-regeling helpt (middel)grote ondernemingen bij het aantrekken van bankleningen en bankgaranties met een overheidsgarantie van 50%. Een banklening of bankgarantie bedraagt minimaal € 1,5 miljoen en maximaal € 150 miljoen per onderneming. De BMKB-regeling is bedoeld voor ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf met maximaal 250 werknemers met een jaaromzet tot € 50 miljoen.
Deze regeling geldt ook voor veel vrije beroepers. Bij de BMKB-regeling staat de overheid borg tot € 1,5 miljoen. De BMKB-regeling biedt u als ondernemer of B.V. extra steun. Bijvoorbeeld als u wilt ondernemen in het buitenland, als uw investering bestemd is voor technologische innovatie of bodemsanering of als u een startende ondernemer bent.

De kredietgarantieregelingen zijn gekoppeld aan budgetten van de overheid. Als de extra budgetten op zijn, is het nog maar de vraag of de regelingen voor nieuwe of lopende aanvragen nog worden gehonoreerd. Wees er dus snel bij!

Voor startersleningen tot maximaal € 250.000 staat de overheid borg voor 80%. Heeft u als ondernemer of zelfstandige zonder personeel een lening nodig om uw bedrijf te starten of uit te breiden? Dan kunt u ook terecht bij Qredits (www.qredits.nl) voor zakelijke leningen tot maximaal € 50.000.
13. Liquiditeitspositie verbeteren: vorm een voorziening
Om uw liquiditeitspositie te verbeteren, kan het zinvol zijn bij de winstbepaling over 2011 een voorziening te vormen voor toekomstige uitgaven. Voorwaarde is dat de uitgaven die hun oorsprong vinden in feiten of omstandigheden die zich in de periode voorafgaand aan de balansdatum hebben voorgedaan, ook aan dat jaar kunnen worden toegerekend. Er moet ook een redelijke kans bestaan dat de uitgaven zich daadwerkelijk gaan voordoen.
Waar kunt u aan denken: een latente terugbetalingsverplichting, adviseurskosten en eigenrisicodrager voor WGA-lasten. Neem contact op met uw adviseur of u mogelijk toekomstige uitgaven heeft waar u een voorziening voor kunt vormen.
14. Laat herinvesteringsreservetermijn niet verlopen
Wees alert als uw onderneming of B.V. een herinvesteringsreserve heeft gevormd doordat de afgelopen drie jaar een bedrijfsmiddel boven de boekwaarde is verkocht. Met deze herinvesteringsreserve kunt u de belastingheffing over uw boekwinst uitstellen en uw liquiditeitspositie verbeteren.
Zorg echter wel voor dat uw onderneming of B.V. de herinvesteringsreserve tijdig benut voor nieuwe investeringen. Doet uw onderneming of B.V.dit niet binnen drie jaar, dan valt de reserve vrij ten gunste van het fiscale resultaat. Bij bijzondere omstandigheden kunt u met de belastingdienst overleggen over een termijnverlenging. Doe dit wel tijdig!

Ga na of er vóór het einde van het boekjaar nog een herinvesteringsvoornemen aanwezig is. En leg dit als directie(lid) van de B.V. jaarlijks vast in een schriftelijk besluit voor het einde van het boekjaar.
15. Verlaging van uw gebruikelijk loon?
Verricht u als werknemer arbeid voor een B.V. waarin u een aanmerkelijk belang (minimaal 5% van het geplaatste aandelenkapitaal) bezit? Dan moet u in 2011 een loon van € 41.000 genieten. Door de huidige economische omstandigheden kan uw bedrijfsresultaat tegenvallen.
Als dga dient u ook de belangen van de B.V. veilig te stellen. Bij een verliessituatie kan het zijn dat het gebruikelijk loon financieel niet door de B.V. kan worden gedragen. Reden om met de belastingdienst te overleggen over een verantwoorde hoogte van het dga-loon beneden het normbedrag van € 41.000. Vanaf 1 januari 2010 hoeft u de gebruikelijkloonregeling niet meer toe te passen als uw loon lager is dan € 5.000 per kalenderjaar. Let wel: verlaging van uw
gebruikelijk loon kan gevolgen hebben voor uw toekomstige pensioenopbouw. Raadpleeg daarom altijd eerst JAN©.
20. Schrijf uw bedrijfsmiddelen versneld af
Sinds 2009 kunt u investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen versneld afschrijven. Deze mogelijkheid loopt echter eind dit jaar af. Wees er dus snel bij!
Deze regeling houdt het volgende in. In het investeringsjaar mag u maximaal 50% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten willekeurig afschrijven. Het restant mag u naar keuze afschrijven in één of meerdere jaren. U kunt in uw aangifte 2011 voor het laatst gebruikmaken van de versnelde (willekeurige) afschrijving.
Let op dat u het aangeschafte of voortgebrachte bedrijfsmiddel uiterlijk op 31 december 2013 in gebruik neemt.
Voorbeeld
U heeft dit jaar een nieuwe bestelauto gekocht, volledig betaald en in gebruik genomen. De aanschafprijs van deze auto is € 30.000. De jaarlijkse afschrijving bedraagt normaal maximaal 20% van de aanschafwaarde. Door in 2011 nog gebruik te maken van de versnelde afschrijvingsmogelijkheid, kunt u voor dit jaar nog een bedrag van maximaal 50% aftrekken van de winst. In dit voorbeeld is dat 50% van € 30.000 = € 15.000. Het restant schrijft u in de volgende jaren af.

