<?xml version="1.0" encoding="ISO-8859-1" ?>
<rss version="0.91">

<channel>
<title>Nieuws van JAN©</title>
<link>http://www.JAN.ac/nieuws-van-JAN.php</link>
<description>Het laaste nieuws van JAN©</description>
<language>nl</language>
<image>
<title>Nieuws van JAN©</title>
<url>http://www.jan.ac/images/JAN-RSS-logo.png</url>
<link>http://www.JAN.ac/nieuws-van-JAN.php</link>
</image>
<copyright>JAN©</copyright>



<item>
<title><![CDATA[Ons pensioenstelsel getest]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/nieuws-van-JAN.php</link>
<description><![CDATA[<b>De kranten staan vol over de crisis bij pensioenfondsen. We hebben nu zelfs het punt bereikt waarop een aantal pensioenfondsen hebben aangekondigd dat ze per 1 april 2013 de pensioenaanspraken gaan korten (afstempelen).
In Nederland is ongeveer 80% van de pensioenregelingen gebaseerd op toegezegde pensioenuitkeringen. Om deze toezegging ook waar te kunnen maken, stelt de wetgever eisen aan de kapitaaldekking die pensioenfondsen moeten aanhouden, de zogenaamde dekkingsgraad. Door de steeds lagere rentestand en het steeds maar toenemen van de levensverwachting neemt de hoogte van de pensioenverplichting voor de pensioenfondsen toe. De lage rentestand in combinatie met de lage beurskoersen heeft een drukkend effect op de bezittingen van het pensioenfonds. Hierdoor komt de uiteindelijke dekkingsgraad van het pensioenfonds onder druk te staan. </b><br>
<br>
Als werkgever merkt u van de huidige pensioencrisis enkel dat de pensioenfondsen de premie proberen te verhogen. Uw werknemers merken van de pensioencrisis dat hun pensioenrechten minder worden. Zij zijn dus uiteindelijk de dupe!<br>
<br>
Om ons pensioenstelsel beter bestand te maken tegen de huidige economische situatie zijn er plannen om de pensioenrechten van de werknemers minder gegarandeerd te maken. In combinatie met het ophogen van de pensioenleeftijd moet dit ons pensioenstelsel in de toekomst betaalbaar houden.<br>
<br>
Of ons pensioenstelsel sterk genoeg is om de huidige economische situatie te doorstaan, zal in de komende jaren moeten blijken. Door de eis van kapitaaldekking zijn de werknemers in Nederland nog altijd beter af dan bijvoorbeeld de Grieken. Laten we dit feit ook eens betrekken bij de beoordeling van ons pensioenstelsel!
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Regels voor collectief ontslag strenger]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/nieuws-van-JAN.php</link>
<description><![CDATA[<b>Bent u binnenkort genoodzaakt om twintig of meer werknemers om bedrijfseconomische redenen te ontslaan, vergeet dan niet om dit te melden. Niet alleen bij het UWV, maar ook bij de vakbond. Als u dit niet doet, loopt u het risico dat het collectief ontslag door de rechter wordt teruggedraaid. Per 1 maart 2012 verandert de Wet melding collectief ontslag (Wmco). De regels worden strenger en ook de beëindigingsovereenkomst gaat onder de wet vallen. </b><br>
<br>
<b>Ongeacht de route</b><br>
Met de laatste maatregel wil de overheid voorkomen dat een werkgever onder zijn verplichtingen van de wet kan uitkomen door bij een voorgenomen ontslag van bijvoorbeeld 22 werknemers met drie werknemers een individuele beëindigingovereenkomst te sluiten. Gevolg van deze wijziging is dat het bij collectief ontslag niet langer meer relevant is welke route u kiest: via het UWV, via de rechter of via een individueel ontslag met wederzijds goedvinden.<br>
<br>
<b>Raadpleeg de vakbonden</b><br>
Er is sprake van collectief ontslag wanneer binnen een periode van drie maanden twintig of meer ontslagen zijn gepland. Als onder de huidige wet sprake is van collectief ontslag, is het voldoende wanneer de werkgever het voorgenomen ontslag aan de vakbonden en, wanneer die er zijn, aan de ondernemingsraden meldt en een uitnodiging stuurt om hen te raadplegen. In de nieuwe situatie is de uitnodigingsplicht verzwaard. U moet als werkgever de vakbonden en de ondernemingsraad ook daadwerkelijk hebben geraadpleegd. Wanneer de vakbond niet op tijd reageert of afziet van de uitnodiging, dan heeft u voldaan aan uw uitnodigingsplicht.<br>
<br>
<b>Tip!</b><br>
U hoeft alleen de vakbonden te raadplegen. Er is geen overeenstemming nodig! Een afschrift van de melding aan de vakbonden moet u opsturen naar het UWV. Raadpleging kan achterwege blijven als de herplaatsing van de met ontslag bedreigde werknemers of banen van andere werknemers in de onderneming hierdoor in gevaar zouden komen. U moet dit dan wel aannemelijk maken. De verplichte melding aan het UWV blijft in deze situatie bestaan.<br>
<br>
<b>Sanctie bij niet naleven van de regels</b><br>
Als u uw verplichtingen bij collectief ontslag niet naleeft, loopt u het risico dat de rechter het ontslag terugdraait (vernietigt). Dat kan financiële gevolgen hebben. Werknemers kunnen binnen zes maanden de vernietiging van hun ontslag inroepen en dat betekent dat u met terugwerkende kracht vanaf de ontslagdatum salaris bent verschuldigd. En niet alleen salaris, maar ook een wettelijke verhoging die kan oplopen tot maximaal 50%.<br>
<br>
<b>Wachttijd</b><br>
Een andere belangrijke verandering in het ontslagrecht is de wachttijd voor de werkgever. Tenzij de vakbond instemt, kunt u de arbeidsovereenkomst niet eerder dan een maand na de melding opzeggen of met wederzijds goedvinden beëindigen. Voor ontbinding geldt hetzelfde: de arbeidsovereenkomst kan niet eerder worden ontbonden dan een maand na de melding.
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Eigen woning onder vuur]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/nieuws-van-JAN.php</link>
<description><![CDATA[<b>De huizenmarkt zit al een tijdje in het slop en het kabinet heeft dit jaar het eigenwoningforfait verhoogd met bijna 10%. Ook de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting loopt in 2012 af. Gelukkig denkt de overheid ook nog een klein beetje met u mee. Zo wordt de WOZ-waarde in de toekomst openbaar en maken gemeentes voortaan gebruik van het 'taxatieverslag nieuwe stijl'. </b><br>
<br>
<b>Eigenwoningforfait</b><br>
Om te beginnen, gaat u dit jaar meer belasting betalen over het bezit van een eigen woning, het eigenwoningforfait. Betaalde u in 2011 nog 0,55% over de WOZ-waarde tussen de 75.000 en 1.020.000 (2012: 1.040.000) van uw huis, dit jaar is dat percentage verhoogd naar 0,6%. Bovendien betaalt u voor een huis met een WOZ-waarde boven de 1.040.000 een vast bedrag van 6.240 (2011: 5.610), vermeerderd met 1,30% (2011: 1,05%) van de waarde boven de 1.040.000. Al met al een forse verzwaring.<br>
<br>
<b>WOZ-waarde straks openbaar</b><br>
Het kabinet wil dat de WOZ-waarde voor iedereen openbaar wordt. De bedoeling is dat u als eigenwoningbezitter makkelijker inzicht krijgt in de waardebepaling van uw eigen woning. U kunt die dan immers vergelijken met andere panden. Deze maatregel moet leiden tot minder bezwaar- en beroepsprocedures. Het kabinet moet hiervoor nog een wetsvoorstel indienen.<br>
<br>
<b>Taxatieverslag gemeenten</b><br>
Vanaf dit jaar hanteren de gemeentes het taxatieverslag nieuwe stijl, waarmee een betere acceptatie van de WOZ-waarde wordt verwacht. Het nieuwe verslag bevat extra toelichtende informatie, zodat u als huizenbezitter beter inzicht krijgt in de opbouw van de taxatie.<br>
<br>
<b>Wanneer bezwaar maken?</b><br>
Elke gemeente geeft normaliter binnen acht weken na 1 januari 2012 de WOZ-beschikking 2012 af. De WOZ-waarde 2012 is vastgesteld naar de waarde van de onroerende zaak per 1 januari 2011. Als de woning volgens u te hoog gewaardeerd is, kunt u binnen zes weken na dagtekening van de WOZ-beschikking bezwaar maken bij de gemeente. Laat u de bezwaartermijn onverhoopt verstrijken, dan kunt u niet meer in beroep gaan bij de rechter. <br>
<br>
<b>Tip!</b><br>
Bent u van mening dat de gemeente de waarde te hoog heeft vastgesteld, dan doet u er verstandig aan om bezwaar te maken. U maakt dan automatisch ook bezwaar tegen de aanslag onroerende-zaakbelastingen (OZB). JAN© kan u helpen met het motiveren van uw bezwaar.<br>
<br>
<b>Regels tijdelijke verhuur soepeler</b><br>
De overheid gaat de regels voor tijdelijke verhuur onder de Leegstandwet versoepelen. Voor u als huiseigenaar wordt het dan makkelijker om uw te koop staande oude woning tijdelijk te verhuren. Onnodig ingewikkelde procedures worden eenvoudiger of verdwijnen. Datum van invoering is nog onbekend.<br>
<br>
<b>Tarief overdrachtsbelasting weer omhoog</b><br>
Bij het kopen van een woning gaat het tarief van de overdrachtsbelasting op 1 juli 2012 weer omhoog van 2% naar 6%. De overheid heeft het tarief tijdelijk verlaagd voor woningen verkregen op en na 15 juni 2011, maar daar komt dus binnenkort een einde aan. Heeft u nog plannen om een nieuwe woning te kopen, wacht dan niet te lang. <br>
<br>
<b>Let op</b><br>
Het lagere tarief geldt alleen voor woningen en niet voor bedrijfspanden.  
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Goed nieuws voor MKB! U wordt niet verplicht een andere accountant te zoeken]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/nieuws-van-JAN.php</link>
<description><![CDATA[<b>Wellicht heeft u het in de krant gelezen of op het nieuws gehoord: de Tweede Kamer heeft de Wet op het accountantsberoep gewijzigd en een aantal maatregelen genomen om de onafhankelijkheid van de accountant te vergroten. Kort door de bocht gesteld mogen accountants niet meer langer dan acht jaar voor een zelfde opdrachtgever werken én accountants mogen ook geen adviesdiensten meer verrichten voor de opdrachtgever waar zij ook de jaarrekeningcontrole doen. </b><br>
<br>
Geldt dat ook voor u, zult u zich wellicht afvragen? Nee! Deze maatregelen zijn alleen van toepassing voor de accountants die grote beursgenoteerde bedrijven of banken (de zogenaamde Organisaties van Openbaar Belang) controleren.<br>
<br>
JAN© werkt voor MKB-ondernemers als u en u kunt erop vertrouwen dat JAN© in alle diensten die hij voor u uitvoert, zorg draagt voor kwaliteit, continuïteit en onafhankelijkheid. JAN© heeft bovendien het SRA-kwaliteitskeurmerk, dat betekent dat de kwaliteit van zijn processen continu wordt gemonitord en geborgd. Instanties als de Autoriteit Financiële Markten, de belastingdienst en ook de banken vertrouwen op dit SRA-kwaliteitskeurmerk. Dus JAN© gaat net zoals altijd samen met u aan de slag om ervoor te zorgen dat uw onderneming een gezonde basis heeft en houdt.
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Update btw-regels voor de (zakelijke) auto]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/nieuws-van-JAN.php</link>
<description><![CDATA[<b>Als eerst alle btw op de aanschaf en het gebruik van de auto kan worden afgetrokken, moet vervolgens een correctie plaatsvinden wegens het privégebruik. Met ingang van 1 juli 2011 zijn de regels voor de correctie wegens het privé-gebruik drastisch veranderd (zie onze vorige Journaalpost). De correctie mag u voortaan forfaitair berekenen door uit te gaan van 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) van de auto. Maar er is meer veranderd: in plaats van de forfaitaire correctie mag u - naar keuze - ook uitgaan van het werkelijke privégebruik. Verder is het begrip woonwerkverkeer verduidelijkt en geldt een nieuwe regeling voor het geval u de auto heeft aangeschaft zonder recht op aftrek van btw. </b><br>
<br>
<b>Werkelijk privégebruik</b><br>
In plaats van de forfaitaire berekeningsmethode mag u vanaf 1 juli 2011 kiezen om 19% btw te betalen over het werkelijke privégebruik. U berekent de verschuldigde btw op de volgende manier: <br>
<br>
totale autokosten (exclusief btw) x ( privé kilometers / totaal kilometers ) x 19% btw.<br>
<br>
Om deze berekening te kunnen maken moet u een administratie bijhouden, zowel van de gereden kilometers als van de gemaakte autokosten. Stel dat de totale autokosten  ¬ 7.500 bedragen. In deze stelpost zitten niet alleen de gebruikskosten (zoals brandstofkosten), maar ook een tijdsevenredig deel van de aanschafkosten van de auto. Het gaat om alle kosten waarop btw drukt, die u in eerste instantie in aftrek heeft gebracht. Stel vervolgens dat in het betreffende jaar 8.000 kilometer met deze auto is gereden, waarvan 2.000 privé. De btw over het privégebruik bedraagt nu: <br>
<br>
7.500 x ( 2.000 / 8.000 ) x 19% = 356. <br>
<br>
Dit bedrag geeft u aan in de laatste btw-aangifte van het betreffende jaar. <br>
<br>
<b>Let op</b><br>
Vanaf 1 juli 2011 wordt woon-werkverkeer voor de btw aangemerkt als privégebruik!<br>
<br>
<br>
<b>Woon-werkverkeer</b><br>
Met woon-werkverkeer wordt bedoeld het heen en weer reizen van de woon- of verblijfplaats naar een vaste werkplaats. Is deze plaats niet opgenomen in de arbeidsovereenkomst, dan gelden - voor zowel de btw-ondernemer als de werknemer - alle reizen van de woon- of verblijfplaats naar een bedrijfsadres van de onderneming als woon-werkverkeer. Reizen naar andere plaatsen, bijvoorbeeld het adres van de klant of een bouwplaats, vallen niet onder het begrip woon-werkverkeer.<br>
<br>
Nu kan het zijn dat het privégebruik van uzelf of uw werknemers zich beperkt tot het woon-werkverkeer. Een kilometeradministratie is dan niet nodig. U mag het aantal privékilometers op één van de volgende twee manieren vaststellen:<br>
<br>
1	U rekent de afstand woon-werk uit en vermenigvuldigt dit met het aantal malen dat die afstand wordt gereden op jaarbasis.<br>
2	U rekent de afstand woon-werk uit en vermenigvuldigt dit met 214 werkdagen op jaarbasis. Dit aantal past u naar evenredigheid toe als er minder dan vijf dagen per week wordt gewerkt.<br>
<br>
<b>Auto aangeschaft zonder btw-aftrek</b><br>
Het kan zijn dat u als ondernemer bij de aanschaf van een auto geen btw in aftrek heeft kunnen brengen. Het gaat dan bijvoorbeeld om een occasion die onder de margeregeling is aangeschaft. Als u de auto voor belaste btw-handelingen gebruikt, mag u de btw die betrekking heeft op het gebruik en het onderhoud van de auto (zoals benzinekosten) volledig aftrekken. <br>
In de laatste btw-aangifte van het jaar moet u dan een btw-bedrag voldoen dat gelijk is aan 1,5% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm).<br>
<br>
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Bijbetalingslasten bij waardeoverdracht ]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/nieuws-van-JAN.php</link>
<description><![CDATA[<b>Bij het einde van een dienstverband of einde van een deelnemerschap heeft een werknemer een wettelijk recht op waardeoverdracht. Dit kan voor de werknemer belangrijk zijn ter voorkoming of beperking van een pensioenbreuk. Tevens wordt het overzichtelijker doordat het pensioen bij één uitvoerder wordt ondergebracht.</b><br>
<br>
Het wettelijk recht op individuele waardeoverdracht is op 8 juli 1994 ingevoerd om de arbeidsmobiliteit van met name oudere werknemers te vergroten zodat zij niet bij een werkgever zouden blijven werken op straffe van verlies van pensioen. De pensioenuitvoerder is verplicht tot waardeoverdracht als de deelnemer binnen zes maanden na aanvang van de deelneming een verzoek heeft ingediend bij de nieuwe pensioenuitvoerder.<br>
<br>
De huidige regels van de plicht tot waardeoverdracht kunnen voor werkgevers in een aantal gevallen grote financiële gevolgen hebben. Tot en met 2010 moest een werkgever bijbetalen als een nieuwe werknemer zijn opgebouwde pensioen overdroeg naar zijn nieuwe werkgever.<br>
Tijden veranderen en vanaf 1 januari 2011 geldt de omgekeerde situatie. Door de huidige lage rentestand komt er bij een verplichte waardeoverdracht een bijbetalingsverplichting te liggen bij de oude werkgever. Deze lasten kunnen substantieel zijn, zeker voor kleine ondernemingen. Het financiële voordeel van waardeoverdracht voor de werknemer staat vaak niet in verhouding tot het financiële nadeel voor de werkgever.<br>
<br>
In de Verzamelwet Pensioenen 2012 die per 1 januari 2012 van kracht is geworden is, is daarom een bepaling opgenomen waardoor pensioenuitvoerders (tijdelijk) niet verplicht zijn tot medewerking aan waardeoverdracht indien de overdragende of ontvangende pensioenuitvoerder een verzekeraar is en de overdracht leidt tot bijbetalingslasten voor de oude of de nieuwe werkgever die een bij Algemene maatregel van bestuur te stellen grens te boven gaan. Mocht een werkgever toch bereid zijn om (vrijwillig) de bijbetalingslasten te betalen, dan krijgen pensioenuitvoerders de bevoegdheid om alsnog mee te werken aan waardeoverdracht. De maatregel geldt niet als door de ontvangende pensioenuitvoerder al een voorstel voor waardeoverdracht is uitgebracht.<br>
We mogen echter niet te vroeg juichen. De grens is namelijk nog niet bepaald en tot die tijd blijft de problematiek omtrent de bijbetalingsplicht in ieder geval bestaan. Het is dus zaak om bij het aannemen of ontslaan van werknemers stil te staan bij het risico van waardeoverdracht om zo een financiële tegenvaller te voorkomen.
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Minder kinderopvangtoeslag in 2012]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/nieuws-van-JAN.php</link>
<description><![CDATA[<b>De toeslag is met ingang van dit jaar verlaagd en voortaan gekoppeld aan het aantal gewerkte uren. U als ouders krijgt voor kinderopvang minder terug van de overheid en moet meer zelf moet gaan betalen.  </b><br>
<br>
<b>Meer zelf betalen</b><br>
Hoeveel lager de kinderopvangtoeslag dit jaar is, hangt af van uw (gezamenlijke) toetsingsinkomen. Hoe hoger dit inkomen, hoe meer u als ouders zelf betaalt. Op www.toeslagen.nl kunt u een proefberekening maken. <br>
<br>
<b>Welke uren tellen mee?</b><br>
U kunt voortaan alleen nog een toeslag krijgen voor de gewerkte uren. Daarbij wordt uitgegaan van de ouder die het minst aantal uren per jaar werkt. Om te bepalen welke uren meetellen, maakt het verschil of u als minst werkende ouder in loondienst werkt of als zelfstandig ondernemer.<br>
<br>
<b>Uren in loondienst</b><br>
Als u in loondienst werkt, tellen als gewerkte uren mee de uren die u op jaarbasis krijgt uitbetaald. Het maakt niet uit of u tijdelijk minder uren werkt door bijvoorbeeld ziekte, bijscholing of ouderschapsverlof. U kunt dan nog steeds uitgaan van de uren uit uw arbeidsovereenkomst.<br>
<br>
<b>Uren als zelfstandig ondernemer</b><br>
Bent u zelfstandig ondernemer, dan tellen alle uren die u besteedt aan uw bedrijf mee als gewerkte uren. Dit zijn dus niet alleen de reguliere uren die u bijvoorbeeld besteedt aan uw klanten, aan offertes of aan uw bedrijfs-administratie, ook de uren voor eventuele cursussen of trainingen die u volgt voor uw bedrijf tellen mee. Houdt u met twee zaken rekening:<br>
1	Voer een urenadministratie waarmee u de gewerkte uren kunt verantwoorden.<br>
2	Reistijd voor woon-werkverkeer valt niet onder gewerkte uren, maar ziekte wel.<br>
<br>
<b>Maximaal aantal uren per maand</b><br>
Hoe berekent u nu het aantal uren waarvoor u maximaal kinderopvangtoeslag kunt krijgen?<br>
Stel u werkt als minst werkende ouder 24 uur per week. U werkt dan 1.248 uur per jaar (52 weken x 24 uur). Per maand is dit 104 uur (1.248 gedeeld door 12).<br>
<br>
 "	Bij dagopvang is de berekening nu als volgt: vermenigvuldig 104 met 140%. U heeft recht op 146 uur kinderopvangtoeslag voor uw kind.<br>
 "	Bij buitenschoolse opvang rekent u het volgende: vermenigvuldig 104 met 70%. U heeft recht op 73 uur kinderopvangtoeslag voor uw kind.<br>
<br>
<b>Let op!</b><br>
U kunt per kind voor maximaal 230 uur kinderopvangtoeslag per maand krijgen. Dit geldt voor alle opvangsoorten samen.
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Profiteer optimaal van de nieuwe RDA!]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/nieuws-van-JAN.php</link>
<description><![CDATA[<b>Voor ondernemers die speur- en ontwikkelingswerk (S&O-werk) verrichten, is er vanaf dit jaar een nieuwe fiscale aftrekpost: de Research & Development Aftrek (RDA). Wanneer komt u in aanmerking voor deze aftrek? </b><br>
<br>
<b>RDA in vogelvlucht</b><br>
Verrichten u of uw werknemers S&O-werk, dan bent u al bekend met de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). De WBSO verlaagt de arbeidskosten van speur- en ontwikkelingswerk. De RDA verlaagt de overige kosten. De RDA is een extra aftrekpost op de winst en bedraagt 40% van de kosten en uitgaven die direct toerekenbaar zijn aan S&O-werk. Zowel bedrijven in de vennoot-schapsbelasting als ondernemers in de inkomstenbelasting kunnen gebruikmaken van de RDA.<br>
<br>
<b>Welke kosten en uitgaven komen in aanmerking?</b><br>
Zoals gezegd, moeten de kosten en uitgaven direct toerekenbaar zijn aan het S&O-werk. Bij uitgaven gaat het om betaalde, nieuwe en niet eerder gebruikte bedrijfsmiddelen. Is een uitgave slechts gedeeltelijk direct toerekenbaar aan S&O-werk, dan komt ook alleen dat deel voor de RDA in aanmerking. De kosten en uitgaven komen alleen voor aftrek in aanmerking als u de verplichtingen hiervoor na 1 januari 2012 bent aangegaan. <br>
<br>
Bepaalde kosten en uitgaven zijn uitgesloten van de RDA, zoals afschrijvingskosten, financieringskosten en kosten van inhuur van arbeid. Ook uitgaven voor investeringen die in aanmerking komen voor de energie- of milieu-investeringsaftrek zijn uitgesloten.<br>
<br>
<b>Let op!</b><br>
Uitgaven boven de  ¬ 1 miljoen komen per jaar voor een vijfde deel in aanmerking.<br>
<br>
<b>Aanvragen vanaf 1 mei 2012</b><br>
De RDA wordt - net als de WBSO - uitgevoerd door Agentschap NL. Om hiervan te kunnen profiteren, heeft u een RDA-beschikking nodig. Deze vraagt u tegelijk aan met uw aanvraag voor een S&O-verklaring. Omdat de RDA een nieuwe regeling is, kunt u deze pas aanvragen na 1 mei 2012. Voor de kosten en uitgaven tussen 1 januari 2012 en 1 mei 2012 kunt u met terugwerkende kracht een RDA-beschikking aanvragen.<br>
<br>
<b>Administratie- en mededelingsplicht</b><br>
Het RDA-bedrag dat op de beschikking is vermeld, kunt u als aftrekpost opvoeren in de aangifte inkomsten- of vennootschapsbelasting. Dit bedrag is gebaseerd op een door u gemaakte schatting van de kosten en uitgaven. Als het aantal S&O-uren per kalendermaand minder dan 150 is, wordt het RDA-bedrag berekend door het aantal S&O-uren te vermenigvuldigen met  ¬ 15. <br>
<br>
Binnen drie maanden na afloop van het jaar moet u het aantal daadwerkelijk gerealiseerde S&O-uren melden. In uw administratie houdt u het aantal S&O-uren bij. Is het RDA-bedrag gebaseerd op de geschatte kosten en uitgaven, dan moet u ook de daadwerkelijk gerealiseerde kosten en uitgaven in uw mededeling vermelden. In uw administratie houdt u dan ook de werkelijke kosten en uitgaven per S&O-project bij. <br>
<br>
<b>Let op!</b><br>
Schat niet te laag. Dan wordt namelijk uitgegaan van het in de RDA-beschikking opgenomen bedrag. Als de daadwerkelijke kosten en uitgaven achteraf hoger zijn, wordt de RDA dus niet naar boven bijgesteld.
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Tips van JAN©]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/nieuws-van-JAN.php</link>
<description><![CDATA[
<b>1)	Vijf jaar voordeel bij aanschaf zuinige auto</b><br>
Overweegt u de aanschaf van een nieuwe (lease)auto van de zaak en denkt u hierbij aan een zuinige of zéér zuinige auto, wees dan snel. De CO2-grenzen voor zuinige en zéér zuinige auto's worden de komende jaren aangescherpt. Als u de auto vóór 1 juli 2012 aanschaft, kunt u - zolang de auto niet van eigenaar en gebruiker wisselt - blijven profiteren van de lagere bijtelling van 14% of 20% die hoort bij de huidige CO2-grenzen.<br>
<br> 
Als u de auto op of na 1 juli 2012 aanschaft, houdt u het lagere bijtellingspercentage vijf jaar. Aan het einde van die periode wordt beoordeeld of uw auto nog steeds in aanmerking komt voor een lager bijtellingspercentage. <br>
<br>
<b>Let op</b><br>
Om nog gebruik te kunnen maken van de huidige gunstige regeling moet bij aanschaf van een auto ook het kenteken vóór 1 juli op naam zijn gesteld.<br>
<br>
<b>2)	Verplichte notariële akte bij schenking aan kinderen vervallen</b><br>
Wanneer u geld schenkt aan uw kind en het kind gebruikt dit geld voor de eigen woning, dan kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van een eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling van maximaal  ¬ 50.300. Tot 1 januari 2012 moest van deze schenking een verplichte notariële akte worden opgemaakt. Deze verplichting is komen te vervallen. In de praktijk is namelijk gebleken dat de aangifte schenkbelasting voldoende is als signaal en controlemiddel voor de belastingdienst. De overige voorwaarden voor de verhoogde vrijstelling blijven wel van toepassing. Zo moeten u en uw kind schriftelijk kunnen aantonen dat u de schenking daadwerkelijk heeft betaald en uw kind het geld ook echt gebruikt heeft voor de eigen woning of de aflossing van de eigenwoningschuld.<br>
<br>
<b>3)	Gebruikelijk loon voor de dga omhoog</b><br>
De dga en zijn bv moeten zakelijk met elkaar omgaan. Dit is een van de redenen waarom in de loonbelasting de gebruikelijkloonregeling is opgenomen. Deze komt erop neer dat u vanuit uw bv een loon hoort te krijgen dat gebruikelijk is voor het niveau en de duur van uw arbeid. In 2012 bedraagt het gebruikelijk loon minimaal  ¬ 42.000 (2011:  ¬ 41.000). Het loon mag niet lager zijn dan dat van de meest verdienende andere werknemer. <br>
Bent u van mening dat uw loon lager of juist hoger moet zijn, neem dan contact op met JAN© De bewijslast voor een lager loon rust op u, terwijl de bewijslast voor een hoger gebruikelijk loon op de belastinginspecteur rust.<br>
<br>
<b>4)	Meldingen milieu- en energie-investeringen voortaan digitaal</b><br>
Investeert u in een bedrijfsmiddel waarvoor u recht heeft op energie-investeringsaftrek (EIA) of milieu-investeringsaftrek (MIA) en willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil), dan moet u dit bedrijfsmiddel tijdig aanmelden. Als u in januari 2012 of later investeert, kunt u alleen nog een digitale aanmelding doen bij het eLoket van Agentschap NL. Meld uw investering binnen drie maanden aan, anders heeft u geen recht op de aftrek en/of de willekeurige afschrijving.<br>
<br>
<b>Let op</b><br>
Investeringen waarvoor u de opdracht al in 2011 heeft gegeven, moeten nog op de oude manier, dus met het papieren meldingsformulier, worden aangemeld bij Bureau IRWA van de belastingdienst.<br>
<br>
<b>5)	Toch overgangsregeling voor belastingbesparing met ouderlijke woning</b><br>
Met ingang van 1 januari 2010 is de Successiewet vernieuwd en dat heeft onder andere een einde gemaakt aan de vruchtgebruikconstructie. Hiermee konden ouders op een voordelige manier hun huis, bij leven, overdragen aan hun kinderen. Kinderen hoefden namelijk niet af te rekenen over de waardestijging van het huis vanaf het moment van overdracht tot aan het overlijden van (een van) de ouders. Vanaf 2010 moet wel worden afgerekend over de gehele waardestijging tot overlijden. Omdat dit leidt tot schrijnende gevallen, komt de overheid alsnog met een overgangsregeling.<br>
Door de overgangsregeling hoeft de waardestijging van de woning tussen het moment van overdracht en 1 januari 2010 niet te worden meegenomen in de heffing van erfbelasting. De woningwaarde wordt wel vermeerderd met de waardestijging vanaf 1 januari 2010 tot aan de overlijdensdatum van de langstlevende ouder.<br>
<br>
<b>6)	Uitstel van betaling bij bedrijfsemigratie</b><br>
Wanneer u uw bedrijf verplaatst naar het buitenland, moet u afrekenen met de belastingdienst. U bent namelijk belasting verschuldigd over de eindafrekeningswinst. Eind november 2011 besliste het Europese Hof van Justitie dat lidstaten, zoals Nederland, een dergelijke exitheffing mogen toepassen. Wel moeten lidstaten bedrijven in de gelegenheid stellen de verschuldigde belasting later te betalen. Verplaatst u uw bedrijf dus naar het buitenland, dan moet de belastingdienst u erop wijzen dat u de mogelijkheid heeft om te kiezen voor uitstel van betaling.<br>
<br>
<b>7)	Buiten kantooruren een toeslag aanvragen</b><br>
De belastingdienst heeft op www.toeslagen.nl een persoonlijke internetpagina gemaakt, genaamd: mijn toeslagen. Hier kunt u 24 uur per dag en zeven dagen per week een toeslag (kinderopvang-, huur- en zorgtoeslag en kindgebonden budget) aanvragen, wijzigen of stopzetten. Dit doet u door in te loggen op een beveiligde omgeving met uw persoonlijke DigiD-code. Binnen deze omgeving kunt u ook terecht voor informatie over uw toeslag, zoals de hoogte of de datum van uitbetalen.<br>
<br>
<b>8)	Toch inkomensafhankelijke combinatiekorting voor scheidende partners</b><br>
Wanneer partners uit elkaar gaan, kan het voorkomen dat geen van beiden in dat jaar nog in aanmerking komt voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Het is namelijk de regel dat alleen de partner met het laagste arbeidsinkomen de korting krijgt. Bovendien moet sprake zijn van een kind dat minimaal zes maanden op hetzelfde woonadres staat ingeschreven. Deze voorwaarden zorgden voor vervelende gevolgen. Hiervoor heeft de overheid nu een oplossing. <br>
Heeft u in het kalenderjaar minder dan zes maanden een fiscale partner, dan komt u toch in aanmerking voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting als u in het kalenderjaar een hoger arbeidsinkomen heeft dan uw ex-partner. Natuurlijk moet ook aan de overige voorwaarden voor toepassing van de inkomensafhankelijke combinatiekorting worden voldaan.<br>
<br>
<b>9)	Nieuwe Inspectie Sociale Zekerheid en Werkgelegenheid</b><br>
'Inspectie SZW' is de nieuwe naam van de inspectiedienst waarin per 1 januari 2012 de Arbeidsinspectie, SIOD (Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst) en IWI (Inspectie Werk en Inkomen) zijn opgegaan. De nieuwe inspectie kan nu beter haar mensen en middelen inzetten waar die nodig zijn. De inspectie zal in 2012 met name de uitbuiting van werknemers fors aanpakken. Daarbij worden inkomsten ingenomen die door frauduleus handelen zijn verkregen.<br>
<br>
<b>10)	Innovatiefonds MKB+</b><br> 
De ontwikkeling van nieuwe producten, diensten en processen is duur. Heeft u een innovatief idee, maar beschikt uw bedrijf niet over de benodigde financiële middelen, dan is speciaal voor het midden- en kleinbedrijf vanaf dit jaar het innovatiefonds MKB+. Via dit fonds wordt een innovatiekrediet verstrekt, oftewel een lening aan bedrijven voor innovatieve projecten. Als uw project mislukt, wordt het krediet omgezet in een subsidie. Slaagt het project, dan moet de lening inclusief opgebouwde rente binnen tien jaar worden terugbetaald.<br>

