Het kabinet heeft voorgesteld om de AOW-leeftijd te verhogen naar 67 jaar. Hoewel hierdoor de mogelijkheid is ontstaan dat u tot uw 67ste moet doorwerken, is de AOW-uitkering nog niet in gevaar.
Naast AOW hebben veel werknemers nog een aanvullend pensioen bij een pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij. Het verhogen van de AOW-leeftijd heeft op zichzelf geen gevolgen voor dit aanvullende pensioen. De inhoud van het aanvullend pensioen wordt niet bepaald door de overheid, maar door de werkgevers en werknemers. De overheid kan wel sturend optreden door de fiscale wet- en regelgeving zodanig te wijzigen dat een aanpassing van de aanvullende pensioenen wordt gestimuleerd. Vooralsnog is een dergelijke wijziging van de fiscale wet- en regelgeving niet in de kabinetsplannen opgenomen.
Beschikbare premieregeling?
Als u nu met pensioen gaat en uw pensioen (mede) heeft opgebouwd via een 'beschikbare premieregeling', loopt u het risico een fors lagere pensioenuitkering te ontvangen dan de uitkering die u tot voor kort kon verwachten. Binnen de beschikbare premieregeling worden de pensioenuitkeringen aangekocht van het pensioenkapitaal dat op het moment van pensionering beschikbaar is. En dit kan nu, door de lage rentestand en tegenvallende beleggingsresultaten, lager zijn dan vooraf geschat.
Om degenen die vóór 1 januari 2014 met pensioen gaan tegemoet te komen, bereidt de wetgever een wetswijziging voor die deze groep de mogelijkheid biedt om de aankoop van pensioenuitkeringen gedeeltelijk uit te stellen met maximaal 5 jaar (de knipmogelijkheid).
Herstelt de economie zich binnen deze periode, dan kan alsnog een beter pensioen worden aangekocht. Het kiezen voor de knipmogelijkheid betekent geen garantie dat in de toekomst een beter pensioen kan worden aangekocht. De hoogte van de aan te kopen pensioenuitkeringen blijft afhankelijk van de ontwikkeling van de rente en uw eigen beleggingsportefeuille.
De knipmogelijkheid zal met terugwerkende kracht tot 1 januari 2009 in werking treden. Wanneer u binnenkort met pensioen gaat en gebruik wilt maken van de knipmogelijkheid, dient u dit nu al aan uw pensioen-uitvoerder te laten weten.
Dekkingsgraad
Op basis van de Pensioenwet dient de waarde van het vermogen van pensioenfondsen tenminste 105% te bedragen van de waarde van de verplichtingen (de zogenaamde dekkingsgraad).
Bij veel pensioenfondsen is de dekkingsgraad door de kredietcrisis onder de 105%-grens gedaald.
De pensioenfondsen dienen maatregelen te treffen om hun dekkingsgraad te herstellen tot minimaal 105%. De wetgever heeft de hersteltermijn tijdelijk verlengd van 3 jaar tot 5 jaar. Hiermee is een verlaging van pensioenuitkeringen vermoedelijk beperkt tot een relatief klein deel van de gepensioneerden. Of werkelijk gekort moet worden, hangt af van de herstelplannen die de fondsen maken. In elk geval zullen de meeste pensioenfondsen geen indexaties (toeslagen) van de pensioenen meer toekennen.
Waardeoverdracht
Wanneer u van baan wisselt heeft u het recht om de waarde van uw pensioen te laten overdragen naar de pensioenuitvoerder van uw nieuwe werkgever. Als u een verzoek tot waardeoverdracht tijdig indient, zijn pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen verplicht mee te werken aan de overdracht van uw pensioen.
Wanneer bij de waardeoverdracht een pensioenfonds is betrokken met een dekkingsgraad lager dan 100%, heeft het pensioenfonds het recht om zijn plicht tot waardeoverdracht op te schorten tot het moment dat zijn dekkingsgraad weer boven de 100% is. U wordt door het pensioenfonds geïnformeerd wanneer de dekkingsgraad weer hoger is dan 100%. U heeft op dat moment opnieuw 6 maanden de tijd om een verzoek tot waardeoverdracht in te dienen.
Verzekeringsmaatschappijen
Hoewel ook verzekeringsmaatschappijen moeten voldoen aan eisen ten aanzien van hun vermogen ter dekking van hun pensioenverplichtingen geldt de problematiek met de dekkingsgraad niet voor hen.
|