De versnelde afschrijving is onder meer niet van toepassing op:
| • |
 |
personenauto’s (taxi’s en zeer zuinige auto’s met een bijtelling van 0 of 14% kunnen wèl weer versneld worden afgeschreven); |
| • |
gebouwen; |
| • |
|
immateriële activa (bijvoorbeeld software); |
| • |
|
voor verhuur bestemde bedrijfsmiddelen. |
 |

Investeer nog dit jaar in een kwalificerend bedrijfsmiddel en benut het voordeel van de versnelde willekeurige afschrijving. U dient het bedrijfsmiddel uiterlijk op 31 december 2013 in gebruik te nemen! |
|
21. Levensloopregeling: saldo van € 3.000 op 31 december
De levensloopregeling komt per 1 januari 2012 te vervallen; het vitaliteitssparen komt er in 2013 voor in de plaats. Er is een beperkte overgangsregeling. Deze zou eerst alleen voor 58-plussers gelden, maar inmiddels mag iedereen die op 31 december 2011 een levenslooptegoed heeft van € 3.000 of meer, de levensloopregeling continueren. Vanaf 2012 wordt echter geen levensloopverlofkorting meer opgebouwd. Het voordeel van de levensloopregeling is de grotere opbouwmogelijkheid: onder de vitaliteitsregeling kan opbouw plaatsvinden tot maximaal € 20.000, onder de levensloopregeling is dit mogelijk tot 210% van het jaarloon. Daar staat onder meer tegenover dat de vitaliteitsregeling flexibelere opnamemogelijkheden heeft.

Ga na of continuering van de levensloopregeling in uw geval voordelig is en zorg in dat geval voor een saldo van € 3.000 of meer op 31 december 2011!
22. Vrijwillige voortzetting pensioenregeling wordt uitgebreid
Werknemers kunnen voor een periode van drie jaar na hun ontslag hun pensioenregeling vrijwillig voortzetten. Het Kabinet is bereid de termijn van deze fiscale faciliteit met ingang van 2012 uit te breiden van drie naar tien jaar na ontslag. De vrijwillige premies zijn hiermee voor nog tien jaar aftrekbaar. De faciliteit is nu in lijn met de Pensioenwet die de ex-werknemer de mogelijkheid biedt om na ontslag de pensioenregeling te continueren. Om dit te financieren, wordt de maximale toevoeging aan de FOR verlaagd. De tweede begrenzing van de FOR wordt met € 2.500 verlaagd tot € 9.382.
23. Verbeter uw liquiditeitspositie met kwartaalaangifte
U kunt uw liquiditeitspositie verbeteren door over te stappen op de kwartaalaangifte. Maandaangifte geniet de voorkeur als u bijvoorbeeld per saldo btw terugkrijgt; het bedrag van de voorbelasting is groter dan het af te dragen btw-bedrag.
24. Check herziening van btw
Als u in het verleden zaken heeft gekocht waarbij de btw geheel of gedeeltelijk in aftrek is gebracht, dan kan het zijn dat deze btw-aftrek moet worden herzien. Herziening kan zich voordoen als het gebruik van de roerende of onroerende zaken wijzigt. Dit is bijvoorbeeld het geval als u een pand in 2011 bent gaan gebruiken voor vrijgestelde prestaties, terwijl u voorheen btw-belaste prestaties verrichtte. Andersom is ook mogelijk: u bent een pand gaan gebruiken voor belaste prestaties, terwijl u voorheen vrijgestelde prestaties verrichtte. In beide gevallen moet u de btw herzien. Voor onroerende zaken geldt een herzieningstermijn van negen jaar na het jaar van ingebruikneming, voor roerende zaken geldt een termijn van vier jaar na het jaar van ingebruikneming.
25. Correcties laatste btw-aangifte 2011
In de laatste btw-aangifte over 2011 verwerkt u de correctieposten over het afgelopen jaar. De correcties kunnen betrekking hebben op de btw-teruggaaf van oninbare vorderingen en op het privégebruik van goederen en diensten.