<br>
xxx
]]></description>
</item>




<item>
<title><![CDATA[Lichtpuntje in 2012?]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/nieuws-van-JAN.php</link>
<description><![CDATA[<b>Het is alweer bijna 3 jaar geleden dat u van mij voor het laatst een bijdrage in de Journaalpost las. Het ging toen over marktkansen in het MKB, hét thema destijds. De economische crisis was in het voorjaar van 2009 ook neergestreken op het MKB en niemand wist toen nog wat deze crisis ons zou brengen.
Wie kon zich toen de vele sombere voorspellingen van vooraanstaande economen, financieel geografen en andere deskundigen voorstellen die ons nu dagelijks bereiken. Het is een feit dat onze altijd zo betrouwbare Nederlandse economie kraakt: </b><br>
<br>
-	het aantal faillissementen in de afgelopen drie jaar blijft hoog t.o.v. 2008, toen de crisis voor het eerst zichtbaar werd;<br>
-	onder invloed van strengere (internationale) bankregels staat de (her-)financiering van ondernemingen met name in het MKB onder druk;<br>
-	door een verdere toename van de werkeloosheid in het 3e kwartaal 2011, waardoor nu 5,6% van de beroepsbevolking zonder werk zit.<br>
<br>
Inmiddels schrijf ik dit voorwoord net nadat de Europese ministers hun besluit hebben genomen om gezamenlijk de crisis nu eindelijk drastisch te lijf te gaan. Als rasoptimist hoop ik daarom dat dit een kentering betekent die zal leiden tot een einde aan deze crisis. <br>
<br>
In deze Journaalpost leest u onder meer over de plannen voor 2012 die de  regering voorstelt. Het is de vraag of door alle ontwikkelingen van de afgelopen maanden het beoogde doel van deze plannen niet al achterhaald is.<br>
<br>
Een ander onderwerp dat uw aandacht zeker verdient, is de noodzaak van het tijdig deponeren bij de Kamer van Koophandel. Elk jaar blijkt dat met name bestuurders van besloten vennootschappen in het MKB dit niet tijdig doen. De gevolgen kunnen voor deze bestuurders zeer ongewenst zijn!<br>
<br>
Ik wil eindigen u en uw dierbaren fijne feestdagen toe te wensen en spreek de wens uit dat 2012 een jaar wordt met een lichtpuntje, waarin het begin van het einde van de economisch crisis realiteit wordt en we weer in een periode van economische groei terechtkomen. Natuurlijk zal JAN© u ook dan graag weer van dienst zijn!<br>
<br>
Met vriendelijke groet,<br>
<br>
Ad Hendriksen<br>
Partner
]]></description>
</item>


