Arie Sneeuw
Onderhanden werk... een lastige klus?
In één van de eerdere nieuwsbrieven van JAN© informeerde ik u dat met ingang van 1 januari 2007 de belastbare winst op lopende projecten (onderhanden werk) voortschrijdend genomen moet worden. In de praktijk merk ik dat ondernemers regelmatig moeite hebben met het bepalen van onderhanden werk. Dit is Den Haag niet ontgaan.
Begin dit jaar hebben de belastingdienst en enkele brancheorganisaties (Bouwend Nederland, Uneto-VNI en FME CWM) afspraken gemaakt hoe concreet kan worden omgegaan met het bepalen van onderhanden werk. De belastingdienst heeft daarbij aangegeven dat ook andere ondernemingen, waarbij vergelijkbare problematiek speelt, een beroep kunnen doen op de regeling.
De wet schrijft voor dat de waardering als volgt kan worden bepaald:
| • |
 |
De winst wordt voortschrijdend genomen door het activeren (op de balans opnemen) van de toerekenbare kosten en het winstdeel per onderhanden werk. |
| • |
Alle direct en indirect toerekenbare kosten moeten worden geactiveerd. Te denken valt aan materiaalkosten, loonkosten, kosten van uitbesteed werk, machinekosten maar ook een deel van de algemene kosten en financieringskosten. |
| • |
Het toerekenbare winstdeel wordt uit de verwachte winst van het betreffende werk afgeleid door de geactiveerde kosten te delen door de totaal te verwachten kosten, vermenigvuldigd met de verwachte winst. Indien u een verlies verwacht, mag u dit verlies nemen door daarvoor een voorziening te vormen en deze in mindering brengen op de waarde van het onderhanden werk. |
Bovenstaande stelt nogal wat eisen aan uw administratie en organisatie, want u moet weten en inzichtelijk kunnen maken hoeveel man- en machine-uren besteed zijn aan een bepaald werk, en welke inkopen of welk deel van de voorraden op het betreffende werk geboekt moeten worden. Ook zult u moeten beschikken over voor- en nacalculaties om het winstdeel per werk te kunnen bepalen.
Echter voert niet iedere ondernemer een administratie op project-niveau. Om de administratieve lasten te verminderen is het voor kleine ondernemers toegestaan om het onderhanden werk te waarderen als hiervoor, waarbij het toerekenbare winstdeel wordt bepaald op basis van het gemiddelde winstpercentage over de drie voorgaande belastingjaren. Hoewel u dus verlost bent van voor- en nacalculaties betekent dit dus nog wel dat inzichtelijk dient te zijn welke personeels- en materiaalkosten op het betreffende werk betrekking hebben. U bent voor deze regeling een kleine ondernemer indien uw jaaromzet minder dan € 4 miljoen bedraagt.
Indien de omzet meer bedraagt dan € 4 miljoen maar minder dan € 9 miljoen dan is de administratie van de onderneming beslissend. Is het niet mogelijk het winstdeel te bepalen op basis van voor- en nacalculaties dan mag u van de vereenvoudigde regeling gebruik maken.
Het voert te ver om nu de regeling in enkele rekenvoorbeelden uit te werken.
Indien u interesse heeft in rekenvoorbeelden kunt u contact opnemen met JAN©.
8 september 2009