Heeft u te maken met dubieuze debiteuren die u niet (meer) betalen? Vraag dan de btw van de oninbare vordering terug.
Dit kunt u doen in de laatste btw-aangifte over het kalenderjaar. U kunt ook direct na het vaststellen van de jaarrekening een verzoek tot teruggaaf van de al betaalde btw indienen.
16. Overstappen op werkkostenregeling?
Bent u al overgestapt op de nieuwe werkkostenregeling (WKR)? De WKR vervangt de tot 2011 geldende regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen aan personeel. Tot en met 2013 kunt u jaarlijks opnieuw kiezen voor de WKR of voor de oude regels voor vrije vergoedingen en verstrekkingen. Na 2013 is de WKR echter verplicht! Met de WKR kunt u (zoals het er nu naar uitziet vanaf 2013) maximaal 1,6% van uw totale fiscale loon besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor uw werknemers.
Dit heet de 'vrije ruimte'. Bepaalde zaken kunt u daarnaast onbelast blijven vergoeden of verstrekken door gerichte vrijstellingen toe te passen. Betaalt u vergoedingen boven de 'vrije ruimte', dan betaalt u loonbelasting in de vorm van een eindheffing van 80%. De vergoedingen hoeft u niet te verwerken in de loonopgave van het personeel.
De WKR heeft veel voordelen, maar kan in specifieke gevallen nadelig zijn. Bijvoorbeeld als u werkt met veel deeltijdwerknemers. Ook zult u aandacht moeten besteden aan de gevolgen voor het arbeidsvoorwaardenbeleid in overleg met de personeelsvertegenwoordiging. Laat u bijtijds informeren of overstappen in 2012 in uw geval een slimme keuze is!
17. Beschik tijdig over nieuwe 'Verklaring geen privégebruik auto'
Uw werknemer heeft een auto van de zaak waarmee hij op kalenderjaarbasis maximaal vijfhonderd privékilometers rijdt. In uw bedrijfsadministratie bewaart u een kopie van de 'Verklaring geen privégebruik auto'. Met deze verklaring mag u geen privégebruik auto bij het loon tellen vanaf het eerstvolgende loontijdvak waarover u het loon moet berekenen. Wanneer aan uw werknemer een andere auto van de zaak ter beschikking is gesteld, moet zij/hij voor deze nieuwe auto ook een 'Verklaring geen privégebruik auto' overhandigen. De 'Verklaring geen privégebruik auto' voor de oude auto geldt namelijk niet voor de nieuwe auto. Zorg ervoor dat u tijdig beschikt over een nieuwe 'Verklaring geen privégebruik auto'.

Ga na of het voor u als werknemer zinvol is om geregistreerd te staan als houder van de ‘Verklaring geen privégebruik auto’.
18. U krijgt meer ruimte voor tijdelijke contracten!
Heeft u met een werknemer meer dan drie opeenvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten gesloten? Dan geldt als hoofdregel dat de vierde arbeidsovereenkomst van rechtswege voor onbepaalde tijd wordt. Hetzelfde geldt als opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd een periode van 36 maanden overschrijden. Dit is vastgelegd in de zogeheten ketenregeling. Sinds 9 juli 2010 is deze regeling echter tijdelijk verruimd voor werknemers jonger dan 27 jaar. In plaats van drie opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, kunt u vier tijdelijke overeenkomsten aangaan voor een periode van maximaal 48 maanden.

Deze tijdelijke regeling geldt alleen voor werknemers die jonger zijn dan 27 jaar! De einddatum van het vierde contract dient dan ook te liggen vóór de 27ste verjaardag van de werknemer. De regeling is een tijdelijke verruiming, die in eerste instantie geldt tot 1 januari 2012. Vanwege de economische situatie is de kans groot dat de regeling wordt verlengd tot 1 januari 2014.
19. U krijgt geen mededeling aangifte loonheffingen meer!
Vanaf 1 januari 2012 stopt de belastingdienst met het versturen van mededelingen met de vraag de aangifte loonheffingen op tijd te doen en te betalen. Momenteel ontvangt u aan het eind van elk aangiftetijdvak van de belastingdienst nog een mededeling en een acceptgiro als geheugensteuntje.
In november krijgt u voor het laatst de 'Aangiftebrief loonheffingen' voor 2012 van de belastingdienst. In de 'Aangiftebrief loonheffingen' staan de aangiftetijdvakken vermeld met de bijbehorende uiterste aangiftedata, betaaldata en betalingskenmerken.

Het is belangrijk dat u deze aangiftebrief goed bewaart, omdat de belastingdienst met ingang van 2012 de mededeling loonheffingen niet meer verstuurt. Bovendien moet u, indien u gebruikmaakt van de acceptgiro, vanaf 2012 het bedrag aan loonheffingen zelf overmaken naar het rekeningnummer van de belastingdienst. Daarbij heeft u het betalingskenmerk nodig dat vermeld staat in de 'Aangiftebrief loonheffingen'. |