<item>
<title><![CDATA[Het beoordelingsgesprek]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/beoordelingsgesprek.php</link>
<description><![CDATA[<b>Het beoordelingsgesprek is hét instrument om medewerkers efficiënt en gemotiveerd in te zetten, te sturen en zo de prestaties te verhogen. Deze gesprekken vinden meestal plaats tegen het einde van het jaar ter voorbereiding op het volgend jaar. Vaak wordt hierbij ook een eventuele salarisverhoging besproken.  </b><br>
<br>
Het beoordelingsgesprek is een onderdeel van een beoordelingscyclus: beoordelen - targets/ doelstellingen vaststellen - wederzijds functioneren en vervolgens weer beoordelen.<br>
Een effectief beoordelingsgesprek begint met een gedegen voorbereiding. Nodig de medewerker ruim van te voren uit en plan voldoende tijd in. Zorg ervoor dat het voor de medewerker duidelijk is wat de beoordelingscriteria zijn. Gebruik een goed formulier waarin vastgelegd is op welke punten wordt beoordeeld. Breng de criteria in lijn met de functie-eisen en de doelstellingen van de organisatie/u als ondernemer. De medewerker is ook verantwoordelijk voor zijn eigen ontwikkeling. Een hulpmiddel hierbij kan zijn om de werknemer vooraf ook een formulier voor zichzelf in te laten vullen, zodat hij nadenkt over zijn eigen functioneren in het afgelopen jaar en (toekomstige) doelen.<br>
<br>
Het beoordelingsformulier gebruikt u als leidraad voor het gesprek. Een goed beoordelingsformulier bevat een aantal objectieve en subjectieve criteria:<br>
-	beoordeling naar geleverde prestaties op basis van het functieprofiel<br>
-	voortgang eerder gemaakte afspraken/targets/doelstellingen/eindoordeel (algemeen) functioneren (spreek uit wat goed gaat en wat ontwikkelpunten zijn) <br>
-	afspraken/doelstellingen komend jaar<br>
<br>
Op basis van het eindoordeel wordt de eventuele salarisverhoging vastgesteld. Leg de uitkomst van het gesprek en de gemaakte afspraken schriftelijk vast (hiervoor kan het formulier de basis vormen) en overhandig deze voor akkoord aan medewerker. Zorg voor een goede weergave van het gesprek, en voorkom daarmee dat het verslag geen onderhandelingsresultaat wordt. Het verslag vormt de basis voor een volgend (functionerings-)gesprek met de medewerker.<br>
<br>
JAN© ondersteunt u graag bij het opzetten en invoeren van beoordelingsgesprekken en/of de hele beoordelingscyclus.
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Wijzigingen in  de vakantiewetgeving 2012]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/vakantiewetgeving-2012.php</link>
<description><![CDATA[<b>Per 1 januari 2012 wijzigt de wetgeving inzake vakantiedagen. Enkele belangrijke wijzigingen zijn: </b><br>
<br>
<b>Onderscheid bij vakantieopbouw bij ziekte</b><br>
Nu heeft de zieke werknemer geen recht op volledige opbouw van vakantie. De zieke werknemer bouwt dus altijd minder vakantie op dan zijn collega. Met ingang van 1 januari 2012 heeft de zieke werknemer recht op hetzelfde aantal wettelijke vakantiedagen (voor een full-timer 20 dagen) als zijn collega's. De opbouw van de wettelijke vakantiedagen loopt tijdens ziekte door zolang de werknemer recht heeft op loonbetaling. Voor bovenwettelijke vakantiedagen kunnen andere afspraken gemaakt worden.<br>
<br>
<b>Vervallen van bovenwettelijke vakantiedagen</b><br>
Nu verjaren vakantiedagen vijf jaar na het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd. Doordat vanaf 1 januari 2012 de opbouw van vakantiedagen bij ziekte volledig doorloopt, bestaat het risico dat  zogenaamde 'verlofstuwmeren' ontstaan. De wetgever heeft daarom bepaalt dat wettelijke vakantiedagen vanaf 2012 in beginsel binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de vakantierechten zijn ontstaan, moeten zijn opgenomen. Daarna komen deze dagen te vervallen. De werknemer moet in staat zijn geweest om de vakantierechten op te nemen, als dit niet het geval is geldt deze regeling niet. De verjaringstermijn van 5 jaar blijft dan gelden, zoals deze ook blijft gelden voor de bovenwettelijke vakantiedagen.<br>
<br>
<b>Volgorde opnemen vakantiedagen</b><br>
Tot 2012 geldt dat vakantiedagen die het eerst zijn opgebouwd ook het eerst worden opgenomen (fifo), ongeacht of het wettelijke of bovenwettelijke dagen betreft. Vanaf 2012 verandert dit. Dan geldt dat de medewerker eerst de wettelijke vakantiedagen opneemt (vanwege de kortere vervaltermijn). Heeft de medewerker alle wettelijke vakantiedagen opgenomen dan pas worden de bovenwettelijke vakantiedagen opgenomen.<br>
<br>
<b>Advies</b><br>
Om overzicht te houden, wordt het belangrijk om als werkgever een gescheiden vakantie-administratie bij te houden voor de wettelijke en de bovenwettelijke vakantiedagen. Voor de vakantiedagen opgebouwd tot 2012 blijven de huidige regels van kracht. Noteert u dus ook het saldo vakantiedagen dat uw werknemer heeft per 31 december 2011!<br>
<br>
Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met de Arbeidsjuristen van JAN©.
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Laat de dealer uw auto aankleden!]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/dealer-auto-aankleden.php</link>
<description><![CDATA[<b>Als u een nieuwe auto koopt, betaalt u al snel zo'n 20 tot 25% BPM. Deze belasting op nieuwe auto's is, in tegenstelling tot eerdere plannen, niet omlaag gegaan. Daar staat tegenover dat de wegenbelasting niet is verhoogd. Dit hangt samen met het niet doorgaan van de kilometerheffing. 
De BPM hangt voor een deel, en over een aantal jaren in zijn geheel, af van de mate waarin uw auto CO2 uitstoot. Het loont dus om een milieuvriendelijk exemplaar aan te schaffen. Er is echter nog een manier om BPM te besparen, zonder dat u luxe hoeft in te leveren.   </b><br>
<br>
<b>Accessoires achteraf aanschaffen</b><br>
U kunt ook BPM besparen door in de showroom een 'kale' auto uit te zoeken en deze pas bij aflevering van allerlei luxe snufjes te laten voorzien zoals een geluidsinstallatie of navigatiesysteem. Dit hangt samen met het feit dat u alleen BPM betaalt over accessoires die door of namens de fabrikant of de importeur zijn aangebracht vóór de datum van toekenning van het kenteken. Sommige accessoires tellen echter niet mee, ook niet als ze vóór de datum van toekenning van het kenteken zijn aangebracht. Dit zijn de zogenaamde BPM-vrije accessoires.<br>
<br>
<b>Besparing op bijtelling</b><br>
De BPM besparing werkt ook door in de bijtelling voor privégebruik in het geval de auto op naam van de zaak staat en de aanschaf van extra luxe snufjes binnen het lease-budget past.<br>
<br>
<i>Let op</i>: Niet iedere dealer zal echter blij zijn met uw verzoek de accessoires pas achteraf in te bouwen. 'Af fabriek' is voor hen makkelijker en vaak goedkoper. U zult dus wellicht moeten onderhandelen
over de prijs.
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[De belegging van een stamrecht B.V.: Oppassen geblazen!]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/belegging-stamrecht-bv.php</link>
<description><![CDATA[<b>In de praktijk komt het regelmatig voor dat een ontslagen werknemer voor de verkregen ontslagvergoeding een stamrecht B.V. opricht.
Veel gehoorde redenen voor een eigen stamrecht B.V. is het gegeven dat de DGA dan zelf kan bepalen waarin het geld belegd gaat worden. </b><br>
<br>
Een werknemer die een ontslagvergoeding ontvangt, kan deze of ineens genieten of omzetten in een periodieke uitkering. Een professionele verzekeraar, een kredietinstelling of een (stamrecht) B.V. kunnen als uitvoerder voor de periodieke uitkering optreden. <br>
<br>
Indien gekozen wordt voor het onderbrengen bij een B.V. kan deze de belegging van de gelden naar eigen inzicht invullen. In een recente casus had de stamrecht B.V. met de ontslagvergoeding een woonhuis in Spanje aangekocht dat voorheen eigendom was van de DGA. Volgens de rechtbank lag de koopsom zodanig boven de waarde van de woning dat het overschot werd aangemerkt als uitdeling van winst door de B.V. aan de aandeelhouder.<br>
Doordat de woning nooit daadwerkelijk verhuurd is geweest, aan de DGA geen huur werd berekend en de kosten van de woning aanzienlijk hoger lagen dan de te realiseren huurinkomsten maakte dat de aanschaf van de woning door de stamrecht B.V. niet als belegging werd aangemerkt.<br>
Deze uitspraak bevestigd dat de stamrecht B.V. de verplichting heeft om de ontvangen ontslagvergoeding te beleggen in het belang van de toegezegde periodieke uitkering en niet in het privébelang van de DGA.<br>
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[30%regeling onder de loep]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/30-procent-regeling.php</link>
<description><![CDATA[<b>De 30%-regeling is een faciliteit in de loonbelasting voor werknemers die vanuit het buitenland naar Nederland komen. Ter dekking van de extra kosten die deze werknemers (moeten) maken in verband met de tewerkstelling in Nederland (de zogenaamde extraterritoriale kosten) mag onder voorwaarden maximaal 30% van het loon onbelast worden vergoed aan de werknemer.</b><br>
<br>
De faciliteit wordt in de praktijk steeds vaker gebruikt in situaties waarvoor de regeling eigenlijk niet is bedoeld, de kosten van de regeling werden dan ook vele malen hoger dan voorzien. Het kabinet is van plan om de 30%-regeling aan banden te leggen.<br>
<br>
Er geldt ook een 30%-regeling voor Nederlandse werknemers die naar het buitenland worden uitgezonden. Op deze groep zijn de wijzigingen niet van toepassing. <br>
<br>
<b>Specifieke deskundigheidscriterium</b><br>
De ingekomen werknemer dient te beschikken over specifieke deskundigheid die schaars is op de Nederlandse arbeidsmarkt. Werkervaring en opleiding spelen hierbij een grote rol. In de voorgestelde wijzigingen per 1 januari 2012 zal het specifieke deskundigheidscriterium gekoppeld worden aan een jaarlijks te indexeren salarisnorm, waarbij de ingekomen werknemer minimaal  ¬ 50.619 (2011) bruto per jaar moet verdienen. <br>
<br>
Voor buitenlanders jonger dan 30 jaar die hier promoveren en die na hun promotie in Nederland gaan werken, geldt dat zij nu ook onder de 30%-regeling kunnen vallen. Voor hen geldt vanaf 2012 een verlaagde salarisnorm.<br>
<br>
<b>Kortingsregeling</b><br>
Wanneer een buitenlandse werknemer in de afgelopen tien jaar eerder in Nederland heeft gewerkt of gewoond, wordt deze periode in mindering gebracht op de maximale looptijd van tien jaar. Deze toetsingsperiode wordt straks 25 jaar. Elke eerdere periode van verblijf of tewerkstelling in Nederland in die afgelopen 25 jaar wordt verrekend met de maximale looptijd van de 30%-regeling.<br>
<br>
<b>Grensarbeiders</b><br>
De laatste belangrijke wijziging is de woonplaats van een ingekomen werknemer. Wanneer de plannen doorgaan komen werknemers die binnen een straal van 150 kilometer van de Nederlandse grens wonen niet langer in aanmerking voor de 30%-regeling. <br>
<br>
<b>Overgangsregeling</b><br>
Voor werknemers die op 1 januari 2012 al gebruik maken van de 30% regeling geldt een overgangsregeling. Na 60 maanden looptijd dient te worden getoetst of de werknemer voldoet aan de aangescherpte eisen van de 30% regeling. Voor werknemers die vóór 1 januari 2012 reeds 60 maanden van de regeling gebruik maakten geldt dat de regeling onverkort van toepassing zal blijven voor de resterende looptijd. <br>
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Twee nieuwe aanscherpingen in de vennootschapsbelasting]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/aanscherpingen-vennootschapsbelasting.php</link>
<description><![CDATA[<b>Wanneer de plannen doorgaan worden vanaf 1 januari 2012 twee nieuwe maatregelen voor de vennootschapsbelasting ingevoerd. Het eerste voorstel is een renteaftrekbeperking wanneer een overname wordt gefinancierd met vreemd vermogen, zoals een geldlening, bankkrediet of een obligatielening. Een tweede beperking die eraan komt, betreft winsten en verliezen van buitenlandse filialen. </b><br>
<br>
<b>Renteaftrekbeperking voor overnameholding</b><br>
De renteaftrekbeperking geldt alleen wanneer de overnameholding en de overgenomen vennootschap een fiscale eenheid vormen voor de vennootschapsbelasting. De rente, inclusief kosten en valutaresultaten, over de overnameschuld mag door de overnameholding alleen nog worden afgetrokken van de 'eigen' winst. Door wie de overnamefinanciering is verstrekt, maakt voor de toepassing van de regeling niet uit.<br>
<br>
<b>Verzachtende maatregelen:</b><br>
-	Voor zover de gemiddelde schulden van de fiscale eenheid niet meer bedragen dan tweemaal het eigen vermogen, mag de rente volledig worden afgetrokken.<br>
-	Daarnaast is er goed nieuws voor bedrijven in het MKB: tot een bedrag van  ¬ 1.000.000 blijft de rente in ieder geval aftrekbaar.<br>
<br>
De overnameholding kan de niet-aftrekbare rente overigens wel meenemen naar het volgende jaar. Is in dat jaar voldoende 'eigen' winst behaald, dan mag de rente alsnog in aftrek worden gebracht. <br>
<br>
<b>Beperking voor winsten en verliezen van buitenlandse filialen</b><br>
Op dit moment kunnen bedrijven met een buitenlands filiaal (buitenlandse vaste inrichting) de verliezen van dit filiaal nog verrekenen met hun eigen Nederlandse winst. Vanaf 2012 komen zowel winsten als verliezen van het buitenlandse filiaal in principe niet meer ten gunste of ten laste van de Nederlandse winst. <br>
<br>
<b>Uitzonderingen:</b><br>
-	Verliezen bij staking of overdracht worden nog wel in aftrek toegelaten.<br>
-	De regeling geldt niet voor winsten of verliezen van een passieve buitenlandse beleggingsonderneming.<br>
<br>
De behandeling van een bedrijf met filialen wordt hierdoor gelijk getrokken met de behandeling van een bedrijf met ochtervennootschappen('deelnemingen').
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[In 2012 zwaar weer met af en toe zon]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/zwaar-weer-zon.php</link>
<description><![CDATA[<b>Er is zwaar weer op komst. Het kabinet moet fors bezuinigen en iedereen gaat er in koopkracht op achteruit. Zo luidde de boodschap op Prinsjesdag 2011. <br>
<br>
Toch is er niet alleen maar slecht nieuws te melden. Hieronder leest u in vogelvlucht enkele belangrijke plannen van het kabinet voor volgend jaar. Let wel: de plannen zijn pas definitief als de Tweede en Eerste Kamer akkoord gaan.</b><br>
<br>
<b>Ondernemend Nederland</b><br>
-	Vanaf 2012 is de zelfstandigenaftrek niet langer gekoppeld aan de winst. Er komt een vast aftrekbedrag van  ¬ 7.280 per jaar. Bij een winst vanaf  ¬ 53.975 gaat u erop vooruit.<br>
Bedraagt de winst minder dan  ¬ 18.855, dan gaat u erop achteruit.<br>
-	Het maximumbedrag dat u jaarlijks in uw onderneming onder voorwaarden mag reserveren voor uw oudedagsreserve (FOR), wordt verlaagd van  ¬ 11.882 naar  ¬ 9.382.<br>
-	Nieuwe ondernemers hebben soms de mogelijkheid om nog drie jaar lang vrijwillig pensioen op te bouwen via de pensioenregeling van hun oude werkgever. Het kabinet verlengt deze termijn van drie naar tien jaar.<br>
-	De komende tijd verdwijnt een aantal bestaande rijksbelastingen. Zo wordt de verpakkingenbelasting afgeschaft per 2013 en is het over en uit voor de afvalstoffenheffing en de grondwaterbelasting per 1 januari 2012.<br>
-	Er komt een Research & Development-aftrek in de vennootschapsbelasting om innovatie nog aantrekkelijker te maken.<br>
-	De giftenaftrek in de vennootschapsbelasting wordt aantrekkelijker gemaakt. Zo vervalt de drempel van  ¬ 227 en kan een hoger bedrag als gift van de winst worden afgetrokken. Geven aan een culturele instelling wordt in de toekomst nog aantrekkelijker.<br>
<br>
<b>Werkend Nederland</b><br>
Het kabinet schaft de spaarloon- helemaal en de levensloopregeling gedeeltelijk af. Ook de arbeidskorting voor ouderen en de doorwerkbonus gaan verdwijnen. Hiervoor in de plaats komen in 2013 twee nieuwe regelingen: de werkbonus en het vitaliteitssparen. De werkbonus bedraagt maximaal  ¬ 2.350 en is meer gericht op 62-plussers. Het vitaliteitssparen is een nieuwe regeling in de inkomstenbelasting waarmee fiscaal voordelig kan worden gespaard. De regeling is niet alleen toegankelijk voor werknemers, maar ook voor ondernemers en resultaatgenieters in de inkomstenbelasting.<br>
<br>
<b>Autorijdend Nederland</b><br>
De komende jaren wil het kabinet alleen nog maar de meest schone en zuinige auto's stimuleren. De CO2-grenzen worden daarom de komende jaren steeds verder aangescherpt. Dat geldt niet alleen voor de BPM en MRB, maar ook voor de bijtelling van de auto van de zaak. <br>
<br>
<b>Samenlevend Nederland</b><br>
Iedereen gaat er in koopkracht op achteruit. Zo stijgt de zorg-premie komend jaar en wordt ook het eigen risico verhoogd. Daarnaast heeft het kabinet plannen om de zorgtoeslag te verlagen. Mensen met kinderen betalen eveneens de rekening door forse bezuinigingen. Zo gaat de kinderbijslag omlaag, wordt kinderopvang duurder en worden allerlei fiscale faciliteiten in de inkomstenbelasting versoberd.
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Telefoon of computer? Het maakt écht verschil ]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/telefoon-computer-verschil.php</link>
<description><![CDATA[<b>De techniek staat niet stil, tegenwoordig kan steeds meer met een mobiele telefoon. De functie van bellen raakt op de achtergrond en de mobiele telefoon lijkt steeds meer op een minicomputer. Het verschil is niet altijd meer duidelijk. Toch is het onderscheid belangrijk, want fiscaal gezien maakt het wel degelijk uit of het gaat om een telefoon of om een computer. </b><br>
<br>
<b>Onderscheid is belangrijk</b><br>
Een smartphone of een tablet? Uw werknemer kan met beide bellen. Toch is er een verschil of een apparaat fiscaal gekwalificeerd wordt als communicatiemiddel of als computer. Een communicatiemiddel, zoals een smartphone of een BlackBerry, is namelijk al fiscaal vrij te vergoeden of te verstrekken bij een zakelijk gebruik van 10% of meer. Bij computers en dergelijke is een vrije vergoeding of verstrekking pas mogelijk bij een zakelijk gebruik van 90% of meer.<br>
<br>
<b>Een 'inchje' meer of minder</b><br>
Hoe weet u waar een apparaat onder valt? U kunt uitgaan van het volgende:<br>
-	Smartphones en dergelijke apparaten met een beeldscherm (diagonaal) van maximaal 7 inch (17,78 cm) zijn communicatiemiddelen. <br>
-	Apparaten met een een beeldscherm (diagonaal) groter dan 7 inch (17,78 cm), zoals tablets, zijn computers.<br>
<br>
De grens is gesteld op 7 inch omdat de belastingdienst ervan uitgaat dat het beeldscherm en de invoermogelijkheden bij deze apparaten te beperkt zijn voor langdurig gebruik als computer. Het kan gebeuren dat uw werknemers een apparaat gebruiken met een beeldscherm groter dan 7 inch, terwijl het eigenlijk meer een communicatiemiddel is. Bijvoorbeeld een apparaat waarvan de gebruiksmogelijkheden software- of hardwarematig zijn beperkt tot communicatie. U bent in dat geval vrij om aannemelijk te maken dat dit specifieke apparaat  toch echt een communicatiemiddel is.<br>
<br>
<b>Mobiele telefoon en de werkkostenregeling</b><br>
Het onderscheid tussen communicatiemiddelen en computers geldt zowel voor de werkkostenregeling als voor de oude regeling van vrije vergoedingen en verstrekkingen. Als u gebruik maakt van de werkkostenregeling dan is er nog wel een addertje onder het gras: Alleen een mobiele telefoon (of een gelijksoortig communicatiemiddel) die u als werkgever ter beschikking stelt (u blijft de eigenaar), is onbelast bij meer dan 10% zakelijk gebruik. Daar komt nog bij dat uw werknemer de telefoon (gedeeltelijk) op zijn werkplek moet gebruiken. Hierbij geldt een bureau binnen de eigen woning van de werknemer niet als een werkplek voor de werkkostenregeling. 
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Nieuwe BTW-regels voor privégebruik zakelijke auto]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/nieuwe-btw-regels-privegebruik-zakelijke-auto.php</link>
<description><![CDATA[<b>Gebruikt u of uw werknemer de auto van de zaak ook privé? Tot 1 juli 2011 kon u in dat geval alle BTW op de gemaakte autokosten in aftrek brengen, mits u belaste prestaties leverde. In de laatste aangifte van het jaar gaf u dan de BTW aan over het privégebruik. De regels voor deze jaarlijkse correctie zijn aangepast. </b><br>
<br>
Omdat de regels zijn gewijzigd op 1 juli, krijgt u dit jaar te maken met twee verschillende berekeningsmethodes om de verschuldigde BTW vast te stellen over het privégebruik.<br>
<br>
<b>Regels tot 1 juli</b><br>
De meeste bedrijven maken gebruik van de autokostenfictie. Kort gezegd komt dit erop neer dat u voor het privégebruik van uzelf of uw werknemers 12% BTW betaalt over een bepaald percentage van de waarde van de auto. Het percentage over de catalogusprijs van de auto is afhankelijk van de zuinigheid en bedraagt 25%, 20%, 14% of zelfs 0% (auto zonder C02-uitstoot). Is de auto ouder dan 15 jaar, dan geldt een afwijkend percentage en wordt uitgegaan van de waarde die de auto in het economisch verkeer heeft. <br>
<br>
<b>Uitspraak van Rechtbank Haarlem</b><br>
Rechtbank Haarlem heeft beslist (uitspraak 1 juni) dat de jaarlijkse BTW-correctie inzake privégebruik door werknemers van auto's van de zaak kan worden beperkt tot de veel lagere correctie voor milieuvriendelijke auto's. Het onderscheid dat de belastingdienst in haar BTW-beleid maakt tussen milieuvriendelijke en andere auto's is volgens de rechtbank strijdig met de geldende wetgeving.<br>
<br>
Door de uitspraak van Rechtbank Haarlem kan iedere ondernemer een beroep doen op het lagere bijtellingtarief van 14% of, vanwege de invoering per 1 januari 2010 van een correctie van 0% voor elektrische auto's, zelfs stellen dat geen bijtelling hoeft plaats te vinden. Ongeacht of voor de loon- en inkomstenbelasting wel 20% of 25% moet worden bijgeteld. Op grond van deze uitspraak zal de BTW-correctie voor het privé-gebruik nihil bedragen.<br>
<br>
<b>Regels vanaf 1 juli</b><br>
Vanaf 1 juli moet u over het werkelijke privégebruik 19% BTW gaan betalen. Ook het woon-werkverkeer valt voortaan (voor de omzetbelasting) onder de privé gereden kilometers. U kunt het werkelijke privégebruik berekenen door een kilometeradministratie bij te houden. Uw werknemers zullen dit dan ook moeten doen. U mag de verschuldigde BTW over het privégebruik echter ook forfaitair berekenen. Dat betekent dat u voor de BTW-heffing over het privégebruik uitgaat van 2,7% van de catalogusprijs (inclusief BTW en BPM) van de auto.<br>
<br>
<i>Let op</i>: in de laatste BTW-aangifte van 2011 moet u beide regelingen toepassen. De oude regeling tot 1 juli en de nieuwe regeling vanaf 1 juli. Vanaf 1 januari 2012 past u alleen nog de nieuwe regels toe.<br>
<br>
Let op: Staatssecretaris Weekers heeft aangegeven dat de belastingdienst in beroep zal gaan tegen deze uitspraak van Rechtbank Haarlem. Totdat een einduitspraak is gedaan in deze zaak blijft de mogelijkheid bestaan dat een aangegeven BTW-correctie voor het privégebruik van 0% uiteindelijk niet zal worden geaccepteerd.
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Tips van JAN©]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/tips-van-JAN-2011-4.php</link>
<description><![CDATA[<b>1) Bestelauto zonder rittenadministratie </b><br>
Ook bestuurders van een bestelauto van de zaak krijgen te maken met een bijtelling voor het privégebruik. Om dit te voorkomen, zullen ook zij een sluitende rittenadministratie moeten bijhouden waaruit blijkt dat ze minder dan 500 km privé hebben gereden. Als alternatief introduceert het kabinet
met ingang van 2012 de 'Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto'. Een digitaal formulier is dan te downloaden via de site van de belastingdienst. Met deze verklaring kunnen werkgevers en werknemers gezamenlijk aangeven dat de bestelauto uitsluitend zakelijk wordt gebruikt. De werknemer die deze verklaring afgeeft, geeft hiermee aan dat hij met de bestelauto geen enkele kilometer privé rijdt. Hij hoeft dan geen rittenadministratie meer bij te houden.<br>
<br>
Let op: op verzoek van de belastingdienst moet u het zakelijk gebruik nog wel aannemelijk kunnen maken!<br> 
<br>
<b>2)	Flexibele oplossing bij deeltijdpensioen </b><br>
Bent u tussen de 60 en 65 jaar oud, dan kunt u naast uw pensioen gewoon in dienstverband blijven werken. Tot nu toe moest iemand die zijn pensioen eerder liet ingaan, zijn werk in gelijke mate verminderen. Deed hij dat niet, dan was zijn aanspraak op zijn pensioen meteen belast. Dat is nu niet meer het geval. U kunt gewoon als werknemer blijven werken naast uw vervroegd pensioen, zonder dat de aanspraak op het pensioen belast wordt.<br> 
<br>
<b>3)	Werkgever sneller geconfronteerd met loondoorbetalingsverplichting</b><br>
Als werkgever heeft u een re-integratieverplichting. U moet samen met uw zieke werknemer zorgen dat hij of zij zo snel mogelijk weer aan de slag kan. Als werkgever moet u onder andere een re-integratiedossier bijhouden en een re-integratieverslag invullen. Vanaf 1 juli 2011 toetst het UWV dit re-integratieverslag ook bij:<br>
-  werknemers die ziek zijn door orgaandonatie;<br>
-  werknemers die ziek zijn door zwangerschap of bevalling;<br>
-  zieke werknemers met een no-riskpolis. <br>
<br>
Na twee jaar ziekte maakt uw werknemer mogelijk aanspraak op een WIA-uitkering. Als dan uit de toetsing blijkt dat u onvoldoende heeft gedaan aan de re-integratie, dan kan het UWV u verplichten om het loon door te betalen.<br>
<br>
<b>4)	Kinderbijslag omlaag en kindgebonden budget omhoog</b><br>
De kinderbijslag gaat volgend jaar omlaag. Het basiskinderbijslagbedrag wordt verlaagd van  ¬ 278,55 per kwartaal in 2011 naar  ¬ 268,26 per kwartaal in 2012. Voor kinderen in de leeftijdscategorie 0-5 jaar bedraagt de kinderbijslag 70% van dit bedrag, voor de leeftijdscategorie 6-11 jaar is dit 85% en voor kinderen tussen de 12-17 ontvangen ouders het volledige bedrag. Het kindgebonden budget gaat iets omhoog. Het bedrag voor het eerste en tweede kind wordt met  ¬ 6 verhoogd. Voor het derde kind en verder worden de bedragen verlaagd.<br>
<br>
<b>5)	AOW vanaf verjaardag </b><br>
Het AOW-ouderdomspensioen gaat met ingang van 1 januari 2012 niet meer in op de eerste dag van de maand waarin iemand de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, maar op de dag waarop die leeftijd bereikt wordt. In de Algemene Ouderdomswet (AOW) is nu nog verschil tussen de leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen volgens die wet ontstaat (de pensioengerechtigde leeftijd) en de datum waarop het AOW-ouderdomspensioen ingaat (de ingangsdatum). Nu ontstaat recht op ouderdomspensioen nog bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar en gaat het ouderdomspensioen in op de eerste dag van de maand waarin iemand 65 jaar wordt.<br>
<br>
<b>6)	Tijdelijk lager tarief overdrachtsbelasting </b><br>
De overdrachtsbelasting bij het kopen van een woning is tijdelijk verlaagd van 6% naar 2%. Deze maatregel geldt voor woningen verkregen op en na 15 juni 2011, maar vóór 1 juli 2012. Het moment van ondertekenen van de akte bij de notaris is hiervoor bepalend. <br>
<br>
De verlaging geldt voor alle woningen (dus ook tweede, recreatie- en verhuurde woningen) en voor het woondeel van een gecombineerd woon-/bedrijfspand. <br>
De maatregel geldt ook voor de ondergrond, de tuin van de woning en 'aanhorigheden', zoals garages, schuren en serres. Apart gelegen garageboxen vallen er in beginsel echter niet onder.<br>
]]></description>
</item>




