Bedrijven krijgen tegenwoordig minder makkelijk een nieuwe financiering, omdat de meeste Nederlandse banken strengere voorwaarden hanteren, hogere toeslagen in rekening brengen en strenger controleren. De overheid wil geldschieters stimuleren om toch geld te steken in ondernemingen. Daarom zijn vier regelingen in het leven geroepen:
1 Borgstellingsregeling MKB-bedrijven Als ondernemer uit het midden- en kleinbedrijf kunt u een borgstelling krijgen voor een gedeelte van uw krediet (in principe 45 procent van de geldlening). Daardoor kunt u bij de bank meer lenen. Wilt u de verontreinigde bodem van uw bedrijfspand of -terrein saneren, dan kunt u ook borgstelling krijgen voor een krediet. De verruimde voorwaarden voor borgstelling zijn vanaf juni 2009:
• U behoort tot het MKB (minder dan 250 werknemers in dienst) en voldoet aan bepaalde omzet- en balansgrenzen.
• U kunt de bank onvoldoende zekerheden bieden, waardoor deze het volledige krediet niet voor eigen rekening en risico kan verschaffen.
• U heeft onvoldoende eigen middelen maar wel een gunstig toekomstperspectief.
• Bent u eigenaar met meer dan de helft van het kapitaal van de onderneming in bezit, dan moet u zelf voor 25% borg staan.
• Het maximale borgstellingskrediet (per lening) bedraagt 1,5 miljoen euro. Voor starters (maximaal 5 jaar oud) is dit € 200.000.
2 Garantie ondernemingsfinanciering Grote en middelgrote bedrijven kunnen gemakkelijker hoge bedragen lenen doordat de overheid garant staat. Financiers die kapitaal verschaffen krijgen een garantie van 50% van de overheid. De looptijd van de garantie is maximaal 8 jaar.
3 Voorzieningen voor startende uitkeringsgerechtigden
Werklozen ingeschreven bij het werkbedrijf en uitkeringsgerechtigden in de bijstand kunnen met behoud van de uitkering een onderneming opstarten. Hiervoor is toestemming nodig van het UWV of de gemeente. Hieraan zijn voorwaarden verbonden.
4 Starterskrediet van het UWV
Het UWV verstrekt onder voorwaarden een starterskrediet als het bedrijf nog niet gestart is. Deze lening bedraagt maximaal € 32.775 (normbedrag 2009). De voorwaarden voor het starterskrediet zijn:
• U heeft een arbeidsongeschiktheids- of een ziektewetuitkering.
• Uit het ondernemingsplan blijkt dat de onderneming kans van slagen heeft.
• De beoogde onderneming past bij de ervaring en de mogelijkheden van de aanvrager.
• Borgstelling is niet mogelijk.
• De rente bedraagt 7%.