<item>
<title><![CDATA[Werk aan de winkel!]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/nieuws-van-JAN.php</link>
<description><![CDATA[<b>Deze maanden worden we wederom geconfronteerd met grote onrust op de financiële markten. De onrust komt voort uit onzekerheid over de aflossingscapaciteit van diverse landen om de hoog opgelopen schulden terug te kunnen betalen. Inmiddels is de onrust zodanig groot dat het woord 'dubbeldip' steeds vaker te horen is. 
</b><br>
<br>
Over het 2e kwartaal 2011 vertoonde de Nederlandse economie een afvlakkende groei. Het kabinet ziet vooralsnog geen aanleiding om aanvullende maatregelen te nemen. De ministers zijn het eens over de begroting 2012. De koopkracht zal dalen en als ik de eerste geruchten mag geloven gaan de sterkste schouders zwaarder belast worden. <br>
Ondanks stijgende winsten van banken wordt de kredietverlening steeds meer aan banden gelegd. Er gebeurt dus veel wat direct of indirect invloed zal hebben op de resultaten en kasstroom van uw onderneming.<br>
<br>
Ik beveel u dan ook van harte aan om in het komende kwartaal aan de slag te gaan met het opstellen van een resultatenbegroting, investeringsbegroting en kasstroombegroting voor 2012. Deze begroting is gebaseerd op uw visie op de toekomst.<br>
Stroop samen met JAN© de mouwen op en kijk vooruit! JAN© heeft diverse specialisten die graag bereid zijn om met u mee te denken over uw strategie en u willen helpen met het uitwerken van uw begrotingen.<br>
<br>
Op de nieuwspagina worden u weer allerlei wetenswaardigheden en tips aangereikt waar u als ondernemer uw voordeel mee kunt doen.<br>
<br>
Ik wens u veel succes met vooruitkijken in de komende maanden.<br>
<br>
Met vriendelijke groet,<br>
<br>
Pieter Mul AA<br>
Partner
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Rol organisatiecultuur veel te vaak onderschat in post-fusie integratietraject]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/organisatiecultuur-fusie.php</link>
<description><![CDATA[<b>Veel fusies en overnames halen de geprognotiseerde synergie-voordelen niet of de samenwerking tussen bedrijven mislukt helemaal. Onvoldoende aandacht voor bedrijfsculturele aspecten bij de integratie van activiteiten draagt bij aan het  grote aantal mislukkingen van fusies en overnames.
</b><br>
<br>
<b>MIntegratiestrategie en communicatie</b><br>
De invloed van organisatiecultuur op het succes van een fusie of overname en het behalen van de geprognotiseerde synergievoordelen is groter dan menig bedrijf beseft. De invloed is echter niet constant en varieert met de mate van integratie die bedrijven zoeken en de progressie hiervan. De invloed varieert binnen bedrijven ook per afdeling. De integratiestrategie gekozen door de kopende partij bepaalt de mate van communicatie tussen de samenwerkende partijen en het niveau van culturele botsing. Snelheid is bij het integreren belangrijk maar bedrijven hebben ook tijd nodig om de bedrijfscultuur van de ander te begrijpen. Bedrijven hebben aanzienlijke interactie en coördinatie nodig om strategische samenhang te bereiken.<br>
<br>
<b>Weerstand van werknemers</b><br>
Werknemersweerstand (zowel actief als passief) heeft een negatieve invloed op de prestaties na een fusie of overname. Wanneer de begrote synergiën significant zijn, zullen werknemers negatiever reageren op de fusie of overname (bijvoorbeeld omdat zij merken dat hun baan op de tocht staat). Wanneer bedrijven autonoom opereren en hun eigen cultuur kunnen behouden zal er minder weerstand zijn dan bij een volledige samenvoeging. In dit laatste geval is het creëren van een geheel nieuwe cultuur een goede maar tijdrovende oplossing.<br>
<br>
<b>Conclusie en aanbeveling</b><br>
Organisaties moeten de rol die het post-fusie integratietraject speelt bij het behalen van de begrote successen niet onderschatten. De culturele component is even belangrijk als de financiële en commerciële omdat anders de begrote synergie-voordelen waarschijnlijk nooit behaald zullen worden. Conflicten en problemen ontstaan vaak laat in het integratieproces en factoren als werknemersweerstand en communicatie spelen op het eerste gezicht een bijrol. Om synergie-voordelen te behalen zullen bedrijven tijdig rekening moeten houden met hun werknemers. Een culturele due diligence is daarom zeer nuttig.<br>
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Bedrijfsopvolgingsregeling, ook als echtgeno(o)t(e) ondernemer overlijdt]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/bedrijfsopvolgingsregeling-overlijden-echtgenoot.php</link>
<description><![CDATA[<b>Om het voortbestaan van een onderneming niet in gevaar te brengen, kent de Successiewet de bedrijfsopvolgingsregeling. Kort gezegd komt de regeling erop neer dat degene die ondernemingsvermogen erft of geschonken krijgt, onder voorwaarden, geen erf- of schenkbelasting hoeft te betalen. Eén van de voorwaarden is dat het ondernemingsvermogen moet worden verkregen van een ondernemer. Maar wat nu als niet de ondernemer overlijdt, maar zijn of haar echtgeno(o)t(e)?
</b><br>
<br>
<b>Overleden echtgeno(o)t(e) is geen ondernemer</b><br>
Hans en Karin zijn getrouwd in gemeenschap van goederen en hebben twee kinderen. Hans heeft een eenmanszaak en Karin werkt parttime in dienstverband. Zij hebben nooit een testament laten opmaken. Dan overlijdt Karin plotseling.<br>
<br>
<b>Onderneming valt in huwelijksgoederengemeenschap</b><br>
De onderneming hoort volgens het civiele recht tot de huwelijksgoederengemeenschap. Dat betekent dat de helft van de onderneming van Hans is en blijft en dat de andere helft van de onderneming tot de nalatenschap van Karin behoort. Deze onverdeelde helft wordt toegedeeld aan Hans. Zijn kinderen krijgen een onderbedelingsvordering op hem.<br>
<br>
<b>Liever geen erfbelasting</b><br>
Karin was geen onderneemster, dus volgens de letter van de wet zou Hans nu geen gebruik kunnen maken van de bedrijfsopvolgingsregeling. Het kan dus zomaar zijn dat Hans erfbelasting moet betalen over een gedeelte van de waarde van zijn eigen onderneming. Omdat dit onredelijk zou zijn, kan Hans toch kiezen voor de bedrijfsopvolgingsregeling. Er moet dan wel worden voldaan aan de overige voorwaarden van de regeling.<br>
<br>
<b>Voorwaarden bedrijfsopvolgingsregeling</b><br>
Zo moet Hans al minimaal één jaar voor het overlijden van Karin eigenaar (ondernemer) zijn van zijn eenmanszaak. Zijn onderneming moet hij na het overlijden van Karin nog minimaal vijf jaar voortzetten.<br>
<br>
<b>Uitstel voor de onderbedelingsvordering</b><br>
Uit het voorbeeld blijkt dat de kinderen een onderbedelingsvordering hebben op Hans, omdat het ondernemingsvermogen aan hem is toegedeeld. Zij moeten hierover erfbelasting betalen, maar kunnen maximaal tien jaar uitstel van betaling krijgen. Wanneer zij de erfbelasting uiteindelijk betalen, is wel invorderingsrente verschuldigd.<br>
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Hoeveel is uw woning waard in box 3?]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/woning-waarde-box3.php</link>
<description><![CDATA[<b>Wanneer u een woning heeft die u geheel of gedeeltelijk verhuurt, moet u de waarde van die woning opgeven in box 3. Sinds 1 januari 2010 gelden nieuwe regels voor de waardering van verhuurde en verpachte woningen. 
</b><br>
<br>
<b>Regels voor de verhuurde woning</b><br>
Een verhuurde woning is minder waard in het economisch verkeer dan een niet-verhuurde woning. Om te voorkomen dat de waardebepaling voor box 3 van een verhuurde woning te hoog uitpakt, mag u de waarde corrigeren door slechts een percentage te nemen van de WOZ-waarde. <br>
<br>
<b>Leegwaarderatio</b><br>
Het percentage is afhankelijk van de hoogte van de huur in verhouding tot de WOZ-waarde. De jaarhuur, twaalfmaal de kale maandhuur, bepaalt hoeveel lager de waarde is. Dit wordt de leegwaarderatio genoemd. Deze leegwaarderatio leidt tot een waardering van 60% tot 85% van de WOZ-waarde. <br>
<br>
<b>Waardering in de praktijk</b><br>
Stel, u verhuurt een woning voor 750 euro per maand. De verhuurde woning heeft een WOZ-waarde van 450.000 euro. Om de leegwaarderatio te bepalen, moet u allereerst uitgaan van de jaarlijkse huur (12 x 750 euro = 9.000 euro). De jaarlijkse huur, gedeeld door de WOZ-waarde, levert een percentage op van 2%. Hier hoort een leegwaarderatio bij van 68%. De waarde van de verhuurde woning in box 3 is nu 68% x 450.000 euro = 306.000 euro.<br>
<br>
<b>Niet gesplitste panden</b><br>
Voor de onroerende zaak belasting (OZB) ontvangt u per verdieping c.q. woning in het pand een afzonderlijke WOZ-beschikking. Daarbij wordt er van uitgegaan dat deze verdieping c.q. woning afzonderlijk, leeg kan worden verkocht. Dat kan niet bij (juridisch) niet gesplitste panden. Om die reden mag u bij niet gesplitste panden rekening houden met een leegwaarderatio van 60%.<br>
<br>
<b>Correctie erfpachtcanon</b><br>
Indien het pand belast is met erfpacht kunt u een correctie toepassen op de waarde van het pand (na toepassing van de leegwaarderatio). Deze correctie bedraagt 17x de jaarcanon. Voor niet gesplitste panden bedraagt de correctie zelfs 20x de jaarcanon.<br>
<br>
<i>Let op:</i><br>
- Huur voor stoffering, meubels of in de huur begrepen bedragen voor gas, water en/of elektriciteit tellen niet mee in de jaarhuur.<br>
- Er geldt een vast percentage van de WOZ-waarde wanneer u bijvoorbeeld te weinig of te veel huur vraagt voor de woning.<br>
- De huurder van de verhuurde woning moet recht hebben op huurbescherming.<br>
- De woning moet in Nederland liggen.<br>
- De regeling is alleen van toepassing op de waardering van woningen en niet op die van bijgebouwen die zakelijk gebruikt worden.<br>
<br>
<b>Regels voor verpachte woningen</b><br>
De waardering van verpachte woningen gebeurt op dezelfde basis als voor verhuurde woningen, waarbij dan uiteraard wordt uitgegaan van de jaarlijkse pacht. De verpachting maakt de woning immers ook minder waard.<br>
Het moet wel gaan om duurzaam verpachte woningen. In afwachting van definitieve wetgeving is de regeling voor verpachte woningen alleen geldig voor het belastingjaar 2010.<br>
]]></description>
</item>

<item>

<title><![CDATA[Strengere hypotheekregels per 1 augustus]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/strengere-hypotheekregels.php</link>
<description><![CDATA[<b>Banken en verzekeraars hanteren sinds 1 augustus van dit jaar strengere hypotheekregels. De nieuwe gedragscode hypotheekfinancieringen heeft niet alleen gevolgen als u een nieuw huis wilt kopen, maar ook als u geld wilt lenen om uw huis te verbouwen. Alle bestaande hypotheekcontracten blijven overigens onaangetast.
</b><br>
<br>
<b>Aflossingsvrije deel gemaximeerd</b><br>
Het aflossingsvrije deel van de hypothecaire lening wordt begrensd tot maximaal 50% van de aankoopwaarde van de woning. De rest moet u bijvoorbeeld via een spaarhypotheek financieren. Dit betekent dat u minimaal de hypotheek boven de helft van de waarde van de woning verplicht in dertig jaar moet aflossen.<br>
<br>
Andere hoofdbestanddelen van de nieuwe gedragscode zijn:<br>
- De hypotheek mag bij aanschaf van een woning niet meer dan 110% (104% plus 6% overdrachtsbelasting) van de aankoopwaarde bedragen.<br>
Let op: voornoemd percentage is door de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting naar 2% tot 1 juli 2012 verlaagd tot 106% van de aankoopwaarde.<br>
- Ook de hoogte van de rente is van belang voor de maximale lening die u kunt krijgen. Hoe hoger de rente, des te minder u kunt lenen.<br>
- Het wordt moeilijker voor hypotheekverstrekkers om af te wijken van de nieuwe, strengere financieringsnormen.<br>
- Er komt een betere afstemming tussen de hypothecaire lening en dat wat u als consumptief krediet opneemt voor bijvoorbeeld een auto of een boot.<br>
<br>
<b>Hoogte inkomen telt mee</b><br>
De lening blijft afhankelijk van de hoogte van het inkomen. Het Nibud stelt hiervoor normen op. Het zijn dezelfde tabellen die het Nibud jaarlijks opstelt voor de Nationale Hypotheekgarantie (NHG). De mogelijkheden die banken tot nu toe hadden om af te wijken van de inkomensnorm worden hiermee kleiner.<br>
<br>
<b>Verbouwingen</b><br>
Bij elke nieuwe financiering, al dan niet bij dezelfde bank, houden banken rekening met de eerdere financiering voor de hoogte van de verplichte aflossing en opbouw van vermogen. U kunt dus ook met de nieuwe regels worden geconfronteerd als u bijvoorbeeld uw huidige woning wilt verbouwen. Bovendien moet vanaf augustus bij een verbouwing de marktwaarde van de woning na de verbouwing worden vastgesteld door een taxateur.<br>
<br>
<b>Starters en eenmanszaken</b><br>
Startende ondernemers en eenmanszaken (ZZP'ers) kunnen rekenen op maatwerk wanneer zij een hypothecaire lening willen afsluiten. Banken mogen een ruimere hypotheek verschaffen dan de code vereist, maar ze moeten het wel uitleggen aan de Autoriteit Financiële Markten (AFM).<br>
<br>
<b>Eigenwoningrente</b><br>
De strengere hypotheekregels staan los van de fiscale regels voor aftrek van de hypotheekrente. De eigenwoningrente is en blijft gewoon aftrekbaar.<br>
]]></description>

</item>

<item>
<title><![CDATA[Forse bijbetalingsverplichting voor oude werkgever bij waardeoverdracht pensioen]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/bijbetalingsverplichting-waardeoverdracht-pensioen.php</link>
<description><![CDATA[<b>Een werknemer die verandert van werkgever, heeft het recht om zijn opgebouwde pensioenaanspraken mee te nemen naar de pensioenregeling van zijn nieuwe werkgever. Hij moet dit dan wel binnen zes maanden aangeven. Deze waardeoverdracht kan voor u als voormalig werkgever behoorlijke financiële consequenties hebben wanneer de pensioenregeling is ondergebracht bij een verzekeraar.   
</b><br>
<br>
<b>Recht op waardeoverdracht</b><br>
Bij beëindiging of aanvang van een pensioenregeling zijn de oude en nieuwe werkgever verplicht om de werknemer meteen in te lichten over het recht op waardeoverdracht van het pensioen. Waardeoverdracht hangt overigens af van het soort baanwissel van de werknemer. Blijft de werknemer binnen dezelfde bedrijfstak werken waar voor iedereen dezelfde pensioenregeling geldt, dan is waardeoverdracht niet nodig. Bovendien levert een waardeoverdracht voor de werknemer lang niet altijd voordeel op. Goed overleg is daarom verstandig!<br>
<br>
<b>Wat maakt waardeoverdracht zo duur?</b><br>
De waardeoverdracht kan u als oud-werkgever veel geld kosten. Dit doet zich voor als de  werknemer overstapt van de ene naar de andere pensioenverzekeraar en sprake is van een middelloon- of eindloonregeling. Bij een waardeoverdracht moet de waarde van de pensioenaanspraak worden vastgesteld tegen de huidige rekenrente (2011: 2,9%). Veel verzekeraars hanteren echter een hogere rente. Dit betekent dat de waarde van het gefinancierde deel van de aanspraken bij de oude pensioenverzekeraar kleiner is dan de overdrachtswaarde. De regels van de waardeoverdracht schrijven voor dat het verschil door u als oud werkgever moet worden bijbetaald. Dit kan voor u tot aanzienlijke kosten leiden.<br>
Als het gaat om een regeling bij een pensioenfonds, leidt waardeoverdracht niet tot problemen. Pensioenfondsen zijn verplicht deze lasten zelf te dragen. <br>
<br>
<b>Mogelijke oplossingen</b><br>
Er gaan steeds meer stemmen op om het wettelijk recht van de werknemer op waardeoverdracht van pensioenen aan te passen. Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Tweede Kamer inmiddels geïnformeerd over mogelijkheden om de bijbetalingsproblematiek op te lossen. Binnen de bestaande pensioenwetgeving is het nu al mogelijk om de bijbetalingsproblematiek te beperken, maar van deze mogelijkheden wordt niet veel gebruikgemaakt. Bovendien leiden deze mogelijkheden niet altijd tot een oplossing. De minister komt daarom met een tussenoplossing in de vorm van twee varianten:<br>
- Variant 1: Geen recht op waardeoverdracht zolang een werkgever door de bijbetalingslasten aantoonbaar in substantiële financiële problemen zou komen te verkeren.<br>
- Variant 2: Het stellen van een bepaalde grens aan de hoogte van de bijbetalingslast, waarboven een pensioenuitvoerder niet verplicht is om mee te werken aan een verzoek om waardeoverdracht.<br>
<br>
Beide varianten vergen aanpassing van de Pensioenwet en moeten nog nader worden bekeken en uitgewerkt. De minister streeft naar invoering van de gewijzigde regels per 1 januari 2012.<br>
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Fiscale subsidie bij innovatie!]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/fiscale-subsidie-innovatie.php</link>
<description><![CDATA[<b>Het aantal bedrijven dat gebruikmaakt van de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) neemt fors toe. De WBSO is dé fiscale stimuleringsregeling voor innovatie. Misschien ook een kans voor u om fors minder loonheffing af te dragen!  </b><br>
<br>
Met de WBSO kunt u de loonkosten voor speur- en ontwikkelingswerk binnen uw bedrijf verlagen. Het is een fiscale subsidie waarmee u de afdracht van loonheffing over de loonkosten vermindert. Het budget dat de overheid beschikbaar stelt is ruim: voor 2011  ¬ 810 miljoen.<br>
<br>
<b>WBSO ook voor zelfstandige</b><br>
Ook als zelfstandig ondernemer kunt u gebruikmaken van de WBSO. U moet dan wel 500 uren of meer per jaar in S&O-werk steken.<br>
<br>
<b>Welke projecten komen in aanmerking?</b><br>
Onder de WBSO vallen vier verschillende type projecten:<br>
- Ontwikkeling van (onderdelen van) producten, processen of programmatuur;<br>
- technisch-wetenschappelijk onderzoek;<br>
- analyse van de technische haalbaarheid van eigen S&O; en<br>
- technisch onderzoek naar verbetering van uw fysieke productieproces of de door u gebruikte programmatuur.<br>
<br>
U kunt maximaal drie keer per jaar een aanvraag indienen en de periode van de aanvraag is ten minste drie maanden en ten hoogste zes maanden. Bent u zelfstandig ondernemer, dan geldt dit maximum niet. U kunt tot uiterlijk 30 september 2011 een aanvraag indienen. Iedere aanvraag moet uiterlijk één volledige kalendermaand voordat de projectperiode begint, zijn ingediend.<br>
<br>
<b>Wat levert het op?</b><br>
Voor werkgevers biedt de WBSO in 2011 een vermindering op de totaal af te dragen loonheffing (dus alle S&O-medewerkers bij elkaar). De zogeheten S&O-afdrachtvermindering bedraagt in 2011 50% van de eerste 220.000 euro van het totale S&O-loon en 18% van het resterende S&O-loon. Er geldt een maximum voor de S&O-afdrachtvermindering van 14 miljoen euro per kalenderjaar. De S&O-aftrek voor zelfstandigen bedraagt in 2011 12.104 euro.<br>
Door gebruik te maken van de WBSO komt u wellicht ook in aanmerking voor de innovatiebox. Dit kan voor u een aanzienlijke besparing van vennootschapsbelasting opleveren omdat bij toepassing van de innovatiebox onder voorwaarden een tarief van slechts 5% van toepassing is.<br>
<br>
<b>Extra budget voor startende ondernemingen</b><br>
Werkgevers die als starter worden aangemerkt, krijgen een S&O-afdrachtvermindering van 64% in plaats van 50% over de eerste 220.000 euro van het totale S&O-loon. Zelfstandigen die starten, krijgen een extra S&O-aftrek van 6.054 euro.<br>
<br>
<b>S&O-administratie</b><br>
U bent verplicht om een S&O-administratie bij te houden van de uitvoering van de projecten. Uit deze administratie moet blijken welke S&O-werkzaamheden zijn verricht en hoeveel tijd daaraan is besteed. Agentschap NL voert de regeling uit namens het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Alle informatie over de WBSO vindt u terug op deze website.<br>
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Pensioenoptimalisatie middels inkoop van extra dienstjaren]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/pensioenoptimalisatie-inkoop-dienstjaren.php</link>
<description><![CDATA[<b>Een onderneming heeft de mogelijkheid om voor zijn werknemers een pensioenregeling op te zetten. Deze pensioenregeling moet dan vervolgens voldoen aan de bepalingen van zowel de Pensioenwet als de Wet Loonbelasting. Een onderneming kan aan zijn directeur-grootaandeelhouder (DGA) ook een pensioentoezegging doen. Indien de DGA voor minimaal 10% aandeelhouder is, hoeft deze pensioenregeling slechts te voldoen aan de bepalingen van de Wet Loonbelasting. Hierdoor is het mogelijk om de pensioenregeling binnen de eigen onderneming op te bouwen. We spreken dan van een pensioenregeling in eigen beheer.   
</b><br>
<br>
Bij het bepalen van de hoogte van het op te bouwen pensioenrecht hebben we te maken met het aantal dienstjaren dat de DGA bij zijn onderneming kan doorbrengen. In de praktijk beginnen DGA'ers pas op wat latere leeftijd aan een eigen onderneming waardoor het maximaal te behalen aantal dienstjaren beperkt is. De pensioenopbouw bij de eigen onderneming is dan ook vaak beperkt.<br>
<br>
Indien in de periode voorafgaand aan de eigen onderneming geen of weinig pensioenrechten zijn opgebouwd, is het totale pensioenplaatje van de DGA niet erg rooskleurig. De inkoop van extra dienstjaren in de pensioenregeling kan dan een oplossing bieden.<br>
Er is sprake van een pensioentekort indien in het verleden bij andere werkgevers een dienstverband is geweest waarbij geen of weinig pensioenrechten zijn opgebouwd ten opzichte van de huidige opbouwmogelijkheden.<br>
<br>
Bij een dienstverband van voor 8 juli 1994 is zelfs geen enkele pensioenopbouw vereist om te kunnen spreken van een pensioentekort. Vanaf  8 juli 1994 is enige pensioenopbouw tijdens het dienstverband wel vereist. Door de opgebouwde pensioenrechten af te zetten tegen de huidige opbouwmogelijkheden wordt bepaald oeveel extra dienstjaren in de huidige pensioenregeling zijn in te kopen en hoeveel aanvullend pensioen dit oplevert.<br>
<br>
Een punt van aandacht bij het bepalen van het aantal extra dienstjaren dat ingekocht gaat worden, is de vraag of de inkoop wel een fiscaal voordeel oplevert. De aanvullend verschuldigde pensioenpremie vormt voor de onderneming een bedrijfslast en levert zo dus een fiscaal voordeel op. Het extra pensioenrecht is in de uitkeringsfase belast en levert dan dus weer een fiscaal nadeel op. Bezien moet worden of het fiscale voordeel in de opbouwfase opweegt tegen het fiscale nadeel in de uitkeringsfase.<br>
Een tweede punt van aandacht is de vraag of het toekennen van extra pensioenrechten aan de DGA wel zakelijk is. Deze vraag is onlangs door de rechtbank Haarlem ontkennend beantwoord met als gevolg dat de gehele inkoop werd aangemerkt als uitdeling aan de DGA met alle ongewenste fiscale gevolgen van dien.<br>
<br>
Inkoop van extra dienstjaren is voor veel DGA'ers de mogelijkheid om hun pensioeninkomen te optimaliseren. Of dit zo is en in welke mate de inkoop nog zakelijk is, zal wel vooraf goed bepaald dienen te worden om (fiscale) teleurstellingen te voorkomen.<br>
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[De arbeidsovereenkomst: uw signatuur]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/arbeidsovereenkomst-signatuur.php</link>
<description><![CDATA[<b>Is de arbeidsovereenkomst een wettelijk verplicht document of heeft het ook nog een nuttige functie? De wet stelt dat een arbeidsovereenkomst minimaal zaken bevat als de naam van de werknemer en werkgever, de ingangsdatum, de proeftijd en periode van het dienstverband, de functie en de standplaats, het salaris, de verlofrechten, de werktijden en de opzegtermijn. Het is verder gebruikelijk dat in de arbeidsovereenkomst wordt verwezen naar een CAO en/of het Personeelshandboek.   
</b><br>
<br>
In het eigen Personeelshandboek liggen alle collectieve of per functie specifieke zaken vast. Maar leg alle geldende, maar niet collectieve  afspraken ook vast in de arbeidsovereenkomst. Zoals een bonusregeling of concurrentiebeding bij commerciële functies, toezeggingen over promoties of de auto van de zaak. Een verwijzing naar het Personeelshandboek voor nadere informatie bij elke regeling of afspraak volstaat.<br>
<br>
In onze praktijk komen wij regelmatig ondernemers tegen met een gekopieerde en gedateerde versie van een Arbeidsovereenkomst. Omdat de wet en de CAO nog al eens wijzigen, maar ook door het toezeggen van afwijkende werktijden of verlofdagen wordt het bijhouden van geldige Arbeidsovereenkomsten een enorme klus. Uiteraard kan dit voor juridische problemen zorgen, denk aan een conflictsituatie, ziekte of een bedrijfsovername. Maar het levert op de eerste plaats vooral onnodig lang uitzoekwerk en uitleg op.<br>
<br>
Vanuit het perspectief van de Personeelsmanager is daarbij het verstrekken van een zorgvuldig opgestelde, eigen Arbeidsovereenkomst ook een signaal. U laat zien hoe u met uw personeel om gaat. Denk daarom niet enkel aan de inhoud, maar ook aan de schrijfstijl en de hele procedure er omheen. Het is uw signatuur. JAN© helpt u graag.<br>
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Tips van JAN - 2011 derde kwartaal]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/tips-van-JAN-2011-3.php</link>
<description><![CDATA[
<b>1) Kleinebanenregeling afgeschaft</b><br>
Dankzij de kleinebanenregeling hoeft u geen premies werknemersverzekeringen te betalen voor werknemers jonger dan 23 jaar die minder verdienen dan ongeveer de helft van het wettelijk minimumloon. Loonheffing moet u wel inhouden, maar de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet is nul, zodat u hiervoor ook geen vergoeding hoeft te geven.<br>
Het blijkt dat de kleinebanenregeling niet aan de verwachtingen voldoet en daarom wordt de regeling na 1 januari 2012 niet langer verlengd.<br>
<br>
<b>2) Bank aansprakelijk voor beleggingsverlies DGA</b><br>
Onlangs heeft Rechtbank Den Haag een bank veroordeeld vanwege het niet nakomen van haar zorgplicht over belegde pensioengelden. De bank had namelijk een directeur-grootaandeelhouder (DGA) geadviseerd om via de pensioen-B.V. zijn pensioengelden voor een groot deel te beleggen in één product. Volgens de rechter heeft de bank als professionele dienstverlener een bijzondere zorgplicht om haar klanten te beschermen tegen de gevaren van eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht. De bank zal de door de DGA geleden schade moeten vergoeden. Het gaat hier om een individueel geval, maar deze uitspraak toont wel aan dat voorzichtig moet worden omgegaan met het beleggen van het pensioen in eigen beheer. Bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd moet tenslotte wel voldoende vermogen in de B.V. aanwezig zijn om het pensioen ook uit te kunnen keren.<br>
<br>
<b>3) BTW-heffing privégebruik auto van de zaak aangepast</b><br>
De BTW-heffing voor het privégebruik van een auto van de zaak is vanaf 1 juli aanstaande niet langer gekoppeld aan de hoogte van de bijtelling en onttrekking in de loon- en inkomstenbelasting. Het privégebruik wordt voortaan, als deze kosteloos ter beschikking wordt gesteld, als fictieve dienst belast naar het werkelijke privégebruik van de auto. Daarbij wordt woon-werkverkeer gezien als privégebruik. Om de administratieve lasten en uitvoeringskosten te verminderen, mag een forfaitair percentage van 2.7% van de catalogusprijs (inclusief BTW en BPM) van de auto als BTW-correctie in aanmerking worden genomen. Om te voorkomen dat de BTW-heffing ontlopen kan worden door de auto niet kosteloos, maar tegen een te lage vergoeding ter beschikking te stellen voor het privégebruik, zal een antimisbruikmaatregel getroffen worden.<br>
<br>
<b>4) Per 1 juli verscherpte controles op rechtspersonen</b><br>
Vanaf 1 juli heeft u niet langer een verklaring van geen bezwaar nodig als u een B.V. wilt oprichten of bij statutenwijziging van de bestaande B.V. Er komt een nieuw systeem van doorlopende controle van rechtspersonen. Het nieuwe systeem van doorlopende controle richt zich niet alleen op N.V.'s en B.V.'s, maar ook op stichtingen en buitenlandse ondernemingen. In de toekomst breidt het toezicht zich uit naar coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid en Europese rechtsvormen die volgens de statuten hun zetel in Nederland hebben.<br>
<br>
<b>5) Kinderopvangtoeslag uitgekleed</b><br>
De kinderopvangtoeslag wordt vanaf volgend jaar gekoppeld aan het aantal uren dat de ouders of verzorgers van het kind werken. Uitgangspunt hierbij is het aantal gewerkte uren van de minst werkende partner. Bij dagopvang (0-4 jarigen) hebben de ouders of verzorgers recht op kinderopvangtoeslag voor maximaal 140% van het aantal gewerkte uren. Zo worden ook de reistijd en (middag)pauzetijd van de ouders of verzorgers gecompenseerd. Voor de buitenschoolse opvang (4-12 jarigen) geldt dat ouders of verzorgers maximaal 70% van hun gewerkte uren kunnen declareren als opvanguren. Tot slot kunnen ouders in de toekomst maximaal 230 uur per kind per maand declareren voor alle soorten opvang samen.<br>
<br>
<b>6) Vanaf 2012 een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik voor bestelauto's?</b><br>
Staatssecretaris Weekers is van plan om de 'verklaring uitsluitend zakelijk gebruik' voor bestelauto's in het Belastingplan 2012 op te nemen. Met een dergelijke verklaring hoeft geen rittenadministratie meer te worden bijgehouden hetgeen een administratieve verlichting voor de bestuurder met zich mee brengt. De belastingdienst zal de huidige controlemiddelen blijven gebruiken, zoals waarnemen na de gebruikelijke werktijden en in de buurt van recreatiecentra, winkelcentra en grensovergangen. Er zal geen rittenadministratie meer worden bijgehouden. Het toezicht zal zich concentreren op die momenten en plaatsen waar zakelijk gebruik van een bestelauto weinig waarschijnlijk is. Blijkt dat een werknemer de bestelauto toch privé gebruikt?  Dan komt de boete in beginsel terecht bij de werkgever. Deze berekent de boete dan door aan zijn werknemer. Dit is al gebruikelijk bij verkeersboetes.<br>
<br>
<b>7) Fiscaal voordeel zuinige auto verdwijnt</b><br>
Het kabinet wil in de toekomst alleen nog de aanschaf en het gebruik van de meest zuinige auto's stimuleren. Een aantal drastische maatregelen is aangekondigd:<br>
- De vrijstelling van motorrijtuigenbelasting (MRB) voor zeer zuinige auto's eindigt op 1 januari 2014. Voor auto's die maximaal 50 gr CO2/km uitstoten, blijft de vrijstelling tot en met 2015 gelden.<br>
- De verlaagde bijtelling voor zuinige (20%) en zeer zuinige auto's (14%) blijft gehandhaafd. Wel worden de CO2-grenzen die bij deze tarieven horen voortaan jaarlijks naar beneden aangepast. De eerste aanpassing is vanaf juli 2012. Tot en met 2015 geldt een  'nulbijtelling' voor auto's die maximaal  50 gr CO2/km uitstoten.<br>
- In de aanschafbelasting (BPM) wordt vanaf 2015 geen onderscheid meer gemaakt tussen de aankoop van een benzine- of dieselauto, afgezien van de dieseltoeslag. De nu nog verschillende CO2-grenzen groeien de komende jaren langzaam naar elkaar toe. In 2015 geldt de vrijstelling van de BPM alleen voor auto's die per gereden kilometer minder uitstoten dan 83 gr CO2.<br>
<br>
<b>8) Geen krediet bij slechte voorbereiding</b><br>
Maar liefst 60% van de ondernemers krijgt geen krediet bij de bank. Dit komt omdat ze bij de bank onvoldoende voorbereid aankloppen voor geld, zo blijkt uit een inventarisatie van kredietbemiddelaar Credion over tien jaar kredietaanvragen. Veel ondernemers, zo blijkt uit de inventarisatie, investeren vanuit emotie, zonder doordacht plan. Credion adviseert om een gedegen financieringsplan te maken met een extern adviseur, JAN© is u hierbij graag van dienst.
]]></description>
</item>


<item>
<title><![CDATA[Horizontaal toezicht: Gelijk weten waar je aan toe bent!]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/nieuws-van-JAN.php</link>
<description><![CDATA[<b>In 2009 heb ik als voorzitter van de SRA, namens de 370 kantoren die daar lid van zijn, het convenant horizontaal toezicht getekend met de belastingdienst, vertegenwoordigd door de toenmalige staatssecretaris De Jager. Het proces 'van wantrouwen naar vertrouwen' is niet tot stilstand gekomen na september 2009. Het stokje werd daarna overgenomen door individuele SRA-Kantoren. Zo is ook door JAN© onlangs een horizontaal toezicht convenant getekend met de belastingdienst.</b><br>
Horizontaal toezicht (HT) is eigenlijk een vreemde naam want toezicht is normaal gesproken per definitie verticaal. Dit geeft al aan dat het bijzonder is. De belastingdienst wil namelijk vertrouwen op de kwaliteit van de fiscale intermediairs (accountants en belastingadviseurs). Deze kwaliteit moet wel aangetoond worden. Dit kan JAN© aantonen omdat JAN© lid is van de SRA die periodiek haar leden toetst op hun kwaliteit in de processen. Ook de AFM vergunning voor de controle-opdrachten is hier een voorbeeld van.
<br> 
Wat betekent dit voor u? U bent gewend dat JAN© uw aangiften loonheffing, omzetbelasting, inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting zodanig opstelt dat de belastingdienst deze accepteert en daar vrijwel nooit van afwijkt. Wél duurt het vaak lang voor de aanslagen definitief worden opgelegd en eens in de zoveel jaar komt de belastingdienst een controle bij u uitvoeren. Door nu de aangiften onder het HT convenant in te dienen worden uw aanslagen sneller geregeld en worden de controles aanzienlijk verminderd en in veel gevallen vindt geen controle meer plaats.<br>
<br>
Wat ook verbetert onder dit convenant, is dat bij ingewikkelde vraagstukken vooraf overlegd kan worden met de inspecteur om zekerheid te verkrijgen over het standpunt van de inspecteur. Kortom, u zit niet meer lang in onzekerheid.
Vindt dan helemaal geen controle meer plaats? Jawel, maar alleen op het zogenaamde metaniveau. En als dan een fout wordt aangetroffen dan wordt eerst gekeken of dit incidenteel is, of dat voor de toekomst iets gewijzigd moet worden. Correcties naar het verleden zullen dan ook nog zelden worden toegepast.<br>
<br>
In het komende jaar zullen uw gesprekspartners bij JAN© u vragen of u wilt dat uw aangiften onder horizontaal toezicht worden ingediend. JAN© zal uitgebreid toelichten wat dit voor u betekent en waar uw voordelen liggen. Besluit u om hier niet voor te kiezen, dan verandert voor u verder niets en wordt u ook niet anders behandeld door de inspecteur dan u nu gewend bent.<br>
<br>
De overheid heeft op HT ingezet om toezicht efficiënt en effectief te kunnen realiseren. De overheid kan dan haar pijlen richten op die onderdelen van de samenleving waar 'wat te halen valt'. HT is dus geen plicht maar een recht. HT behoort niet voor iedereen per definitie tot de mogelijkheden. Alleen als JAN© voldoende bemoeienis heeft bij het aangifteproces en JAN© daar verantwoordelijkheid voor kan nemen staat toetreding tot HT voor u open.<br>
<br>
Voor de grote ondernemingen (meestal de controleplichtige in het kader van de jaarrekening) is ook een individueel convenant mogelijk, mits een zogenaamd Tax Control Framework bestaat. Dat wil zeggen dat de interne processen zodanig betrouwbaar zijn dat de  aangiften erop gesteund kunnen worden en dat deze aanvaardbaar zijn. Voor ondernemingen die hiervoor in aanmerking komen, is JAN© graag behulpzaam om dit op te zetten.<br>
<br>
Maatschappelijk gezien is HT een logische ontwikkeling in ons land. Europees wordt scherp naar deze ontwikkeling in Nederland gekeken. Maar u kunt zich voorstellen dat het in Zuid-Europa nog wel wat jaren gaat duren voordat daar de cultuur rijp is voor HT.<br>
<br>
Paul Dinkgreve<br>
Partner<br>
PaulDinkgreve@JAN.ac]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Hoe ziet uw toekomst er uit?]]></title>
<link>http://www.JAN.ac/Hoe-ziet-uw-toekomst-er-uit.php</link>
<description><![CDATA[<b>U heeft zich vast weleens afgevraagd: Hoe ziet mijn toekomst er eigenlijk financieel uit?<br>
Wilt u meer inzicht hebben in uw toekomstige financiele situatie? Zijn dit de vragen die u bezig houden?</b><br>
<br>
 "  Wanneer kan ik met pensioen?	<br>
 "  Is mijn oudedag goed geregeld?	<br>
 "  Wat gebeurt er als ik kom te overlijden?<br>	
 "  Heb ik een testament nodig?	<br>
 "  Wat moet in mijn testament staan?	<br>
 "  Ben ik onder de juiste voorwaarden getrouwd?<br>	
 "  Moet ik mijn vermogen anders beleggen?<br>
 "  Zal ik vermogen aan mijn (klein)kinderen schenken?<br>
 "  Hoe betaal ik de studie van mijn kinderen?<br>
 "  Heeft mijn onderneming de juiste rechtsvorm?<br>
 "  Is mijn bedrijfsopvolging goed geregeld?<br>
 "  Ben ik goed verzekerd?<br>
 "  Hoe kan ik het beste lenen?<br>
<br>
<b>Financieel plan</b><br>
JAN© geeft antwoord op deze vragen door uw huidige en toekomstige financiële situatie te analyseren.<br>
Uw wensen en doelstellingen op korte en lange termijn worden dan bekeken. Ook wordt gekeken naar een manier om uw doelen te bereiken. Dit alles wordt samengevat in een financieel plan dat een duidelijk antwoord geeft op uw vragen en tevens inzicht in uw toekomstige inkomen en vermogen.
Tevens heeft u de mogelijkheid om de overdracht van uw vermogen vooraf te plannen (dit noemen we estate planning). U zorgt dan voor een besparing van erfbelasting.<br>
<br>
<b>Hoe werkt het?</b><br>
JAN© gaat te werk volgens de onderstaande 3 stappen:<br>
1 Samen met u inventariseren wij uw wensen en doelstellingen in een persoonlijk gesprek.<br>
2 Wij rekenen de verschillende scenario's door en adviseren hoe uw wensen en doelstellingen gerealiseerd kunnen worden. Dit leggen wij vast in een overzichtelijk financieel plan;<br>
3 Vervolgens bespreken wij gezamenlijk het financieel plan en lichten de conclusies en aanbevelingen toe. Eventuele vervolgstappen worden nader besproken.<br>
Uiteraard neemt u uiteindelijk zelf de beslissing over de uitvoering van het advies.<br>
<br>
Het plan wordt door JAN© periodiek met u geëvalueerd en waar nodig aangepast aan veranderende omstandigheden en wensen.<br>
<br>
<b>Vol vertrouwen verder</b><br>
JAN© helpt u graag om de toekomst vol vertrouwen tegemoet te treden. Wilt u een financieel plan laten opstellen? Of wilt u hierover nader geïnformeerd worden? Neemt u dan contact op met uw contactpersoon binnen JAN© of met de één van de specialisten op het gebied van financiële planning.
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Zo verwerkt u de bijtelling bij twee opvolgende auto's in één jaar!]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/Bijtelling-twee-opvolgende-auto.php</link>
<description><![CDATA[<b>Eén van uw werknemers haalt op 1 september zijn nieuwe auto van de zaak op bij de autohandelaar. De oude leaseauto, die hij nauwelijks voor privéritten gebruikte, is zojuist ingeruild. En passant vertelt hij u nog dat hij de nieuwe auto ook privé gaat gebruiken. Hierdoor komt hij zeker boven de 500 privékilometers per jaar. U moet nu alsnog rekening houden met een bijtelling, maar hoe?</b><br>
<br>
De bijtelling vindt in ieder geval plaats over het volledige jaar en er moet rekening worden gehouden met de verschillende cataloguswaarden van beide auto's, dus ook van de auto waar niet privé mee is gereden!<br>
<br>
<b>Voorbeeld van twee opvolgende auto's</b><br>
Stel dat de auto die u de eerste acht maanden ter beschikking heeft gesteld aan uw werknemer, een cataloguswaarde had van 24.000 euro. Uw werknemer heeft in deze periode 100 km privé gereden. Voor de loontijdvakken van januari tot en met augustus telt u dus niets bij het loon. De auto die u de laatste vier maanden ter beschikking stelt, heeft een cataloguswaarde van 30.000 euro. Deze auto gaat de werknemer ook voor privéritten gebruiken. Omdat het privégebruik op kalenderjaarbasis nu zeker meer dan 500 km is, moet u alsnog het gehele jaar rekening houden met een bijtelling.<br>
<br>
Over de periode januari tot en met augustus telt u bij het loon 8/12 x 25% van 24.000 euro =  4.000 euro. Omdat de aangiftetermijnen voor deze maanden inmiddels zijn verstreken, moet u hiervoor een correctie indienen. Vanaf september telt u maandelijks bij het loon 1/12 x 25% van 30.000 euro = 625 euro.<br>
<br>
<b>Let op!</b><br>
In het voorbeeld zijn we uitgegaan van een bijtellingspercentage van 25%. Afhankelijk van de CO2-uitstoot van de auto is natuurlijk ook een percentage van 20% of 14% mogelijk.<br>
<br>
<b>En de verklaring geen privégebruik auto?</b><br>
Zelfde situatie, maar nu heeft de werknemer een door de belastingdienst afgegeven verklaring geen privégebruik auto bij u ingeleverd. Hij weet dat hij de tweede auto privé wil gebruiken, dus trekt hij de verklaring geen privégebruik auto in. Omdat over de eerste acht maanden de verklaring geen privégebruik auto van toepassing is, hoeft u niets bij te tellen. Pas als de verklaring wordt ingetrokken, moet u vanaf die maand rekening houden met een bijtelling. De werknemer krijgt van de belastingdienst een naheffingsaanslag voor de loonheffing en de bijdrage Zorgverzekeringswet met betrekking tot de eerste acht maanden.<br>
<br>
Het bovenstaande geldt niet alleen voor uw werknemer, maar ook voor u als u directeur-grootaandeelhouder (DGA) bent. Voor de loonbelasting wordt u in dat geval gezien als werknemer.
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Hoe gaat u om met de regresvordering op uw B.V.?]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/Regresvordering-BV.php</link>
<description><![CDATA[<b>Stel uw B.V. heeft geld nodig en de bank wil alleen een lening verstrekken als u borg staat voor de schuld van uw B.V. Een veelvoorkomende situatie in de praktijk. Zolang de B.V. de schuld gewoon af kan betalen, is er niets aan de hand. Maar wat nu als de B.V. de lening niet langer kan terugbetalen? De bank zal dan bij u aankloppen om de schuld te voldoen. U krijgt nu een regresvordering op uw eigen B.V.</b><br>
<br> 
<b>Borgtochtvergoeding: houd het zakelijk!</b><br>
U staat natuurlijk niet voor niets borg. Sterker nog: u moet een zakelijke borgstellingsvergoeding in rekening brengen. Bij uw B.V. is deze vergoeding aftrekbaar en bij u is de vergoeding belast in box 1. De terbeschikkingstellingsregeling (tbs-regeling) is namelijk van toepassing.<br>
<br>
<b>Waarde van de regresvordering</b><br>
Als uw B.V. haar schuld aan de bank niet meer kan voldoen, de bank u aanspreekt als borg en u de schuld voldoet, krijgt u een regresvordering op uw B.V. Deze valt eveneens onder de tbs-regeling. Op de tbs-balans moet de regresvordering worden opgenomen voor de waarde in het economisch verkeer. In de meeste gevallen is deze waarde echter lager dan het bedrag dat u aan de bank heeft betaald. Daarom heeft de wetgever goedgekeurd dat de regresvordering te boek gesteld mag worden op de verkrijgingsprijs. Dit is het bedrag dat u als borg aan de bank heeft voldaan.<br>
<br>
<b>Overige kosten</b><br>
Het kan zijn dat u kosten heeft gemaakt om uw aansprakelijkheid als borg te beperken. Denk aan advocaatkosten en griffierechten. Deze kosten zijn niet direct aftrekbaar, maar mogen wel worden geactiveerd voor het bedrag dat u heeft betaald. Zij verhogen dus de regresvordering op de balans.<br>
<br>
<b>Wanneer ontstaat een regresvordering?</b><br>
Volgens de wetgever ontstaat een regresvordering pas op het moment dat u als borg de schuld aan de bank heeft betaald. Als blijkt dat de B.V. de vordering helemaal niet aan u kan betalen, ontstaat ook dan pas een aftrekbaar tbs-verlies. Begin dit jaar besliste de rechter dat een regresvordering al ontstaat op het moment dat de borgtochtovereenkomst met de bank is gesloten. Er is dan sprake van een voorwaardelijke regresvordering en deze kan, samen met een voorwaardelijke borgtochtverplichting aan de bank, al direct op de tbs-balans worden gewaardeerd. Het gevolg is dat, zodra duidelijk wordt dat de B.V. er slecht voorstaat, een eventueel verlies al aftrekbaar is nog voordat u door de bank als borg wordt aangesproken. De verwachting is dat de belastingdienst deze uitspraak zal aanvechten. Neem voor advies contact met JAN© op.]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Bent u vrijwilliger? Let dan op de giftenaftrek in uw belastingaangifte!]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/Vrijwilliger-giftenaftrek-belastingaangifte.php</link>
<description><![CDATA[Wanneer u vrijwilligerswerk doet en u krijgt hiervoor geen vergoeding van de instelling of u ziet van deze vergoeding af, dan doet u, ongemerkt een gift. U mag dan in uw aangifte inkomstenbelasting gebruikmaken van de giftenaftrek. Er gelden wel voorwaarden.<br>
<br>
Er zijn twee situaties denkbaar waarin een vrijwilliger voor het vrijwilligerswerk in aanmerking kan komen voor giftenaftrek:<br>
<br>
<b>1 De vrijwilliger ziet af van zijn vergoeding voor zijn inzet</b><br>
In sommige gevallen geeft een algemeen nut beogende instelling (ANBI) aan een vrijwilliger voor hun inzet een vergoeding.<br>
Wanneer deze  binnen de grenzen van de vrijwilligersregeling van 1.500 euro valt en de vrijwilliger ziet, uit vrijgevigheid, van de vergoeding af dan mag de vrijwilliger het bedrag  opgeven als gewone gift in zijn aangifte inkomstenbelasting. Wel geldt een aantal voorwaarden:<br>
<br>
 "	de instelling is door de belastingdienst aangewezen als ANBI;<br>
 "	de instelling heeft een regeling getroffen waardoor de vrijwilliger in aanmerking komt voor een vergoeding;<br>
 "	de financiële situatie van de instelling is zodanig dat de vergoeding ook uitbetaald kan worden;<br>
 "	de instelling heeft de bedoeling om de vergoeding daadwerkelijk uit te betalen; en<br>
 "	de vrijwilliger moet zelf kunnen bepalen dat zij/hij de vergoeding niet wil ontvangen, maar aan de instelling schenkt.<br>
<br>
<b>2 De vrijwilliger maakt kosten en krijgt daarvoor geen vergoeding of ziet af van deze vergoeding</b><br>
Als een vrijwilliger kosten maakt en deze kosten bij de instelling kan declareren, maar dat niet heeft gedaan, dan mag de vrijwilliger het bedrag van die vergoeding opgeven als gewone gift in zijn aangifte inkomstenbelasting.<br>
<br>
Ook als de instelling de kosten niet kan vergoeden, maar deze kosten normaliter wel worden vergoed, mag de vrijwilliger deze kosten meenemen als een gewone gift. Bij gemaakte kosten kan men denken aan declaraties van vervoerskosten ( 0,19 euro per kilometer), de telefoonkosten of de kosten van postzegels.<br>
<br>
<b>Giftenaftrek</b><br>
In de aangifte inkomstenbelasting kunnen de in dat jaar gedane giften in aftrek worden gebracht. Voor gewone giften geldt bij giftenaftrek wel een drempelbedrag en een maximum.<br>
Het drempelbedrag is 1% van het drempelinkomen van de vrijwilliger (inclusief dat van zijn of haar fiscale partner) met een minimum van  ¬ 60 per jaar. De vrijwilliger mag niet meer aftrekken dan het maximum: 10% van het drempelinkomen.<br>
<br>
De giftenaftrek kan worden geoptimaliseerd als u, naast de besproken giften, vaste giften zoals vaste vrijwillige (kerkelijke) bijdragen van 2 of 3 jaar samenvoegt en deze in één termijn betaald: U hoeft dan maar 1 keer het (jaarlijkse) drempelbedrag van 1% te overschrijden (anders 2 of 3 keer).
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Deelneming failliet: wat nu?]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/Deelneming-failliet.php</link>
<description><![CDATA[<b>Wanneer uw B.V. voor ten minste 5% van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder is van een andere B.V., dan is sprake van een deelneming en is de deelnemingsvrijstelling van toepassing. Bij het bepalen van de winst worden de resultaten uit de deelneming niet meegenomen, of deze nou positief of negatief zijn. Hierop is één uitzondering gemaakt. Als de deelneming wordt ontbonden, bijvoorbeeld door faillissement, dan is de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing op het geleden liquidatieverlies. Liquidatieverliezen zijn dus wel aftrekbaar.</b><br>

<b>Wat is een liquidatieverlies?</b><br>
Het liquidatieverlies dat uw B.V. in aanmerking mag nemen, bestaat uit het door uw B.V. destijds opgeofferde bedrag om de deelneming te verkrijgen, verminderd met het totaal dat aan liquidatie-uitkeringen is ontvangen. Het opgeofferde bedrag is in dit geval het bedrag dat uw B.V. heeft betaald voor de deelneming, vermeerderd met kapitaalstortingen in de deelneming en verminderd met eventueel meegekocht dividend.<br>
<br>
Stel dat uw B.V. 25% van de aandelen in een andere B.V. (deelneming) verkrijgt voor 100.000 euro. Daarna stort uw B.V. nog een bedrag van 50.000 euro in de deelneming. Het opgeofferde bedrag is nu 100.000 euro + 50.000 euro = 150.000 euro.<br>
<br>
Liquidatie-uitkeringen zijn uitkeringen die uw B.V. ontvangt bij de liquidatie van de deelneming. Eventueel ontvangen dividenduitkeringen zijn van invloed op de hoogte van de liquidatie-uitkering. Het gaat dan bijvoorbeeld om dividenduitkeringen nadat besloten is tot ontbinding van de deelneming, maar ook dividenduitkeringen uit eerdere jaren tellen mee.<br>
<br>
<b>Wanneer is het verlies aftrekbaar?</b><br>
Een liquidatieverlies is pas aftrekbaar als de deelneming ook echt is geliquideerd, oftewel: op het moment waarop de vereffening van het vermogen van de deelneming is voltooid. Activa zijn verkocht, vorderingen zijn geïnd, schulden zijn afgelost, het batig saldo is vastgesteld en uitgekeerd en alle andere formaliteiten zijn afgerond. Pas dan is de vereffening voltooid.<br>
<br>
<b>Langlopende liquidatie</b><br>
Soms is het mogelijk om een liquidatieverlies eerder in aanmerking te nemen. Bijvoorbeeld in het geval van een langlopend faillissement of een langlopende liquidatie van de deelneming.<br>
Dit kan echter pas acht jaar nadat de deelneming in staat van faillissement is verklaard of nadat het besluit tot liquidatie van de deelneming is genomen. Bovendien mag het niet aan uw B.V. liggen dat de vereffening nog niet is voltooid. Tevens moet uw B.V. aan de belastingdienst verklaren dat zij eventuele voordelen - die toch nog zouden kunnen ontstaan uit de deelneming - in aanmerking neemt bij haar winst.]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Let op spelregels bij aftrek BTW  ]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/Spelregels-aftrek-BTW.php</link>
<description><![CDATA[<b>Als ondernemer kunt u in de aangifte omzetbelasting de aan uw bedrijf in rekening gebrachte BTW in aftrek brengen, mits daar ook belaste prestaties voor de BTW tegenover staan. Dit moet dan wel gebeuren in het juiste aangiftetijdvak. De inspecteur kan namelijk aftrek weigeren als de BTW in een verkeerd tijdvak is aangegeven. Een juiste administratie voorkomt problemen.<b><br>
<br>
Uit uw administratie moet duidelijk blijken hoeveel BTW u moet betalen en welke BTW u in aftrek brengt. De belastingdienst verlangt van u als ondernemer dat u van de volgende zaken overzichten per aangiftetijdvak bijhoudt:<br>
 "  facturen die u zelf uitschrijft<br>
 "  facturen die u moet betalen<br>
 "  uitgaven<br>
 "  ontvangsten<br>
 "  privégebruik van goederen en diensten<br>
<br>
Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een verkoopboek, inkoopboek en kas- en bankboek. Aanvullende eisen voor de administratie gelden wanneer u zaken doet met het buitenland of wanneer u handelt in gebruikte goederen, kunst, antiek of voorwerpen voor verzamelingen.<br>
<br>
<b>Vooraftrek</b><br>
De aftrek van BTW wordt ook wel 'aftrekken als voorbelasting' genoemd. De vooraftrek bestaat in principe uit een simpel sommetje. Op uw BTW-aangifte vermeldt u de BTW die u moet betalen over uw omzet. Daarvan trekt u de BTW af die uw leveranciers u in die periode in rekening hebben gebracht. Het verschil betaalt u aan de fiscus. Enige nuancering is wel nodig.<br>
<br>
<b>Niet alle BTW is aftrekbaar</b><br>
Zo mag u alleen BTW aftrekken over betalingen die u doet voor inkopen, kosten en investeringen, met uitzondering van enkele zakelijke uitgaven zoals voor eten en drinken in bijvoorbeeld een restaurant. Deze aangeschafte goederen en diensten moet u vervolgens gebruiken voor omzet die belast is met 19%, 6% of 0% BTW. Daarnaast stelt de belastingdienst eisen aan de factuur die u ontvangt van uw leveranciers.<br>
<br>
<b>Aftrek alleen in juiste aangiftetijdvak</b><br>
De belastingdienst is streng in het hanteren van de regel dat BTW alleen voor aftrek in aanmerking kan komen in het tijdvak waarin deze aan uw bedrijf in rekening is gebracht, en niet in een later tijdvak. Het tijdstip waarop u uw leverancier betaalt, is dus niet bepalend. Daarom is een administratie per aangiftetijdvak zo belangrijk. <br>
U moet als ondernemer dus het bedrag aan aftrekbare BTW per aangifteperiode berekenen en in de BTW-aangifte verwerken. Het op onjuiste gronden (niet) in aftrek brengen van BTW kan formeel niet in de BTW-aangifte over het laatste tijdvak worden hersteld! De Hoge Raad heeft onlangs de belastingdienst nog gesteund in deze regel.]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Vakantieplanning, voorkom onderbezetting met een goede planning en extra krachten]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/Vakantieplanning-onderbezetting-planning.php</link>
<description><![CDATA[<b>In de zomer gaan veel werknemers een aantal weken op vakantie. Het is goed om tijdig een planning te maken om continuïteit van de werkzaamheden te waarborgen. Houd bij de planning rekening met het volgende: </b> <br>
<br>
 "	Maak afspraken met werknemers over de wijze van aanvraag van vakantieverloven. Deze voorwaarden dienen wel in een individuele arbeidsovereenkomst of personeelshandboek overeengekomen te zijn.<br>
 "	Inventariseer van welke medewerkers de vakantieplanning al bekend is en van wie nog niet. Verzoek medewerkers die hun vakantieplanning voor de zomerperiode nog niet hebben doorgegeven dit alsnog te doen.<br>
 "	Het is goed om te anticiperen op ervaringen uit het verleden met betrekking tot de ontwikkeling van het werkaanbod in vakantieperiodes. Bij een collectieve sluiting geldt dat deze voorwaarden in een individuele arbeidsovereenkomst of personeelshandboek overeengekomen dienen te zijn.<br>
<br>
Mocht uit de vakantieplanning blijken dat de continuïteit van de werkzaamheden niet gewaarborgd is, dan zou alvast nagedacht kunnen worden over alternatieven om onderbezetting op te vangen. Dit kan in de vorm van:<br>
 "	Tijdelijke uitbreiding werkuren van parttime werknemers. Wanneer iemand werk verricht buiten de in het arbeidscontract bepaalde werktijd, is sprake van overwerk. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van wat in de CAO hierover is opgenomen. Als uw bedrijf niet onder een CAO valt of als niets in uw CAO is geregeld over overwerk, doet u er goed aan om in een personeelshandboek of in de individuele arbeidsovereenkomst heldere bepalingen op te nemen over het (wanneer) verrichten van overwerk en het uitbetalen van een overwerkvergoeding.]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[Tips van JAN©]]>
</title>
<link>http://www.JAN.ac/tips-van-JAN-2011-2.php</link>
<description><![CDATA[<b>1) Hulp bij diefstal of fraude eigen personeel </b><br>
Eén op de vier werkgevers heeft wel eens te maken gehad met diefstal door eigen personeel. De Kamer van Koophandel, het landelijk overleg Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing en het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) hebben samen een stappenplan ontwikkeld voor werkgevers om diefstal of fraude door eigen personeel te voorkomen of op te sporen. Dit stappenplan kunt u vinden op deze website.<br>
<br> 
<b>2)	Hoge Raad heeft geen probleem met renteconstructie DGA</b><br>
Heeft u als DGA geld geleend van uw B.V. (tegen een zakelijke rente) en zet u dit bedrag vervolgens op een privé-internetspaarrekening tegen een hogere rente, dan behaalt u een rentevoordeel.<br>
Het resultaat van de lening is in box 3 nihil, omdat de schuld aan uw B.V. wegvalt tegen de bezitting (internetspaarrekening). De Hoge Raad heeft nu beslist dat een dergelijke renteconstructie is toegestaan en dat het rentevoordeel niet belast is in box 1.<br>
<br> 
<b>3)	Europa steunt Nederlandse microkredieten</b><br>
Nederland krijgt 2 miljoen euro van de Europese Unie voor het verstrekken van microkredieten. Daardoor kunnen meer kleine en startende ondernemers in Nederland een beroep doen op een microkrediet. De Nederlandse microkredietverstrekker Qredits verstrekt zakelijke kredieten tot  ¬ 35.000 aan startende en bestaande ondernemers met een goed ondernemingsplan die bij reguliere banken niet terecht kunnen. Aanvullend wordt een ondernemerscoach aan de ondernemer gekoppeld om de slagingskans te vergroten. Qredits is begin 2009 tot stand gekomen met steun van drie banken (ING, Rabobank, ABN AMRO) en de overheid.<br>
<br>
<b>4)	Langere fiscale aftrekbaarheid voor pensioenpremie ZZP'er</b><br>
De Pensioenwet biedt Zelfstandigen Zonder Personeel (ZZP-er) de mogelijkheid om nog drie jaar vrijwillig pensioen op te bouwen via het pensioenfonds van het bedrijf waar ze het laatst in loondienst waren. De betaalde pensioenpremie is in dat geval fiscaal aftrekbaar. De pensioenuitkering is dan te zijner tijd belast. Staatssecretaris Weekers van Financiën is van plan om de vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw voor ZZP'ers te verlengen. Vanaf 2012 gaat de maximale termijn waarschijnlijk van drie naar tien jaar. De betaalde pensioenpremie is dan dus ook zeven jaar langer aftrekbaar. <br>
<br>
<b>5)	Test als internetondernemer uw website!</b><br>
Steeds vaker gebruiken ondernemers het internet als verkoopkanaal. In de praktijk blijkt dat internetondernemers niet altijd op de hoogte zijn van alle voorwaarden die gesteld worden door de belastingdienst. Speciaal voor deze groep ondernemers heeft de belastingdienst daarom een zelftest ontwikkeld. Via een speciale website van de belastingdienst kunt u de test doen om te beoordelen of uw website wel voldoet aan alle fiscale en juridische regels.<br>
<br>
<b>6)	Verhaal een verkeersboete op uw werknemer</b><br>
Als u een verkeersboete niet op uw werknemer verhaalt, dan geniet uw werknemer een voordeel. Dat voordeel is belast als loon, terwijl de boete niet aftrekbaar is als bedrijfskosten. Dit geldt ook als het om een buitenlandse verkeersboete gaat. Een DGA kwam hier pijnlijk achter nadat hij in Zwitserland fors te hard reed. De B.V. verhaalde de opgelegde verkeersboete niet en de DGA gaf aan dat hij veel te snel had gereden omdat hij anders te laat was voor een zakelijke afspraak. Zakelijke kosten dus, maar de rechter dacht hier anders over. De verkeersboete was voor de DGA gewoon belastbaar loon. De DGA had namelijk andere opties dan te hard rijden. Zo had hij bijvoorbeeld eerder kunnen vertrekken, de afspraak kunnen verzetten of zijn vertraging telefonisch kunnen melden.<br>
<br>
<b>7)	Percentage heffingsrente opnieuw verhoogd</b><br>
Het percentage heffings- en invorderingsrente is voor het derde kwartaal 2011 vastgesteld op 2,75% (2,50% tweede kwartaal 2011). U kunt de heffingsrente beperken door tijdig een voorlopige aanslag aan te vragen en/of te betalen. De belastingdienst berekent de invorderingsrente over de periode die begint op de eerste dag na de uiterste betaaldatum en eindigt op de dag voor de dag waarop u betaalt.<br>
Per 2013 treedt een nieuwe regeling in werking. Dan wordt pas rente vergoed als sprake is van een onredelijke vertraging. Voor de inkomsten- en vennootschapsbelasting verschuift de rente berekening naar 1 juli na afloop van het belastingjaar. Alleen als de inspecteur aanleiding heeft om bij de aanslagregeling af te wijken van de aangifte of als de aangifte later dan 1 april wordt ingediend, zal nog rente worden berekend bij het opleggen van de aanslag. Voor het in rekening brengen van heffingsrente bij te laat betalen blijft de huidige regeling van kracht.<br>
<br>
<b>8)	Erfbelastingschulden aftrekbaar in box 3</b><br>
Bij het bepalen van de belastingheffing in box 3 tellen belastingschulden niet mee. Veel mensen vinden dat onrechtvaardig. Daarom is met ingang van 1 januari 2010 een wijziging gekomen. Erfbelastingschulden en de bijbehorende heffingsrente of invorderingsrente, mogen vanaf die datum wel worden meegenomen in de schulden van box 3. Deze schulden verlagen dus de inkomstenbelasting in box 3.<br>
<br> 
<b>Let op!</b><br>
Ook erfbelastingschulden waarvoor nog geen aanslag is opgelegd, worden aangemerkt als box 3-schuld. Verder geldt de nieuwe regeling ook voor erfbelastingschulden die zijn ontstaan vóór 1 januari 2010. Bovendien tellen met erfbelasting vergelijkbare buitenlandse belastingschulden mee.<br>
<br>
<b>9)	Extra geld voor innovatie MKB</b><br>
Er komt meer hulp voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) bij het gezamenlijk ontwikkelen van nieuwe producten en processen. Minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie voegt 17 miljoen euro toe aan de 9 miljoen euro die al was vrijgemaakt voor de zogenaamde IPC-regeling (InnovatiePrestatieContracten). Vanaf 1 april 2011 is de vernieuwde en uitgebreide IPC-regeling opengesteld. Met steun van de overheid werken groepen van plusminus tien tot twintig ondernemers daarbij gezamenlijk aan een nieuwe strategie om meer te gaan innoveren. Van de bedrijven die van de regeling gebruik maken, zegt 86% meer aan R&D (onderzoek en ontwikkeling) te besteden dan voorheen. Ook melden deelnemers een positieve bijdrage aan de winst en geven zij aan dat innovatieplannen anders niet zouden zijn uitgevoerd.<br>
<br>
<b>10)	Verplichte schatting voorlopige aanslag VPB vervallen </b><br>
Aan het begin van het jaar stuurt de belastingdienst meestal al een voorlopige aanslag voor de te betalen Vennootschapsbelasting voor het komende jaar. Is de voorlopige aanslag te hoog of te laag, dan kan deze gedurende het jaar worden aangepast. Het is voortaan niet langer verplicht om binnen zeven maanden na afloop van het boekjaar een schatting van de belastbare winst voor de Vennootschapsbelasting in te dienen. Wel kijkt de belastingdienst dit najaar of het terecht is dat uw B.V. geen voorlopige aanslag heeft ontvangen. In dat geval ontvangt de B.V. een brief met het verzoek alsnog een schatting te doen.]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[
Fluit ze terug!
Niet alleen verplichtingen
]]>
</title>

<link>http://www.jan.ac/nieuws-van-JAN.php</link>
<description><![CDATA[
<b>Er is in Nederland een trend gaande waarbij de overheid zich steeds meer rechten toe-eigent en aan de belastingplichtige steeds meer verplichtingen worden opgelegd. Tevens is het zo dat de verplichtingen worden afgedwongen met hogere boetes. De boetes op aangifteverzuim zijn verhoogd. De navorderingsmogelijkheden van de belastingdienst zijn verruimd. De adviseur is strafbaar als medepleger etc.
In deze lawine van restrictieve regelgeving moeten we niet vergeten dat belastingplichtigen ook rechten hebben. En gelukkig worden belastingplichtigen in deze tijd van repressieve overheid daarin gesteund door de fiscale rechters die met enige regelmaat de belastingdienst terugfluiten.<b><br>
<br>
Belangrijk is dat u uw rechten niet laat liggen en geen termijnen verspeelt om deze te gebruiken. Laat de belastingadviseurs van JAN© u adviseren en begeleiden in het behartigen van uw fiscale belangen en laat geen rechten liggen. Ook op andere gebieden zijn nog tal van voordelen te behalen waarbij onze adviseurs u kunnen helpen.<br>
<br>
In deze Journaalpost zijn daar enkele voorbeelden van te vinden in de vorm van onder andere voordelen op pensioengebied, arbeidsrecht en diverse fiscaliteiten. Naast deze zijn er natuurlijk nog vele andere voordelen waarbij wij u graag helpen die te benutten. Laten we met elkaar in contact blijven voor het beste resultaat!<br>
<br>
<b>Michael Halderman</b><br>
Fiscaal partner<br>
]]>
</description>
</item>


<item>
<title><![CDATA[
Buitenlandse auto van de zaak aantrekkelijker
]]>
</title>
<link>http://www.jan.ac/Buitenlandse-auto-zaak.php</link>
<description><![CDATA[
<b>Wanneer u een in het buitenland geregistreerde auto in Nederland gebruikt, dan bent u voor aanvang van het weggebruik in Nederland BPM verschuldigd. Tot voor kort moest u eerst de volledige BPM betalen en werd - op verzoek - een gedeelte van de BPM teruggegeven zodra de auto weer buiten Nederland was gebracht. U moest dus een fors bedrag voorschieten. Aan deze manier van heffing en teruggave is nu een einde gekomen. De regels zijn versoepeld, waardoor het aantrekkelijker wordt om een auto in het buitenland te leasen of te huren.</b><br>
<br> 
<b>BPM-verzoek bij aangifte</b><br>
Heeft u in een ander land een auto gehuurd of geleased, dan is het voortaan mogelijk om bij de aangifte BPM, voor aanvang van het gebruik in Nederland, ook direct een verzoek om teruggaaf in te dienen. Aangifte en teruggaaf worden dus tegelijkertijd met elkaar verrekend. U hoeft alleen nog het daadwerkelijke saldo te betalen. Blijkt achteraf dat er een onjuist bedrag aan BPM is teruggegeven, dan kan alsnog een correctie volgen.<br>
 <br>
<b>Uitspraak van het Europese Hof</b><br>
De regels zijn versoepeld naar aanleiding van een uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Volgens deze uitspraak moet Nederland bij de berekening van de verschuldigde belasting voor een in een andere lidstaat geregistreerd en gehuurd voertuig, rekening houden met de gebruiksduur van het Nederlandse wegennet. Een aanpassing in het systeem van betalen en terugontvangen van BPM was dus noodzakelijk.<br>
<br>
<b>Voorwaarden</b><br>
Om van deze regeling gebruik te kunnen maken, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:<br>
<br>
 -	Uit een huur- of leaseovereenkomst moet blijken dat sprake is van een zakelijk overeengekomen gebruik tussen het verhuurbedrijf of de leasemaatschappij en u als automobilist.<br>
 -	De huur- of leasetermijn bedraagt maximaal drie jaar. Dit geldt ook voor de gebruiksperiode in Nederland.<br>
 -	Een verlenging van de duur van de huur- of leaseovereenkomst moet ten minste twee weken vóór de ingangsdatum schriftelijk worden gemeld aan de belastinginspecteur. In dat geval wordt de BPM over de verlengde periode nageheven zonder boete. U moet wel rekening houden met de maximale termijn van drie jaar.<br>
 -	Het motorrijtuig is geregistreerd in een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is binnen de Europese Economische Ruimte (IJsland, Noorwegen of Liechtenstein).<br><br>
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[
Vrijstelling van verplichtstelling BPF een interessante optie?
]]>
</title>
<link>http://www.jan.ac/Vrijstelling-verplichtstelling-BPF.php</link>
<description><![CDATA[
<b>In Nederland bouwt ongeveer 80% van de werknemers hun pensioen op bij een Bedrijfstakpensioenfonds (BPF). Dit op grond van het gegeven dat de werkgever verplicht aangesloten is bij een BPF op basis van de Wet verplichte deelneming in een Bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet BPF). De Wet BPF kent ook de mogelijkheid van vrijstelling van de verplichte deelname aan de pensioenregeling van het BPF. Mogelijk is dit voor u een interessante optie.
</b><br>
<br> 
Omdat de Wet BPF uitgaat van een verplichte deelname kent de Wet BPF ook een Vrijstellingsbesluit waarin een aantal mogelijkheden voor dispensatie zijn vastgelegd. Het gaat dan om de volgende situaties:<br>
- vrijstelling op basis van bestaande eigen pensioenregeling;<br>
- vrijstelling in verband met groepsvorming;<br>
- vrijstelling in verband met eigen CAO;<br>
- vrijstelling in verband met onvoldoende beleggingsrendement.<br>
 <br>
De eerste vorm van vrijstelling geldt enkel bij de aanvang van de verplichte deelname door de werkgever. Indien de werkgever al minimaal 6 maanden een eigen pensioenregeling heeft, zal het BPF vrijstelling verlenen voor de verplichte deelname. Dit kan zich feitelijk slechts voordoen in de situatie dat de werkgever door wijziging van de bedrijfsactiviteit onder de verplichtstelling van het BPF komt te vallen of wanneer sprake is van een uitbreiding van de verplichtstelling van een bestaand BPF waardoor de werkgever onder de werkingsfeer van het BPF komt te vallen.<br>
 <br>
De laatste mogelijkheid van vrijstelling is een situatie die jaarlijks opnieuw ontstaat. Een BPF is namelijk verplicht om jaarlijks een performancetoets uit te voeren over een periode van 5 jaar waarin het feitelijk behaalde beleggingsrendement van het BPF wordt vergeleken met het beleggingsrendement van de door het BPF vastgestelde normportefeuille. Indien de performancetoets, na correctie, negatief is, is het BPF verplicht om aan werkgevers die hierom verzoeken vrijstelling te verlenen voor de verplichte deelname.<br>
 <br>
Het vrijstellingsbesluit schrijft voor dat het BPF aan de vrijstelling wel de voorwaarde verbindt dat de werkgever een andere pensioen voorziening sluit voor zijn werknemers die ten minste actuarieel gezien gelijkwaardig is aan de pensioenregeling van het BPF. Verder biedt het vrijstellingbesluit aan het BPF de mogelijkheid om een compensatie te verlangen voor het verzekeringstechnische nadeel dat het BPF heeft van de vrijstelling. Dit gegeven speelt voornamelijk bij werkgevers met een jong personeelsbestand.<br>
 <br>
Om de vraag uit de aanhef te kunnen beantwoorden zal dus eerst nagegaan moeten worden of uw pensioenfonds vrijstelling moet verlenen in verband met onvoldoende beleggingsrendement (geldt op dit moment voor 6 pensioenfondsen), wat de mogelijkheden zijn om een vergelijkbare pensioenregeling bij een verzekeringsmaatschappij onder te brengen en wat hiervan de premiegevolgen zijn en of het BPF een vergoeding vraagt voor het verzekeringstechnische nadeel. Pas als dit allemaal goed in beeld is gebracht, kan de vraag beantwoord worden en weet u of een verzoek tot vrijstelling bij het BPF zinvol is.<br><br>
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[
Let op met de verkrijging van aandelen in een onroerendgoed-B.V.
]]>
</title>
<link>http://www.jan.ac/Verkrijging-aandelen-onroerendgoed-BV.php</link>
<description><![CDATA[
<b>Als u onroerend goed koopt, bent u veelal overdrachtsbelasting verschuldigd. Deze bedraagt 6% van de waarde van het onroerend goed. In het verleden werd de overdrachtsbelasting omzeild door onroerend goed onder te brengen in een B.V. Vervolgens zouden de aandelen in die B.V. kunnen worden verkocht, zonder de heffing van overdrachtsbelasting. Het onroerend goed zelf wordt immers niet verkocht, maar blijft eigendom van de B.V. Via het aandelenbelang werd echter wel het economische belang bij dat onroerend goed verkocht. Om zo'n eenvoudige ontgaansmogelijkheid van de heffing van overdrachtsbelasting te voorkomen, bevat de wet een anti-misbruikbepaling.</b><br>
<br>
Kort gesteld komt de anti-misbruikbepaling er op neer dat als aandelen van een onroerendgoed-B.V. worden verkocht, toch overdrachtsbelasting wordt geheven. De overdrachtsbelasting bedraagt dan 6% van de waarde van het onroerend goed, ook als die waarde hoger is dan de waarde van de aandelen. Het tussenschuiven van een B.V. heeft daardoor geen zin meer.<br> 
<br>
Deze anti-misbruikbepaling is alleen onder strikte voorwaarden van toepassing. Ten eerste moesten de bezittingen van de B.V. voor 70% of meer bestaan uit in Nederland gelegen onroerend goed. Bovendien kwam de heffing van overdrachtsbelasting alleen aan de orde als, kort gesteld, men ten minste 1/3 deel van de aandelen verkreeg in de betreffende B.V. Op allerlei manieren werd er in de praktijk voor gezorgd dat niet aan die voorwaarden werd voldaan. Daardoor kon de heffing van overdrachtsbelasting toch achterwege blijven bij de overdracht van aandelen in een onroerendgoed-B.V. Om die reden is sinds 1 januari 2011 sneller sprake van een onroerendgoed-B.V.<br> 
<br>
<b>Wanneer is er een onroerendgoed-B.V.?</b><br> 
Een van de voorwaarden om een B.V. als onroerendgoed-B.V. aan te merken was dat de bezittingen voor tenminste 70% uit in Nederland gelegen onroerend goed moesten bestaan. Sinds 1 januari 2011 geldt echter een lager criterium. Als de bezittingen voor ten minste 50% uit onroerend goed bestaan, komt men in de gevarenzone. Het maakt daarbij niet uit of het onroerend in Nederland of in het buitenland is gelegen. Er is echter wel beperking opgenomen: onroerend goed dat wordt gebruikt voor een echte onderneming (denk aan het gebouw bij een B.V. dat een hotel exploiteert) wordt in eerste instantie niet meegenomen bij het bepalen van de bezittingen in onroerend goed. Eigenlijk gaat het alleen om onroerend goed dat als belegging wordt aangehouden.<br> 
<br>
<b>Kunstmatig gecreëerde bezittingen</b><br> 
In de praktijk werd de bezitseis (voorheen 70% thans 50%) nog weleens omzeild door de balans 'op te pompen'. Bijvoorbeeld door een lening aan te gaan, waardoor het banksaldo aan de actiefzijde van de balans werd verhoogd. Daardoor werd minder snel aan de bezitseis voldaan en was dus geen sprake van een onroerendgoed-B.V. Weliswaar is de bezitseis nu verlaagd, maar de wetgever vond het toch nodig om ook iets aan deze oppompconstructies te doen. Daarom worden vanaf 1 januari 2011 gecreëerde activa, zoals gecreëerde vorderingen op verbonden lichamen of natuurlijke personen genegeerd als de toetsing aan het 50%-percentage plaatsvindt. Het gaat dan om vorderingen die eigenlijk niet voortvloeien uit de normale bedrijfsuitoefening van het lichaam. Dergelijke bezittingen worden onder de nieuwe wetgeving buiten beschouwing gelaten voor de toets aan de bezitseis.<br> 
<br>
<b>Overige maatregelen</b><br> 
De wetgever heeft per 1 januari 2011 nog diverse andere wijzigingen doorgevoerd om mogelijk misbruik te voorkomen. Het gaat bijvoorbeeld om maatregelen die voorkomen dat eigendom van onroerend goed wordt gesplitst over verschillende B.V.'s, maar ook kunnen afzonderlijke transacties die in de loop van de tijd plaatsvinden tezamen worden beoordeeld. Deze maatregelen zijn allemaal zeer technisch van aard en bespreken wij om die reden hier niet.<br> 
<br>
<b>Tot slot</b><br> 
Door de invoering van de maatregelen per 1 januari 2011 is eerder dan voorheen mogelijk sprake van een onroerendgoed-B.V. Voordat aandelen worden gekocht in een B.V. met daarin onroerend goed, is het verstandig om samen met JAN© te onderzoeken of de koop tot overdrachtsbelastingheffing leidt. Ook bij het aanpassen van de statuten waar het de aandeelhoudersrechten betreft, kan overdrachtsbelasting aan de orde komen. In al die gevallen is overleg dan ook verstandig.
<br><br>
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[
Flexibele B.V. komt eraan
]]>
</title>
<link>http://www.jan.ac/Flexibele-BV.php</link>
<description><![CDATA[
<b>Sneller en eenvoudiger een B.V. oprichten en meer vrijheid om uw bedrijf naar uw eigen wensen in te richten. Het behoort straks allemaal tot de mogelijkheden. Om ervoor te zorgen dat de B.V.-vorm aantrekkelijk blijft voor ondernemers, zijn er plannen om het B.V.-recht te vereenvoudigen en te flexibiliseren.
</b><br>
<br> 
<b>Eenvoudiger een B.V. oprichten</b><br> 
Het minimaal te plaatsen aandelenkapitaal van  ¬ 18.000 bij de oprichting van een B.V. wordt afgeschaft. Ook hoeft bij inbreng in geld geen bankverklaring meer te worden overlegd en vervalt de verplichte accountantsverklaring bij inbreng in natura (bijvoorbeeld inbreng van een onderneming).<br> 
De verplichting om een beschrijving van de inbreng in natura op te stellen, blijft wel gehandhaafd.<br> 
<br>
<b>Verklaring van geen bezwaar</b><br> 
U hoeft straks geen verklaring van geen bezwaar meer aan te vragen bij de oprichting (en statutenwijziging) van een besloten vennootschap (B.V.) of naamloze vennootschap (N.V.). Daarvoor in de plaats komt een nieuw systeem van doorlopende controle van rechtspersonen.<br> 
<br>
<b>Betere crediteurenbescherming</b><br> 
Om schuldeisers voldoende te beschermen, wordt de aansprakelijkheid van het bestuur en van de aandeelhouders vergroot. Dividenduitkeringen zijn alleen mogelijk als het eigen vermogen van de B.V. groter is dan de wettelijke reserves of de reserves die volgens de statuten moeten worden aangehouden. Het bestuur moet goedkeuring verlenen aan de dividenduitkering. Er moet een uitkeringstest worden uitgevoerd. De B.V. mag geen dividend uitkeren als blijkt dat zij haar schulden niet kan blijven betalen. Gebeurt dit toch, dan kunnen bestuurders en aandeelhouders aansprakelijk worden gesteld.<br> 
<br>
<b>Akte van oprichting en statuten</b><br> 
In de akte van oprichting van een B.V. wordt het bedrag van het geplaatste kapitaal en het gestorte deel daarvan vermeld. Zijn er verschillende soorten aandelen, dan moet het geplaatste en gestorte kapitaal worden uitgesplitst per soort.<br> 
<br>
Het geplaatste kapitaal hoeft niet volgestort te zijn. In de statuten is het niet langer verplicht om het maatschappelijk kapitaal op te nemen. Het aantal aandelen hoeft ook niet langer te worden vastgelegd. De statuten vermelden alleen nog het nominale bedrag van elke soort aandelen.<br> 
<br>
<b>Meer inrichtingsvrijheid</b><br> 
U krijgt meer vrijheid bij de inrichting van uw B.V. Zo wordt het bijvoorbeeld mogelijk om stemrechtloze en winstrechtloze aandelen uit te geven. Aan bepaalde aandelen kunnen verplichtingen worden verbonden.<br> 
<br>
<b>Verruiming mogelijkheden besluitvorming</b><br> 
Daarnaast wordt het eenvoudiger om buiten de algemene vergadering van aandeelhouders om, besluiten te nemen. Ook mogen aandeelhoudersvergaderingen in het buitenland worden gehouden en wordt de regeling voor deelname van certificaathouders aan de vergaderingen verduidelijkt.<br> 
<br>
<b>Afschaffing blokkeringsregeling</b><br> 
De verplichte blokkeringsregeling wordt afgeschaft. Nu is het nog zo dat als een aandeelhouder zijn aandelen wil verkopen, zij/hij de goedkeuring nodig heeft van zijn mede-aandeelhouders of dat zij/hij zijn aandelen eerst aan hen moet aanbieden. Straks is deze beperking een keuze.<br> 
<br>
<b>Inkoop van eigen aandelen</b><br> 
Tot slot wordt het makkelijker om eigen aandelen in te kopen. De beperking van de verkrijging van eigen aandelen tot maximaal de helft van het geplaatste kapitaal wordt afgeschaft. Alle aandelen, op een na, mogen worden ingekocht. Ook de regels voor afstempeling van aandelenkapitaal of intrekking van aandelen worden versoepeld.<br> 
<br>
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[
Beleggen in durfkapitaal nog aantrekkelijk?
]]>
</title>
<link>http://www.jan.ac/Beleggen-durfkapitaal.php</link>
<description><![CDATA[
<b>Wie een startende ondernemer financieel steunt met een lening, kan rekenen op een aantal aantrekkelijke fiscale faciliteiten, samengevat als 'de regeling durfkapitaal'. In de volksmond staat de regeling durfkapitaal nog wel bekend als de Tante Agaathregeling. Het kabinet legt de faciliteiten voor beleggingen in durfkapitaal echter steeds meer aan banden.</b><br>
<br> 
Onder durfkapitaal wordt verstaan:<br> 
- geregistreerde achtergestelde leningen aan startende ondernemers (directe beleggingen);<br> 
- leningen aan en beleggingen in erkende participatiemaatschappijen (indirecte beleggingen);<br> 
- beleggingen in erkende cultuurfondsen. <br> 
<br>
<b>Vrijstelling in box 3</b><br> 
Durfkapitaal is dus geld dat u uitleent aan een startende ondernemer of belegt in bepaalde participatiemaatschappijen of cultuurfondsen. Onder voorwaarden kunt u hiervoor een vrijstelling krijgen in box 3. De vrijstelling bedraagt maximaal 55.476 euro. Heeft u het hele jaar dezelfde fiscale partner, dan geldt een gezamenlijke vrijstelling van 110.952 euro.<br> 
<br>
<b>Heffingskorting aan banden</b><br> 
Voor de achtergestelde lening aan een startende ondernemer en voor culturele beleggingen gold in 2010 nog een extra heffingskorting van 1,3% van het bedrag dat is vrijgesteld in box 3. Deze korting wordt de komende jaren afgebouwd. Dit jaar is de korting 1% om vervolgens stapsgewijs op nul uit te komen met ingang van 2014.<br> 
<br>
<b>Verlies niet meer aftrekbaar</b><br> 
Ook de persoonsgebonden aftrekpost voor een verlies op de achtergestelde lening aan een startende ondernemer is komen te vervallen. Een verlies is dus niet meer aftrekbaar.<br> 
Er geldt een uitzondering voor leningen die vóór 1 januari 2011 zijn verstrekt. Deze verliezen blijven wel aftrekbaar.<br> 
<br
<b>Wel of geen durfkapitaal</b><br> 
Startende ondernemers zijn blij met een extra steuntje in de rug. Zeker als zij geen krediet kunnen krijgen van de bank. Voor u als gelduitlener zijn nog steeds fiscale voordelen te behalen, maar deze worden wel minder.<br> 
<br>
<b>Let op!</b><br> 
Een durfkapitaallening moet dienen ter financiering van het verplichte ondernemingsvermogen van de beginnende ondernemer. U mag de lening niet financieren met geleend geld. Daarnaast moet u samen met de ondernemer een leenovereenkomst opstellen waarin onder meer staat dat het gaat om een achtergestelde lening en een lening in durfkapitaal. Het minimaal uit te lenen bedrag is  ¬ 2.269 en u mag geen (ondernemings)partner van de starter zijn. Een andere voorwaarde is dat u de leenovereenkomst binnen vier weken laat registreren bij de belastingdienst.<br><br>
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[
Hoe werkt de (onbelaste) vaste kostenvergoeding in de werkkostenregeling? 
]]>
</title>
<link>http://www.jan.ac/Onbelaste-vaste-kostenvergoeding-werkkostenregeling.php</link>
<description><![CDATA[
<b>Veel werkgevers geven aan hun werknemers een vaste kostenvergoeding. Inmiddels geldt per 2011 de werkkostenregeling: Een nieuwe manier van omgaan met vergoedingen en verstrekkingen. Ook onder de werkkostenregeling kunt u nog steeds onbelast een vaste kostenvergoeding geven voor bepaalde zaken. Maar let op: de eisen zijn wel aangescherpt.</b><br>
<br> 
<b>De werkkostenregeling: een keuze</b><br>
De werkkostenregeling geldt sinds 1 januari van dit jaar. Maar werkgevers hebben nog gedurende drie jaar de mogelijkheid een overgangsregeling te hanteren en op basis van de oude wet vergoedingen en verstrekkingen te doen.<br>
Heeft u nog niets gedaan met de werkkostenregeling, dan geldt deze overgangsregeling voor u. Uiterlijk in 2014 bent u verplicht de werkkostenregeling te gaan toepassen. Bereid u dus vast voor.<br>
<br>
<b>Vaste kostenvergoeding</b><br>
Als u onder de oude regeling een vaste kostenvergoeding verstrekt aan werknemers, dan moet deze vergoeding onderbouwd zijn. Dat wil zeggen dat een specificatie beschikbaar moet zijn waaruit blijkt voor welke zaken een kostenvergoeding wordt gegeven en de daarbij behorende bedragen. De belastingdienst kan u vervolgens vragen om een steekproef. Onder de werkkostenregeling is dit niet meer genoeg. Aan de vaste kostenvergoeding moet dan altijd een onderzoek ten grondslag liggen. Wilt u dus in de toekomst ook een vaste kostenvergoeding blijven geven, start dan een kostenonderzoek.<br>
<br>
<b>Bonnetjes verzamelen</b><br>
Dat betekent dat u uw werknemers gedurende een aantal maanden bonnetjes (van kosten) moet laten verzamelen en op basis hiervan bepaalt welke kostenvergoedingen uw werknemers krijgen. Van belang hierbij is dat u uw werknemers indeelt in groepen die vergelijkbaar zijn qua kosten. Stel u heeft drie vertegenwoordigers en twee van hen maken kosten voor maaltijden tijdens dienstreizen. Een van hen maakt deze kosten niet. In dat geval kan deze derde vertegenwoordiger, als hij bij de groep vertegenwoordigers wordt meegenomen, ervoor zorgen dat de representatiekosten van de andere twee vertegenwoordigers discutabel worden. In een dergelijk geval is het dan ook slim om deze vertegenwoordiger, indien mogelijk, in een andere groep te plaatsen.<br>
<br>
<b>Niet alle kosten onbelast</b><br>
Verder is van belang voor u te weten dat u niet voor alle kosten een (onbelaste) vaste kostenvergoeding mag verstrekken. Onder de werkkostenregeling zijn de mogelijkheden hiervoor beperkt. Ga dan ook eerst na welke kosten uw werknemers maken en bepaal vervolgens welke van deze kosten u onbelast mag vergoeden.<br>
Meer informatie over de kosten vindt u op www.belastingdienst.nl onder het zoekwoord 'werkkostenregeling'. Komt u er niet uit, dan kunt u hiervoor uiteraard ook terecht bij JAN©. Maak bijvoorbeeld de werkkostenregeling snelscan van JAN©.<br><br>
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[
Column van Robbert Bouman: Een goede kapitein kan niet zonder loods
]]>
</title>
<link>http://www.jan.ac/column-van-JAN-goede-kapitein-loods.php</link>
<description><![CDATA[
<b>Recent onderzoek van adviesbureau Perspexo naar bedrijven tot tien werknemers toonde aan wat niet alle kleine ondernemers hardop durven toegeven: "Op een serie vragen naar hun kennis van hun financiële aangelegenheden scoorden de ruim 250 ondervraagden gemiddeld een 5.2. Een flink aantal van hen heeft het daardoor veel te laat door wat hun bedrijf overkomt zodra het even tegenzit."</b><br>
<br>
Volgens Blokpoel, directeur van Perspexo, wordt de boekhouder te veel als steun en toeverlaat gezien, als rots in de branding. "Van financiën heeft de ondernemer meestal geen kaas gegeten. Dikwijls stuurt de goed bedoelende boekhouder zo'n ondernemer aan in plaats van andersom, puur omdat die laatste de bedrijfs-economische basiskennis niet heeft."<br> 
<br>
Een van de conclusies uit het onderzoek was dat boekhouding en administratieve taken als verplichte bijzaak worden gezien en niet als instrument om de bedrijfsvoering te kunnen bijsturen. "Menig ondernemer focust zich vrijwel uitsluitend op zijn concept en de klanten. Men verwacht dat de boekhouder wel aan de bel trekt als de cijfers daar aanleiding toe geven."<br> 
<br>
"Een tweede aspect is dat de meeste kleine ondernemers geen kennis hebben over de verschillen in niveaus op het gebied van financiële en administratieve dienstverlening. Omdat ze zelf klein beginnen, kloppen ze vaak ook bij een kleine administrateur aan. Maar hoe goed voert zo iemand alle cijfers in? Staan de posten wel op de goede plek?"<br>
<br>
Stevige conclusies voor kleine ondernemingen. Het op een rijtje hebben van de cijfers van gisteren, vandaag en morgen is belangrijker dan ooit. Dat geldt zeker voor de ondernemingen die met banken of andere financiers te maken hebben. Zij zijn de afgelopen periode behoorlijk veeleisender geworden naar ondernemers.<br> 
<br>
Gelukkig krijgen wij bij onze klanten de vraag om juist wel te helpen bij het in kaart brengen en houden van de financiële situatie. Sterker nog: het bewoog JAN© tot de missie de meest betrokken reismaat te zijn van de ondernemer, hem te ontzorgen en hem vooruit te helpen. Een aantal ondernemers wordt door JAN© geholpen met het maken en bewaken van meerjarenplannen.<br> 
<br>
Tijd om de eigen verantwoordelijkheid te nemen, zegt Blokpoel. "Bekijk zelf iedere maand de ontwikkeling van de cijfers en de percentages. En als je boekhouder niet mee kan denken, zoek er dan een bedrijfseconomisch iemand bij die hierin klankbord kan zijn. Zo krijg je meer greep op je bedrijfseconomische ontwikkelingen."<br> 
<br>
Dat klinkt als een waardevolle tip. Mijn advies aan de ondernemer: vraag regelmatig een ervaren loods aan boord, een betrouwbare sparring partner die de weg weet en die met zijn ervaring een waardevolle aanvulling is op u.<br>
<br>
Ik wens u een behouden vaart!<br><br>
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[
Op JAN© kun je rekenen! Ook als het gaat om personeel!
]]>
</title>
<link>http://www.jan.ac/nieuws-van-JAN.php</link>
<description><![CDATA[
<b>JAN© is de meest betrokken reismaat voor de ambitieuze ondernemer. JAN© ontzorgt en helpt de ondernemer en zijn onderneming vooruit. Ook op het gebied van personeelszaken!
</b>
<br>
JAN© heeft een groep deskundige collega's, die in hun dagelijkse werk bezig zijn met het adviseren en begeleiden van ondernemers op het gebied van personeel. Zo heeft JAN© lonen/salarisadviseurs, arbeidsjuristen, pensioenadviseurs en personeelsadviseurs in huis.<br> 
<br>
Zij zijn allemaal op hun eigen vakgebied bezig met het vooruithelpen van ondernemers. JAN© heeft de expertise van deze groep specialisten gebundeld in de JAN© Adviesgroep Personeel.<br> 
<br>
De JAN© Adviesgroep Personeel bestaat uit: Marieke Pepers, Petra van Opzeeland, Simone van Susteren, Feite Brinksma en Paul van Ravenzwaaij.<br> 
<br>
<b>Wat betekent dit voor u?</b><br> 
- 1 aanspreekpunt voor specialistische vragen op het gebied van personeel. Stuur een mail naar de JAN© Adviesgroep Personeel (personeelsadvies@JAN.ac) of spreek een van de adviesgroep leden aan (persoonlijk, via de telefoon of per e-mail) en de juiste adviseur pakt de vraag op;<br> 
- door bundeling van kennis kunnen wij u op meerdere vlakken van passende informatie voorzien;<br> 
- ontwikkeling van producten waarbij wij u als ondernemer vooruit kunnen helpen op het gebied van personeelszaken.<br> 
<br> 
<b>Binnenkort hoort u meer van ons!</b><br><br>
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[
Cursussen van JAN© Arbeidsjuristen
]]>
</title>
<link>http://www.janarbeidsjuristen.nl/presentaties-van-JAN.php</link>
<description><![CDATA[
<b>Cursus 1: Arbeidsrecht voor het MKB<br>
Vorig jaar organiseerden de Arbeidsjuristen van JAN© voor het eerst de cursus Arbeidsrecht voor het MKB. De cursus werd door de deelnemers zeer goed ontvangen en gewaardeerd met een 8 als rapportcijfer!</b><br><br> 
<br>
Gezien de positieve ontvangst van de cursus, organiseren we de cursus in 2011 opnieuw. Tijdens drie cursusmiddagen zal telkens één thema worden behandeld:<br> 
<br>
Cursusmiddag 1 - 12 april - De arbeidsovereenkomst<br> 
Cursusmiddag 2 - 19 april -	De zieke werknemer<br> 
Cursusmiddag 3 - 26 april - Hoe beëindig ik een 	arbeidsovereenkomst?<br> 
<br>
De laatste stand van de wetgeving nemen we door, de valkuilen in de praktijk komen aan bod en u krijgt tal van handige tips. Vanzelfsprekend kunt u tijdens deze middagen uw vragen uit de praktijk stellen aan onze arbeidsjuristen. En ook kunt u met andere ondernemers ervaringen uitwisselen.<br> 
<br>
De cursus is bedoeld voor: directeuren, managers, personeelsfunctionarissen en (salaris-)administrateurs.<br> 
<br>
De cursus wordt van 13:00 uur tot 17:00 uur verzorgd op het kantoor van JAN© in Zwanenburg. De kosten voor deelname bedragen 125 euro ex BTW per deelnemer per bijeenkomst of 300 euro ex BTW per deelnemer indien u alle bijeenkomsten bijwoont.<br> 
Heeft u interesse in deze cursus, meldt u zich dan aan bij onze arbeidsjuristen Elizabeth Ilik of Simone van Susteren via arbeidsjuristen@JAN.ac.<br> 
<br>
<b>Cursus 2: Actualiteiten Arbeidsrecht</b><br> 
In het najaar 2011 organiseren de JAN© Arbeidsuristen een bijeenkomst waarin de belangrijkste actualiteiten in het arbeidsrecht met u worden besproken (recente en te verwachten wetgeving en opvallende ontwikkelingen in de rechtspraak). Daarbij staan we vooral  stil bij de betekenis van deze actualiteiten voor uw onderneming?
<br>
De cursus is bedoeld voor: directeuren, managers, personeelsfunctionarissen en (salaris-) administrateurs.<br> 
<br>
Wilt u op de hoogte blijven wanneer de bijeenkomst plaatsvindt? Mailt u ons dan: arbeidsjuristen@JAN.ac.<br> 
<br>
Wist u dat de Arbeidsjuristen van JAN© ook via LinkedIn en Twitter actualiteiten en tips delen? Via Twitter kunt u Elizabeth Ilik en Simone van Susteren volgen via #arbeidsjurist en op LinkedIn vindt u hen onder hun eigen namen. Kijkt u ook eens op de website: www.JANarbeidsjuristen.nl.<br><br>
]]></description>
</item>

<item>
<title>
<![CDATA[
Op JAN© kun je rekenen! Ook als het gaat om personeel!
]]>
</title>
<link>http://www.jan.ac/nieuws-van-JAN.php</link>
<description><![CDATA[<b>JAN© heeft een groep deskundige collega's, die in hun dagelijkse werk bezig zijn met het adviseren en begeleiden van ondernemers op het gebied van personeel. Zo heeft JAN© lonen/salarisadviseurs, arbeidsjuristen, pensioenadviseurs en personeelsadviseurs in huis.</b><br>
<br>
Zij zijn allemaal op hun eigen vakgebied bezig met het vooruithelpen van ondernemers. JAN© heeft de expertise van deze groep specialisten gebundeld in de JAN© Adviesgroep Personeel.<br>
<br>
De JAN© Adviesgroep Personeel bestaat uit: Marieke Pepers, Petra van Opzeeland, Simone van Susteren, Feite Brinksma en Paul van Ravenzwaaij.<br>
<br>
Wat betekent dit voor u?<br>
- 1 aanspreekpunt voor specialistische vragen op het gebied van personeel. Stuur een mail naar de JAN© Adviesgroep Personeel (personeelsadvies@JAN.ac) of spreek een van de adviesgroepleden aan (persoonlijk, via de telefoon of per e-mail) en de juiste adviseur pakt de vraag op;<br>
- door bundeling van kennis kunnen wij u op meerdere vlakken van passende informatie voorzien;<br>
- ontwikkeling van producten waarbij wij u als ondernemer vooruit 	kunnen helpen op het gebied van personeelszaken.<br>
<br>
Binnenkort hoort u meer van ons!<br>
<br>
<b>JAN© Adviesgroep Personeel</b><br>
personeelsadvies@JAN.ac<br>
]]></description>
</item>

<item>
<title><![CDATA[
Aan het woord: ComSafe beveiligingstechniek
]]>
</title>
<link>http://www.jan.ac/aan-het-woord-ComSafe-Beveiligingstechniek.php</link>
<description><![CDATA[
<b>Alweer ruim 8 jaar geleden startte ComSafe Beveiligings-techniek, in een tijd waarin toen ook sprake was van een crisis. Als startend bedrijf waren de vooruitzichten niet rooskleurig en al gauw bleek ook toen dat de crisis langer duurde dan men in eerste instantie had voorspeld. Desondanks ging de start voortvarend en groeide het aantal klanten gestaag. </b><br>
<br> 
Vanaf de start was er al direct contact met Sander Schilder van JAN© Accountants & Belastingadviseurs over de nodige financiële en fiscale aspecten voor de startende onderneming. <br>
De adviezen van destijds zijn de juiste gebleken. De dagelijkse boekhouding hebben we al vanaf de start in eigen hand, maar voor de benodigde ondersteuning op diverse vlakken maken we al jaren gebruik van de kennis van Sander Schilder voor de fiscale zaken en Kees Mooyer voor het overige. Prettig daarbij zijn de korte lijnen waardoor wij snel zaken kunnen afhandelen en ons verder bezig kunnen houden met ons eigen werk. <br>
<br>
Als installatiebedrijf van beveiligingssystemen, zoals alarminstallaties, brandmeldinstallaties en camerasystemen, timmerden we flink aan de weg om op alle fronten de benodigde erkenningen en kennis in huis te halen. ComSafe opereert al vanaf het begin landelijk. Met negen fulltime medewerkers kunnen we onze klanten een goede service bieden. Voor de flexibiliteit wordt nauw samengewerkt met enkele partners waar wij regelmatig vakmensen van inhuren om een klus binnen de gewenste termijnen te realiseren. Hierdoor zijn wij flexibel en slagvaardig als het om het snel inzetten van de juiste mensen gaat. Ook voor de toekomst verwachten wij nog te kunnen groeien. Nieuwe technieken dienen zich aan en daarin willen wij een prominente rol spelen. <br>
<br>
Alle communicatie vindt tegenwoordig via de zogenaamde IP technieken plaats. Alarmsystemen, toegangscontrolesystemen, camerabewakingsapparatuur, pinautomaten etc. communiceren allemaal over IP. ComSafe specialiseert zich in de integratie van deze systemen via IP netwerken en biedt haar klanten een uitgebreid servicepakket aan om de boel op afstand te monitoren en daar waar nodig actie te nemen.<br>
<br>
Ron Plat<br>
<b>ComSafe Beveiligingstechniek bv</b><br>
Julianaweg 139f<br>
1131 DH  Volendam<br>
T: 0299-760010<br>
info@comsafe.nl<br>
www.comsafe.nl <br>
<br>
]]></description>
</item>

<item>
<title>
<![CDATA[
Tips van JAN©
]]>
</title>
<link>http://www.jan.ac/tips-van-JAN-2011-1.php</link>
<description><![CDATA[
<b>1) Betaal lijfrentepremie op tijd</b><br>
Heeft u een lijfrenteverzekering, dan zijn de door u betaalde premies aftrekbaar in de aangifte inkomstenbelasting, mits u een aantoonbaar pensioentekort heeft. Wilt u de premie nog in de aangifte over 2010 in aftrek brengen, dan moet deze premie vóór 1 april 2011 betaald zijn. Er is dus een terugwenteling mogelijk voor betaalde premies in de eerste drie maanden van 2011. Vanaf het belastingjaar 2011 vervalt deze mogelijkheid. Dat betekent dat u voor aftrek in de aangifte inkomstenbelasting 2011 de lijfrentepremie ook dit jaar moet betalen. Aftrek is anders niet mogelijk.<br>
<br>
<b>2) Geen belasting voor DSB-spaarders met tegoed</b><br>
Oud DSB-spaarders hoeven geen belasting te betalen over het spaargeld dat zij nog tegoed hebben van DSB voor zover er geen uitkering onder het depositogarantiestelsel te verwachten is. Bezittingen en schulden worden in box 3 in aanmerking genomen voor de waarde in het economisch verkeer. Voor de bepaling van de waarde is het voor de belastingdienst belangrijk om te weten of de rekeninghouder (een deel van) zijn geld zal krijgen, op welk moment hij een eventuele uitkering zal krijgen en hoe groot die uitkering zal zijn. Aangezien de curatoren voorzien dat de kans op een uitkering gering is, worden zowel op 1 januari 2010 als op 31 december 2010 de DSB-vorderingen op nihil gesteld. Dit geldt voor alle vorderingen uit (spaar)rekeningen bij DSB waarop het depositogarantiestelsel niet van toepassing is.<br>
<br>
<b>3) BTW-nummers controleren</b><br>
Levert u diensten of goederen aan een buitenlandse ondernemer binnen de Europese Unie, dan moet u er zeker van zijn dat het BTW-nummer van uw zakelijke klant klopt. U heeft dit nummer bijvoorbeeld nodig voor uw ICP-opgave. Wilt u het BTW-nummer controleren, dan kunt u dit doen via de belastingtelefoon. Dit kan echter maar voor maximaal 5 nummers per telefoongesprek.<br>
Wilt u een groot aantal BTW-nummers in één keer laten checken, dan kan dit via www.BTW-nummer-controle.nl.<br>
<br>
<b>4) Digitale vraagbaak over AOV-verzekeringen</b><br>
Vanaf nu kunnen zelfstandig ondernemers alle nodige informatie over arbeidsongeschiktheidsverzekeringen vinden op www.verzekerenvoorzelfstandigen.nl. De website is een initiatief van het Verbond van Verzekeraars met de Kamer van Koophandel, het Platform Zelfstandige Ondernemers en FNV Zelfstandigen. U kunt hier antwoord krijgen op vragen zoals: hoe werkt de AOV, welke vorm is handig en is het wel of niet noodzakelijk om een verzekering af te sluiten?<br>
<br>
<b>5) Kleinebanenregeling ook in 2011</b><br>
De kleinebanenregeling is met een jaar verlengd en geldt dus ook in 2011. Werkgevers hoeven geen premies werknemersverzekeringen te betalen voor werknemers jonger dan 23 jaar die minder verdienen dan ongeveer de helft van het wettelijk minimumloon. De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet wordt in dat geval op nul gezet. U hoeft als werkgever eveneens geen vergoeding voor de inkomensafhankelijke bijdrage te geven. Loonheffing moet u wél gewoon inhouden.<br>
<br>
<b>6) Heffingsrente ongewijzigd</b><br>
Het percentage voor de heffingsrente en de invorderingsrente is voor het tweede kwartaal van 2011 vastgesteld op 2,5 en is dus niet gewijzigd. Bij het opleggen van belastingaanslagen kent de belastingdienst twee soorten rente: heffingsrente en invorderingsrente. Heffingsrente is een vergoeding van gemiste rente. Als u te weinig belasting heeft betaald, brengt de belastingdienst heffingsrente in rekening. Wanneer u teveel belasting heeft betaald, krijgt u heffingsrente terug.<br>
Met invorderingsrente krijgt u te maken wanneer u een belastingaanslag te laat betaalt, deze wordt berekend over de periode die begint op de eerste dag na de uiterste betaaldatum en eindigt op de dag voor de dag waarop de betaling is voldaan. Met ingang van 1 januari 2011 kan de belastingdienst ook een verzuimboete opleggen als u uw aanslag niet op tijd betaalt.<br>
De hoogte van de boete is gebaseerd op het bedrag dat u had moeten betalen en kan oplopen tot maximaal 4.920 euro. <br>
<br>
<b>7) Schenken in 2011</b><br>
Dit jaar mag u een bedrag van 5.030 euro belastingvrij aan uw kinderen schenken. Is uw zoon/dochter of diens partner tussen de 18 en 35 jaar, dan mag u eenmalig belastingvrij een bedrag schenken van 24.144 euro. Dit bedrag mag nog worden verhoogd tot 50.300 euro als uw zoon of dochter het geld gebruikt voor een buitengewoon dure studie of voor de eigen woning. Opa en oma mogen hun kleinkinderen dit jaar verrassen met een belastingvrije schenking van 2.012 euro.<br>
<br>
<b>8) Standaard vijf jaar voor ambtshalve vermindering of teruggaaf</b><br>
Bent u het niet eens met uw belastingaanslag, maar bent u te laat met het indienen van een bezwaarschrift, dan kunt u de belastingdienst schriftelijk verzoeken om een ambtshalve vermindering. Tot voor kort kon dit voor sommige belastingmiddelen tot zeven jaar na het einde van het jaar van de aanslag. Deze termijn is gewijzigd. Vanaf 2011 is de termijn voor een ambtshalve vermindering of teruggaaf voor alle belastingen vijf jaar geworden. Let op: voor toekenning van een ambtshalve vermindering gelden wel nadere voorwaarden. Het kan dus zijn dat de belastingdienst uw verzoek niet honoreert.<br>
<br>
<b>9) De fiscus betaalt mee aan energiezuinige bedrijfsmiddelen</b><br>
Investeert uw bedrijf in energiebesparing of in bedrijfsmiddelen die duurzame energie opwekken, dan kunt u via de Energie-investeringsaftrek (EIA) fiscale steun ontvangen van de overheid. Het beschikbare budget voor 2011 is 151 miljoen euro. Ten opzichte van de regeling van 2010 zijn er enkele wijzigingen.<br>
Het percentage voor de EIA is verlaagd van 44 naar 41,5 en de energielijst is per 1 januari 2011 vernieuwd. Er staat een aantal nieuwe technieken op de energielijst, terwijl enkele bestaande technieken zijn afgevoerd. De complete energielijst staat op de website van Agentschap NL: www.nlenergieenklimaat.nl.<br>
<br>]]></description>
</item>


</channel>
</rss>
